Tweede Kamer, 91e vergadering

  • Begin14:00
  • Sluiting14:00
  • StatusOngecorrigeerd

Opening

Voorzitter: Van Campen

Aanwezig zijn leden der Kamer, te weten:

De voorzitter:

Ik open de vergadering van dinsdag 1 september 2026. Van harte welkom terug, allemaal.

Vragenuur

Vragenuur

Aan de orde is het mondelinge vragenuur, overeenkomstig artikel 12.3 van het Reglement van Orde.

Vragen Van der Plas

Vragen van het lid Van der Plas aan de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur over de situatie in Noord-Brabant met betrekking tot de vijf vergunningen die daar ingetrokken worden van boeren.

De voorzitter:

Aan de orde is het mondelinge vragenuur. Aan de orde zijn vragen van mevrouw Van der Plas, namens de fractie van de BBB, aan de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, die ik van harte welkom heet in de Kamer. Als zij zover is, is het woord aan mevrouw Van der Plas.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Als u even wilt wachten met de knop indrukken die de tijd laat lopen, wil ik eerst even zeggen dat ik het fijn vind om iedereen weer in goede gezondheid hier terug te zien. Dat hoeft natuurlijk niet altijd zo te zijn, namelijk. Dat geldt dus ook voor de mensen op de publieke tribune: fijn dat u er bent. Dan ga ik van start.

Voorzitter. Het gaat over vijf vergunningen, over legale, onherroepelijke vergunningen, van boeren die jarenlang alles hebben gedaan wat de overheid van hen vroeg. Ze hebben zelfs nog meer dan dat gedaan. Die vergunningen worden gewoon maar eventjes ingetrokken. Althans, dat is het voornemen van de provincie Noord-Brabant. Dat is natuurlijk te zot voor woorden. We leven inmiddels in zo'n gekkenhuis in Nederland … In dit geval zijn het boeren, maar morgen kunt u het allemaal zijn, want een vergunning staat in Nederland eigenlijk gewoon op de richel. Je kunt die zomaar even kwijtraken.

Daarover heb ik een aantal vragen aan de minister. De minister gaf aan dat hij het allemaal erg spijtig vond, en zielig en jammer voor die mensen, maar dat de rechter dit vorig jaar in een uitspraak heeft gevraagd. Ik wil de minister als eerste vragen waarom hij hierover jokt. Dan zeg ik het even heel netjes. Dat staat namelijk helemaal niet in de uitspraak van de rechter. De rechter heeft gezegd dat er een zorgvuldig besluit genomen moest worden en dat er in gesprek gegaan moest worden. Dat is wat de boeren hebben gedaan. In de rechterlijke uitspraak staat niet dat vergunningen worden ingetrokken. Die vraag zou ik als eerste beantwoord willen zien.

De voorzitter:

Het woord is aan de minister.

Minister Van Essen:

Voorzitter. Misschien is het, voordat ik die vraag letterlijk ga beantwoorden, goed om vanaf deze plek te zeggen dat de uitspraak dat iedereen zomaar vergunningen kan kwijtraken, een onjuiste voorstelling van zaken is. Voor de vijf boeren over wie het hier gaat, lag al drie jaar een intrekkingsverzoek bij de provincie Noord-Brabant. Op het moment dat er al intrekkingsverzoeken liggen, loop je met elkaar een traject af dat er uiteindelijk toe kan leiden dat het bevoegd gezag bepaalde keuzes moet maken. Het bevoegd gezag is in dit geval de provincie Noord-Brabant. Maar dat dat overal zomaar aan de orde zou kunnen zijn, wil ik echt als eerste weersproken hebben.

Dan was er een vraag over mijn uitlatingen. Deze zomer heb ik drie dingen gezegd. Ik heb gezegd dat het heel ellendig is voor de ondernemers in kwestie. Dat is het ook. Dat hebben we, denk ik, kunnen zien en kunnen ervaren. Ik heb ook gezegd dat dit juist is wat we willen voorkomen. In het debat hier en in de maatregelenbrief van 26 juni heb ik ook aangegeven dat er 217 intrekkingsverzoeken bestaan en dat we dat pakket als de wiedeweerga in wetgeving moeten omzetten om juist dit te voorkomen. Wij willen dit dus niet. Uiteindelijk heb ik ook aangegeven, ook na vragen van Kamerleden, dat we alles op alles moeten zetten om dat te voorkomen.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Mijn vraag was concreet. De rechterlijke uitspraak zegt niet dat vergunningen ingetrokken moeten worden. De rechterlijke uitspraak zegt dat er een zorgvuldig besluit moet komen. Mijn vraag is dus nogmaals de volgende. Misschien hoeft dat niet van mijn tijd af te gaan, want ik moet hem herhalen. Waarom jokt de minister daarover? Het staat namelijk niet in de rechterlijke uitspraak.

Minister Van Essen:

Ik heb daar zelf in die zin geen mening over. Het is het bevoegd gezag dat een rechterlijke uitspraak vertaalt naar een handeling die het bevoegd gezag moet doen. Ik ben hier niet het bevoegd gezag. Ik heb wel een mening over wat we te doen hebben, namelijk dit voorkomen.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Dit wordt een beetje irritant, want de minister heeft gezegd dat dit het gevolg is van een rechterlijke uitspraak. Het staat niet in de rechterlijke uitspraak. Waarom jokt de minister hierover?

Minister Van Essen:

Het is uiteindelijk aan het bevoegd gezag, Brabant in dit geval, om een oordeel te vellen. Dat hier drie jaren aan vooraf zijn gegaan, dat er een intrekkingsverzoek is gekomen en dat de rechter een uitspraak heeft gedaan op basis waarvan het bevoegd gezag, in dit geval de provincie Noord-Brabant, moet handelen, staat volgens mij buiten kijf. Dat staat gewoon vast. Als zij daar een besluit in nemen, dan kan ik daar een mening over hebben, maar dan is dat besluit wel het gevolg van een rechterlijke uitspraak.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Ik ga ervan uit dat de minister zijn uitspraak dat dit in een rechterlijke uitspraak stond, daarmee terugneemt.

De minister zei dat alle alternatieven eerst serieus moeten worden onderzocht, maar de provincie zegt dat intrekking nog altijd de enige uitkomst is. Wie heeft er nou gelijk: de minister of de provincie? En wat heeft de minister sinds zijn gesprek met de provincie concreet bereikt? Welk besluit is gewijzigd? Welke intrekking is voorkomen? Welke zekerheid hebben de vijf boeren vandaag gekregen? De minister zegt alles op alles te zetten om ervoor te zorgen dat de vergunningen niet worden ingetrokken, maar ik wil weten wat dat concreet betekent. Welke juridische, financiële en bestuurlijke middelen zet de minister in, en op welke datum?

Minister Van Essen:

Alle alternatieve onderzoeken hebben dit inderdaad aangegeven. Ik vind, zoals ook in onze Kamerbrief staat, dat je het trappetje van Remkes moet aflopen. Dat is ook een afspraak die we met allerlei sectorpartijen hebben gemaakt: in gebiedsprocessen moeten ondernemers de keuze hebben. Als ik de indruk heb dat dit onvoldoende naar voren komt, dan vind ik dat ik naar voren moet stappen om te zeggen dat dit is wat we in de Kamerbrief hebben besproken en dat dit ook is wat ik verwacht van de provincie.

Dat hebben we vervolgens ook in een Statenbrief aan de Provinciale Staten van Brabant terug kunnen lezen: het bevoegd gezag, te weten de Gedeputeerde Staten, gaat die opties onderzoeken en bespreken; de gedeputeerde in kwestie gaat ook op bezoek bij de ondernemers om het gesprek daarover te voeren.

Volgens mij hebben we concreet bereikt dat dit hoger op de agenda staat en dat die gedeputeerde dit ook daadwerkelijk doet. Alles op alles zetten betekent ook dat wij vanuit het ministerie alle hulp aan provincies bieden die we maar kunnen bieden om ervoor te zorgen dat het maatregelenpakket dat voorligt, dat ik in een spoedwet aan u ga voorleggen, zodanig in een verweerlijn kan worden omgezet dat we dit soort handhavings- en intrekkingsverzoeken kunnen voorkomen.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Goed. Kan de minister dan uitsluiten dat vergunningen worden ingetrokken terwijl plannen voor innovatie, emissiereductie of aanpassing van de bedrijfsvoering nog niet onafhankelijk zijn getoetst?

Minister Van Essen:

Ik ben niet het bevoegd gezag. Provincies zijn het bevoegd gezag in dezen; zo hebben wij dat in Nederland afgesproken. Ik heb eigen helemaal geen twijfel dat ook de andere provincies die ik spreek dit soort zaken gewoon willen voorkomen en dat zij eigenlijk ook van ons vragen: "Rijk, doe je werk. Zorg dat je dat pakket zo snel mogelijk in wetgeving omzet, want dan kunnen wij dit soort verzoeken afwijzen. Als we samen die redeneerlijn bouwen, hebben we daar goed vertrouwen in." Maar nogmaals, ik ben niet degene die uiteindelijk moet reageren op de handhavings- en intrekkingsverzoeken.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Ik vind het allemaal opnieuw slappe hap, enorm slappe hap, want de minister zegt: ik ga alles op alles zetten — alles op alles zetten! — om ervoor te zorgen dat die vergunningen niet worden ingetrokken. En keer op keer doet deze minister hetzelfde, namelijk door te zeggen: ik ben niet het bevoegd gezag, dat is de provincie. Dat betekent dan dus dat "alles op alles" in de praktijk gewoon loze woorden zijn, dat het alleen een gesprek is en dat het dan gewoon machteloos toekijken is. Kan de minister dat toelichten of bevestigen?

Minister Van Essen:

Dat is onzin. Dat is onzin, omdat ik nog erg weinig heb gezien dat een maatregelenpakket dat op 26 juni in een beleidsbrief wordt gepresenteerd, al in oktober tot spoedwetgeving leidt. Dat is ook "alles op alles". Dat is je rol pakken. Provincies hebben hier een rol; die moeten reageren op dit soort verzoeken. Maar wij hebben hier ook een rol om te zorgen dat het Rijk zijn aandeel doet. Als we dat eerder hadden gedaan, drie jaar geleden — dit verzoek ligt er namelijk drie jaar — hadden we hier ook niet met mekaar gezeten.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

We praten wat ons betreft gewoon over onbehoorlijk bestuur als ondernemers en boeren honderdduizenden euro's, soms miljoenen euro's — ja, mensen: miljoenen euro's — investeren om hun stallen te verduurzamen en om te reduceren, en dat dan toch een vergunning wordt ingetrokken. Wat vindt de minister nou eigenlijk van de hele handelswijze van de provincie, van hoe dit allemaal is gegaan? Boeren hebben een halfjaar niks meer gehoord nadat ze plannen hadden ingediend, en dan mogen ze op 16 juli of 17 juli opdraven om te horen dat hun bedrijf, dat vaak generaties — generaties! — in de familie is …

De voorzitter:

Ja. Dank u wel.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

… dat die vergunning wordt ingetrokken.

De voorzitter:

Ja. De minister.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Kan de minister reflecteren op de handelswijze van de provincie?

Minister Van Essen:

Ik denk dat de gedeputeerde in de Statenvergadering, in het spoeddebat dat ze daar in Brabant hebben gehad, heeft gereflecteerd op precies het punt dat mevrouw Van der Plas hier aansnijdt en dat zij haar excuses heeft aangeboden. Ik denk dat het goed is dat ze langs deze ondernemers gaat.

Mevrouw Podt (D66):

Ik denk dat het helder is dat niemand wil dat dit gebeurt zoals het deze zomer is gegaan. Daarom dus misschien nog even heel duidelijk de vraag: kan de minister nou aangeven wat het verband is tussen handhaving, of eigenlijk het voorkomen van handhaving, en het stikstofpakket zoals dat voor de zomer door het kabinet is gepresenteerd?

Minister Van Essen:

Het verband is uiteindelijk dat je, om dit soort handhavingsverzoeken af te kunnen wijzen, een onderbouwing moet hebben van waarom de staat van instandhouding van de natuur erop vooruitgaat of geborgd is. Dan is het dus nodig dat een provincie kan verwijzen naar de maatregelen die het Rijk neemt. Ze kunnen zelf maatregelen nemen, maar het Rijk heeft ook maatregelen te nemen. Het verband daartussen is dat als wij ons pakket juridisch geborgd hebben, het duidelijk is wat de Rijksoverheid doet om onder andere stikstofuitstoot te reduceren en te zorgen dat die natuurgebieden in goede staat van instandhouding zijn. Dan kun je onderbouwd aangeven wat je doet, en daardoor kun je een handhavingsverzoek afwijzen. Dat is precies waar we in het Kamerdebat ook met elkaar over hebben gesproken. Dat laat zien dat we zo gauw als het kan, zo snel als het kan, dat maatregelenpakket in wetgeving om moeten zetten.

De heer Koorevaar (CDA):

Ik viel deze zomer echt van mijn stoel toen ik de berichten over Brabant hoorde. Daarom heb ik toen Kamervragen gesteld en ben ik ook bij een van die pluimveehouders op visite geweest. Wat mij betreft was die brief van juni dé basis om die handhavingsverzoeken van ons weg te duwen. Daarom snapte ik de eerste reactie van de minister ook niet echt. Daar snapte ik helemaal niks van, om heel eerlijk te zijn. Later kwam de minister daarop terug door te zeggen: oké, dit moet anders, dus ik ga alles op alles zetten. Dat lijkt er meer op. Maar heel veel ondernemers met een geldige Nb-vergunning worden onzeker. Mijn vraag is dus: komt de minister op voor alle boerenbedrijven met een geldige Nb-vergunning? Wilt u daar eens op reflecteren?

Minister Van Essen:

De "alles op alles" die ik heb aangegeven in reactie op Kamervragen van de heer Koorevaar en mevrouw Van der Plas heeft juist in zich dat we bij dit pakket doen wat … Dat doen we zodat boeren erop kunnen vertrouwen dat een belangrijk fundament onder hun bedrijven — want dat is een Nb-vergunning — niet om de haverklap aangetast kan worden. Ik vond het ook fijn dat de Kamervragen van de heer Koorevaar mij die kans boden, want zo zit ik erin en zo zit ons pakket erin. Als dat niet duidelijk is bij ondernemers, moeten we de kans benutten om precies onze insteek duidelijk te maken, namelijk dat ondernemers erop moeten kunnen vertrouwen dat een Nb-vergunning in beginsel een fundament onder hun bedrijf kan zijn. Dat heb ik deze zomer gedaan.

De heer Chris Jansen (PVV):

Afgelopen vrijdag was er een bijeenkomst in het provinciehuis van Noord-Brabant. Daar werd een presentatie gegeven door de directeur stikstof van het ministerie en een aantal ambtenaren. Dat moest per se in beslotenheid. Statenleden zijn er zelfs over opgestapt, omdat men weigerde om die informatie in openbaarheid te delen. Mijn vraag is: wat is daar in vredesnaam besproken? Zat er soms iemand van MOB aan tafel, wat dan niet openbaar mag worden of zo?

Minister Van Essen:

De provincie gaat natuurlijk zelf over hoe zij de sessies organiseert. Als minister heb ik daar geen invloed op, dus ook niet op het wel of niet besloten doen, net zoals u dat in de Kamer kunt besluiten. Ik heb niet het idee dat daar grote geheimen zijn verteld of dat daar allerlei partijen bij aangeschoven zijn. De Statenleden zijn bijgepraat door de provincie en er zijn wat vragen gesteld aan het ministerie van LVVN.

De heer Chris Jansen (PVV):

Ze zijn bijgepraat door ambtenaren van het ministerie. De minister zegt: ik heb niet het idee dat daar iets is gebeurd wat niet openbaar had mogen zijn of niet door de beugel kan. Maar heeft de minister überhaupt wel weet van wat daar besproken is? Of is het gewoon gissen?

Minister Van Essen:

Het is een bijeenkomst van de Provinciale Staten van Brabant. Ik ga niet over hoe zij hun vergaderingen organiseren of over wat besloten is en wat niet. Ik ga wel over het volgende. Als men vraagt "mochten er vragen aan de landelijke overheid komen, kan er dan iemand van LVVN aanwezig zijn?", dan zeg ik, net als wanneer uw Kamer vraagt om ambtelijke bijstand of om een technische sessie: ja, tuurlijk. Wat mij betreft hebben we geen geheimen.

Mevrouw Den Hollander (VVD):

Het intrekken van een rechtsgeldige vergunning is wat de VVD betreft het allerzwaarste middel en moet te allen tijde voorkomen worden. We zijn dan ook heel blij dat er op initiatief van de VVD in Brabant uiteindelijk een motie is aangenomen die het college aldaar oproept om nog eens in gesprek te gaan en om het gebiedsproces beter te doorlopen. De minister heeft net al aangegeven in ieder geval het trappetje van Remkes te gaan begeleiden en daar de regie op te pakken. Mijn vraag daarbij is dan nog: gaat de minister er ook op toezien dat de betrokken ondernemers hier tijdig, persoonlijk en duidelijk in worden meegenomen? Daar heeft het de afgelopen weken immers aan ontbroken. Kan alles op alles worden gezet om dit te voorkomen?

Minister Van Essen:

Mijn reden om ook een van de pluimveehouders te bezoeken, was juist om te horen hoe dit proces is gelopen. Dat contact was wat mij betreft niet eenmalig. We hebben, als ik het me goed herinner, ook nummers uitgewisseld en manieren gezocht om contact te houden. Mochten er signalen zijn die voor mij heel relevant zijn om te horen, dan kan de ondernemer die delen. Ik zal bij hen informeren hoe zij het contact, op basis van de motie die daar is ingediend door onder andere de VVD-fractie, hebben ervaren.

Mevrouw Bromet (PRO):

De provincie Noord-Brabant zag zichzelf gedwongen om dit te doen, omdat juist het rijksbeleid uitbleef. Dat zegt de minister nu eigenlijk ook in zijn inleiding. Hij heeft ook gezegd, zoals we al eerder hoorden, dat hij alles op alles gaat zetten om te voorkomen dat die vergunningen ingetrokken gaan worden. Maar is dat niet het scheppen van valse verwachtingen? Er blijft namelijk te veel stikstof uitgestoten worden in dat gebied. Het pakket aan maatregelen gaat er ook voor zorgen dat er minder uitgestoten moet worden, dat er bedrijven worden opgekocht en dat bedrijven moeten omvormen. Is het niet veel eerlijker om te zeggen: er gaan hele grote veranderingen plaatsvinden in Brabant?

Minister Van Essen:

Ja, er gaan grote veranderingen plaatsvinden. Dat is ook de reden dat we zien wat er gebeurt in de landelijke gebieden en dat er signalen naar ons toe komen. Ik vind het wel belangrijk dat een provincie het maatregelenpakket kan meerekenen en meewegen in de afweging die zij te maken heeft. We hebben bijvoorbeeld aangegeven dat we begin volgend jaar met normen voor de intensieve veehouderij willen komen. Ik wil heel graag dat de Tweede Kamer in oktober de spoedwet aanneemt. Hetzelfde geldt voor de Eerste Kamer. Die zaken zijn zo fundamenteel voor hoe we handhavingslijnen en handhavingsverweren opstellen dat ik wil dat Brabant die meeweegt in hoe ze uiteindelijk het besluit nemen. Zij nemen dat besluit. Zij gaan over het aflopen van het trappetje van Remkes. Maar ik vind niet dat je zulke grote stappen zou moeten negeren in het beoordelen van deze verzoeken. Daar heeft mijn reactie op toegezien. Dat laat onverlet dat daar veel staat te gebeuren.

Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):

Met het intrekken van de legitiem verkregen vergunningen van deze vijf pluimveehouders hebben we echt een nieuw dieptepunt in het stikstofdossier bereikt. Ik wil dan ook van de minister weten welke concrete natuurwinst de verwoestende impact op deze vijf pluimveehouders gaat opleveren voor het herstel van de natuur.

Minister Van Essen:

Dat is helemaal afhankelijk van welke stappen op het trappetje van Remkes en welke besluiten de Gedeputeerde Staten nemen. Als ze met innovaties komen, dan is er een heel ander perspectief op de natuurwinst dan wanneer er sprake is van verplaatsing of stoppen. Het is heel moeilijk om daar nu antwoord op te geven, terwijl de gesprekken met de ondernemers lopen.

De heer Goudzwaard (JA21):

De minister had het over hulp aan provincies, maar hulp aan ondernemers is natuurlijk ook heel belangrijk. De minister zei: we gaan een pakket invoeren. Nou, dat mag zeker gebeuren, maar dan moet er wel serieus wat aangepast worden. Vooral het ontbreken van de rekentool is een kwalijk iets. Kan de minister toezeggen, als hij ambieert om 100 zetels aan steun te vergaren, dat hij er alles aan gaat doen om ervoor te gaan liggen, zodat deze onteigening niet doorgaat?

De voorzitter:

De minister.

De heer Goudzwaard (JA21):

Want anders is het gewoon een belachelijk voornemen om te zeggen "we gaan voor brede steun". Dat gaat nooit lukken op deze manier.

Minister Van Essen:

Dit zijn een paar vragen in één. Ja, hulp aan ondernemers is superbelangrijk. Dat zit ook in de uitwerking van het pakket. Daar zitten miljarden in voor ondersteuning aan ondernemers. Dat is superbelangrijk. Dat geldt hopelijk ook straks voor de begroting, die u mag goedkeuren. Zoals ik heb aangegeven, vind ik dat de provincies alles op alles moeten zetten om dit te voorkomen. Dit is een oproep aan ons allen om het pakket snel aan te nemen en een oproep aan de provincies om het te doen. We ondersteunen de ondernemers met subsidies en we ondersteunen de provincies met verweerlijnen op basis van het pakket.

Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):

De democratische rechtsstaat doet het meestal heel goed in D66-kringen. Wetten kun je aanpassen, maar daarvoor zie ik nog weinig animo bij deze minister. Het pakket waar net naar verwezen werd — dat is de brief uit juni — gaat voor heel veel boeren betekenen dat hun bedrijf eindigt. De democratische rechtsstaat gaat ook over grondrechten, over de vrijheid van eigendom en de bescherming daarvan. Hoe zwaar weegt dat voor deze minister? Ik heb uitgebreide vragen gesteld over de consequentie daarvan, maar ik heb daar nog steeds geen antwoord op. Misschien is nu het moment om als minister te zeggen: de vrijheid van eigendom en de bescherming daarvan staan bij mij het allerhoogst in het vaandel.

Minister Van Essen:

Ik vind het belangrijk om te reageren op wat mevrouw Keijzer net zei, namelijk dat het pakket heel wat betekent voor boeren. Dat realiseer ik me als geen ander. Ik woon op een plek waar je, waarschijnlijk net als velen van u, eerst langs vele vlaggen, makelaarsborden en noem het maar op mag. Tegelijkertijd is dit pakket nodig om het onderwerp te voorkomen waar we het nu over hebben, namelijk intrekkingsverzoeken. Dat is mijn motivatie en volgens mij zou dat de motivatie van ons allen moeten zijn.

De heer Grinwis (ChristenUnie):

Over de rechtsonzekerheid voor deze pluimveehouders is al veel gezegd, maar over de rechtsongelijkheid is nog niet zo veel gezegd. Wat vindt de minister ervan dat de rode loper is uitgerold voor de Amercentrale en dat daarvoor een vergunning is verleend en dat industriële bedrijven een convenant is aangeboden, terwijl deze pluimveehouders uit de provincie Noord-Brabant een aanschrijving en een dreigement krijgen dat hun vergunning wordt ingetrokken? Welke invulling geeft deze minister aan zijn stelselverantwoordelijkheid en welke instructieregels komen er voor de provincies om deze rechtsongelijkheid en rechtsonzekerheid te bestrijden?

Minister Van Essen:

Laat ik beginnen met te zeggen — dat hebben we allebei ook eerder in een ander debat over een andere natuurvergunning geconstateerd — dat ik het beeld verschrikkelijk vind dat de ene ondernemer in Nederland wel wordt geholpen maar de andere niet. Ik zal er alles aan doen om me daartegen te verzetten, want volgens mij moet iedereen gelijk behandeld worden. Dat vindt iedereen in dit huis. De instructieregels die er gaan komen, zien er juist op dat het pakket dat we hebben zodanig wordt vormgegeven dat je niet meer in deze situatie komt, omdat de provincies in staat worden gesteld om datgene te voorkomen wat we in Noord-Brabant hebben gezien. Op die manier geef ik invulling aan mijn stelselverantwoordelijkheid, want de provincies hebben een landelijk pakket nodig om ervoor te zorgen dat datgene wat we in Noord-Brabant hebben gezien, niet ook op andere plekken gaat ontstaan.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Ik mis in de reacties van de minister, ook vandaag weer, de context, die relevant is. Ik hoor hem op geen enkele manier zeggen dat het van levensbelang is dat we onze natuur beter gaan beschermen en dat de overheid onder druk van de boerenlobby, waar ook deze boeren zich door hebben laten vertegenwoordigen, voortdurend naar geitenpaadjes heeft gezocht waarvan we wisten dat die spaak zouden gaan lopen: of de individuele boeren komen in de problemen, zoals we nu zien, of de belastingbetaler moet de hele schatkist omkieperen omdat het heel veel geld kost om ze uit te kopen.

De voorzitter:

Uw vraag.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Dat zien we nu gebeuren. Kan de minister bevestigen dat een van die pluimveehouders 100% meer kippen houdt dan in zijn vergunning staat?

Minister Van Essen:

Dat laatste kan ik alleen bevestigen op basis van uitspraken die ik hoorde van de gedeputeerde van Brabant. Wat betreft het eerste punt dat mevrouw Ouwehand aansnijdt: volgens mij heeft u mij op deze plek, in interviews en op andere plekken heel vaak horen zeggen dat natuurherstel de enige weg vooruit is. Ik blijf achter die uitspraak staan. Dat is ook hoe ik ernaar kijk.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Maar ik denk — dit is een advies aan de minister — dat hij het belang van dit maatregelenpakket veel vaker moet uitdragen. Ja, het is ingrijpend voor individuele boeren, maar het is ook nodig, want we kunnen niet zonder de natuur.

Zie je content die volgens jou niet op deze site hoort? Check onze disclaimer.