Tweede Kamer, 92e vergadering

  • Begin10:15
  • Sluiting10:15
  • StatusOngecorrigeerd

Opening

Voorzitter: Van Campen

Aanwezig zijn leden der Kamer, te weten:

De voorzitter:

Ik open de vergadering van woensdag 2 september 2026.

Mededelingen

Mededelingen

Mededelingen

De voorzitter:

Ik deel aan de Kamer mee dat er geen afmeldingen zijn.

Deze mededeling wordt voor kennisgeving aangenomen.

Wet bevorderen integriteit en functioneren decentraal bestuur tweede tranche

Wet bevorderen integriteit en functioneren decentraal bestuur tweede tranche

Aan de orde is de behandeling van:

het wetsvoorstel Wijziging van de Gemeentewet, de Provinciewet, de Waterschapswet en de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba in verband met de risicoanalyse bestuurlijke integriteit voor kandidaat-bestuurders (Wet bevorderen integriteit en functioneren decentraal bestuur tweede tranche) (36892).

De voorzitter:

Aan de orde is de behandeling van de Wet bevorderen integriteit en functioneren decentraal bestuur tweede tranche. Ik heet de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van harte welkom.

De algemene beraadslaging wordt geopend.

De voorzitter:

Ik geef als eerste het woord aan mevrouw Boelsma-Hoekstra voor haar inbreng namens het CDA in de eerste termijn. Er zijn zeven sprekers van de zijde van de Kamer. Het is de bedoeling dat we de hele wetsbehandeling vandaag afronden. Het woord is aan mevrouw Boelsma-Hoekstra.

Mevrouw Boelsma-Hoekstra (CDA):

Dank u wel, voorzitter. Vandaag bespreken we de Wet bevorderen integriteit decentraal bestuur. Integriteit begint niet op het moment dat iemand de fout in gaat. Integriteit begint eigenlijk ook niet op het moment dat iemand wethouder of gedeputeerde wordt. Integriteit begint al daarvoor, namelijk met je bewust zijn van waar je kwetsbaar bent, welke belangen je meeneemt en welke situaties later tot lastige afwegingen kunnen leiden. Ik heb zelf ervaren hoe nuttig het kan zijn om een risicoanalyse te doorlopen voor je aantreden als wethouder, niet omdat er iets mis is, maar juist om vooraf het gesprek te voeren. Wat zijn je belangen? Waar kunnen risico's ontstaan? Wat spreken we daarover af?

Wat het CDA betreft is dat dan ook de belangrijkste waarde van dit wetsvoorstel. Met een risicoanalyse kun je integriteit niet afdwingen, maar je kunt er wel voor zorgen dat mogelijke problemen op tafel liggen voordat ze problemen worden. We hebben gelezen dat veel gemeenten dit gelukkig al doen. Met dit wetsvoorstel krijgt die praktijk een wettelijke basis en worden de verschillen tussen de decentrale overheden kleiner. Het CDA steunt dat.

Voorzitter. Daarmee zijn we er niet. Integriteit is geen vinkje dat je bij je benoeming zet en vervolgens vier jaar in een la legt. Omstandigheden kunnen veranderen. Bestuurders krijgen nieuwe nevenfuncties. Financiële belangen kunnen veranderen. Situaties die bij de benoeming geen risico vormden, kunnen dat later wel worden. Het CDA zou de risicoanalyse daarom nadrukkelijk willen zien als het begin van een doorlopend gesprek over integriteit in plaats van een eenmalige toegangstoets.

Ik zou de minister daarom willen vragen om te onderzoeken hoe een logisch terugkerend integriteitsmoment kan worden ingebouwd na de benoeming. Dat zou bijvoorbeeld halverwege de bestuursperiode kunnen, of wanneer zich een relevante wijziging voordoet in de belangen of nevenfuncties van een bestuurder. Dit is niet bedoeld om iedere bestuurder voortdurend opnieuw door te lichten, maar juist om het gesprek dat we met deze wet aan de voorkant organiseren, ook gedurende de bestuursperiode levend te houden. Uiteindelijk bescherm je integriteit niet alleen met regels. Je beschermt haar vooral met een bestuurscultuur waarin het normaal is om dilemma's op tafel te leggen.

Voor mij is de belangrijkste openstaande vraag de volgende. Een risicoanalyse heeft alleen betekenis als duidelijk is wat er gebeurt wanneer er daadwerkelijk een serieus risico uit naar voren komt. Ik geef een voorbeeld. Stel dat er uit de analyse van een kandidaat-wethouder integriteitsrisico's naar voren komen. De kandidaat herkent zich daar niet in. De burgemeester vindt beheersmaatregelen noodzakelijk. Een meerderheid van de gemeenteraad zegt uiteindelijk: wij vinden dit risico aanvaardbaar en benoemen deze wethouder gewoon. Wie is dan de eigenaar van dat risico? De raad heeft het politieke besluit genomen. De burgemeester heeft tegelijkertijd een wettelijke verantwoordelijkheid voor de bestuurlijke integriteit. De wethouder zit vervolgens gewoon in het college. Kan de raad in zo'n situatie besluiten om de voorgestelde beheersmaatregelen naast zich neer te leggen? Welke verantwoordelijkheid houdt de burgemeester dan? Wat betekent dit voor de waarde van de risicoanalyse?

De voorzitter:

We doen de interrupties in drieën.

De heer Clemminck (JA21):

Ik zat even te luisteren. Zegt de collega nu dat het aan de burgemeester is om voor te stellen wat de beheersmaatregelen moeten zijn? Of is dat aan, bijvoorbeeld, een externe onderzoeker?

Mevrouw Boelsma-Hoekstra (CDA):

De burgemeester is verantwoordelijk voor het proces rondom de risicoanalyse. Het bureau of iemand vanuit de organisatie legt vast wat die risico's zijn. De conclusie daaruit wordt door de burgemeester voorgelegd aan de raad. Als daar een risico uit naar voren komt, dan wordt dat benoemd. Dan is het zo dat de raad — en dat is dus ook mijn punt — daar een ander besluit over zou kunnen nemen.

De heer Clemminck (JA21):

Ja, dat is alleen nog geen antwoord op mijn vraag. De vraag was wie nu eigenlijk aan de raad beheersmaatregelen voorstelt over een kandidaat-wethouder. Is het de burgemeester die de beheersmaatregelen formuleert die hij nodig acht, of is dat aan een externe onderzoeker? Dat maakt namelijk heel erg uit voor de kwetsbaarheid van de burgemeester in het proces van het benoemen van kandidaat-bestuurders.

Mevrouw Boelsma-Hoekstra (CDA):

Uiteindelijk is het aan de burgemeester om het proces te reguleren, maar het kan zijn dat daaruit naar voren komt dat hij een ambtenaar heeft gemandateerd om te bepalen wat de beheersmaatregelen zijn. Het is de verantwoordelijkheid van de burgemeester om die neer te leggen bij de raad, en de raad kan daar een besluit over nemen. Dat is dus de politieke afweging. De feitelijke constatering wordt gedaan door degene die het onderzoek doorloopt of afneemt. De burgemeester legt het voor en het politieke besluit wordt door de raad genomen.

De voorzitter:

U vervolgt.

Mevrouw Boelsma-Hoekstra (CDA):

Ja. Ik wil de minister daarbij ook vragen naar de positie van de burgemeester. We moeten namelijk voorkomen dat we met deze wet wel van de burgemeester vragen om die risico's bloot te leggen — dat is dus het antwoord op die vraag —, maar hem of haar vervolgens met lege handen laten staan wanneer die risico's door de meerderheid terzijde worden geschoven, en dat kan. Welke handelingsmogelijkheden heeft de burgemeester in zo'n situatie?

Voorzitter. Dan kom ik bij een ander punt, namelijk de dossieroverdracht van een burgemeester op een ambtsopvolger of waarnemer. In de schriftelijke ronde had ik hier al vragen over gesteld en in de beantwoording lees ik dat het inherent is aan het stelsel van de Gemeentewet dat de taken van de burgemeester overgaan op een ambtsopvolger. Maar ik lees ook dat een ambtsopvolger of waarnemer van een burgemeester niet zonder reden kennis kan nemen van de dossiers, want uit de AVG volgt dat de verwerking van persoonsgegevens noodzakelijk dient te zijn. Dan is mijn vraag of het aantreden van een opvolger niet reden genoeg is voor deze noodzakelijkheid. Heeft de opvolger van een burgemeester deze kennis niet nodig om het goede gesprek te kunnen voeren? Graag hoor ik een bevestigend antwoord van de minister dat een zittend burgemeester de volledige rapportage altijd mag delen met diens opvolger bij een burgemeesterswissel.

Verder op het volgende onderwerp, namelijk de lokale gedragscode. De wet biedt de mogelijkheid om ook lokale integriteitsnormen te betrekken bij de risicoanalyse. Deze moeten dan in een lokale gedragscode of in een verordening vastgelegd zijn. Ook hierover zijn in de schriftelijke ronde door verschillende fracties vragen gesteld. De regering merkt hierbij op dat het in een gedragscode of verordening voorschrijven van een gedragsregel die afwijkt of verdergaat dan een dwingend rechtelijke wettelijke regeling, niet mogelijk is. Kan de minister uitleggen wat dit betekent, misschien in jip-en-janneketaal? En kan de minister aangeven wat dan wel mogelijk is qua lokale integriteitsnormen?

Afrondend, voorzitter. Voor het CDA is dit wetsvoorstel een stap in de goede richting, echt een stap. Er worden met dit wetsvoorstel een aantal goede zaken geregeld, maar we zien ook dat dit niet een oplossing is voor alle integriteitsproblematiek. Ik ben benieuwd naar de antwoorden van de minister op de gestelde vragen.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Huizenga voor haar inbreng namens D66.

Mevrouw Huizenga (D66):

Dank u wel, voorzitter. Het reces is voorbij en Den Haag ontwaakt weer. De koffers zijn uitgepakt en gisteren is een ander koffertje ingepakt met een belangrijke nota. De agenda loopt alweer sneller vol dan dat je "regeling van werkzaamheden" kunt zeggen. En wat hebben we zoal gedaan deze zomer? Op Instagram zagen we Kamerleden genieten van het weer en van hun familie en een Kamerlid dat zelfs gaat trouwen. Dat is goed nieuws. Zelf heb ik op verschillende manieren bijgetankt, met een week de stilte opzoeken. Dat was misschien nog wel de grootste uitdaging, want politici praten over het algemeen liever dan dat ze stil zijn. Vooral heb ik veel mensen gesproken. Misschien is dat wel de belangrijkste les die ik meeneem naar dit politieke jaar: laten we wat meer rust nemen om echt naar elkaar te luisteren. Met frisse energie, nieuwe ideeën en genoeg verhalen om weer een tijdje vooruit te kunnen: ik ben er klaar voor.

Voorzitter. Hoe mooi is het dat we meteen van gedachten mogen wisselen over een wetsvoorstel? Politiek lijkt vaak te draaien om winnen en verliezen, maar zo gaat het in de sport. In de politiek zou iets anders centraal moeten staan, want het mooiste wat hier te winnen valt, is toch wel vertrouwen. Volksvertegenwoordigers door het hele land doen hun best dat waar te maken. Gelukkig heeft een ruime meerderheid van de Nederlanders vertrouwen in de lokale politiek. Maar omdat de lokale politiek nou eenmaal besluiten neemt over zaken die dicht bij hen staan, is het belangrijk dat er duidelijke integriteitsregels zijn, zodat Nederlanders erop kunnen rekenen dat de politiek er voor hen is. D66 staat voor die politiek van vertrouwen. Daarom steunt mijn fractie het wetsvoorstel dat nu voorligt, maar ik zou de minister nog graag een aantal zaken meegeven.

Ten eerste het waarborgen van neutraliteit. Het enige wat nog schadelijker is voor het vertrouwen in de politiek dan een integriteitskwestie, is dat het onderzoek naar deze kwestie ook nog in twijfel wordt getrokken. De kaders moeten dus echt duidelijk in orde zijn. Zo is een belangrijke vraag: wie voert de risicoanalyse voor de kandidaat-bestuurder uit? Een burgemeester is misschien verantwoordelijk voor de bestuurlijke integriteit, maar hij/zij is een toekomstige collega van die kandidaat-wethouder. Het is voor mijn fractie onwenselijk dat de burgemeester persoonlijk het onderzoek zou uitvoeren. Onwenselijk voor de burgemeester zelf, maar ook voor inwoners en raadsleden, die gebaat zijn bij een onderzoek waar geen kans ligt om de neutraliteit ervan te betwijfelen. Er zijn alternatieven, zoals uitvoering door een bureau of door een ambtenaar. De minister lijkt dit ook wenselijker te vinden, maar sluit uitvoering door de burgemeester niet wettelijk uit en verwijst naar de systematiek van de Gemeentewet. Mijn vraag is dus: vindt de minister het acceptabel als er gemeenten zijn die toch kiezen voor volledige uitvoering door de burgemeester?

Een van de uitgangspunten van het wetsvoorstel is het verkleinen van de lokale verschillen in de uitvoering. Ziet de minister ook dat het wetsvoorstel op dit gebied juist een potentieel verschil in stand houdt? Het toezicht op de analyse leggen bij de volksvertegenwoordiging, zoals de heer Clemminck van JA21 in zijn amendement voorstelt, levert ook nieuwe kwetsbaarheden op. De feiten van een risicoanalyse moeten op neutrale en dus niet-politieke wijze verzameld worden. Hoe die feiten worden gewogen en of een bestuurder benoemd kan worden, is het politieke oordeel. Ik vind dat we die twee onderdelen echt heel goed moeten scheiden.

Voorzitter. Dan kom ik op de wetsevaluatie die ik voorstel in mijn amendement. Het lijkt me verstandig als de rol van de burgemeester daar in ieder geval ook in meegenomen wordt. Daarnaast levert deze wet ook een nieuwe situatie op voor Bonaire, Sint-Eustatius en Saba. De regels daar worden gelijkgetrokken met Europees Nederland, oftewel: sommige regels vervallen en sommige worden toegevoegd. Vanuit het principe "comply or explain" is dat een goed idee: gelijke normen waar dat kan, afwijking waar dat nodig is. Tegelijkertijd is uit onderzoek bekend dat Caribisch Nederland relatief veel integriteitskwesties kent. Dat vraagt om extra alertheid. Kan de minister aangeven hoe deze risico's zijn meegewogen in het besluit om het gelijk te trekken? Ik hoop dat de minister ook de doorwerking op de eilanden wil meenemen in een wetsevaluatie. Ik hoor dan ook graag zijn appreciatie op het amendement.

Voorzitter. Dan de omgang met gevoelige gegevens. In een risicoanalyse kunnen die naar voren komen, niet alleen van de kandidaat-bestuurder, maar ook van diens naasten en derden. Daar zit nog wel echt een kwetsbaarheid. De regering stelt terecht wettelijke eisen aan hoe het verzamelen van die gegevens zich verhoudt tot de privacy van betrokkenen, maar ik mis de onderbouwing over de fase daarna: het bewaren of juist vernietigen van de gegevens. Kan de minister daar nog een toelichting op geven?

Veel overheden zullen de risicoanalyse laten uitvoeren door een commercieel bureau. Maar we zagen de afgelopen maanden veel datalekken bij bedrijven. Daarmee zien we hoe kwetsbaar de beveiliging van persoonsgegevens kan zijn. Hoe gaat de minister waarborgen dat de informatiebeveiliging van deze bureaus op orde is, zodat we de gegevens van familie en ook andere relaties beschermen? Zorgvuldigheid is hier zo belangrijk. Politici worden steeds vaker bedreigd, en dat kan een reden zijn dat minder mensen beschikbaar zijn voor het ambt.

Voorzitter. De wet regelt een landelijke verplichting, maar stelt hier geen landelijke ondersteuning tegenover. In de stukken mis ik nog een reflectie daarop. Ik hoop dat de minister die hier alsnog wil geven. Waarom lezen we in de stukken niets over de ondersteuning van decentrale overheden? Denk aan een expertisecentrum dat overheden kan adviseren over integriteit, over de vereisten van een risicoanalyse of over de samenwerking met een extern bureau. In de tweede termijn dien ik daarover een motie in. Vanuit de samenleving is namelijk al een aantal vragen naar boven gekomen. Zo vraagt de Wethoudersvereniging aandacht voor kwaliteitseisen, ook bij onderzoek naar zittende bestuurders. Kan de minister aangeven wat er uit het aangekondigde onderzoek van twee universiteiten is gekomen en welke conclusies hij daaraan verbindt?

Voorzitter. Dan nog een laatste punt. Met verbazing las ik in het verslag dat sommige fracties twijfelen aan de noodzaak van deze wet. Ja, het is misschien zo dat bijna alle decentrale overheden al werken met een risicoanalyse, maar zonder wettelijke vereisten blijft het instrument kwetsbaar en blijven de onderlinge verschillen groot.

Voorzitter, tot slot. Inwoners, bestuurders en volksvertegenwoordigers hebben hier in feite hetzelfde belang: een bestuur dat we mogen vertrouwen. Met die gedachte zal ik naar de beantwoording van de minister luisteren.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. U heeft een interruptie van meneer Bosma.

De heer Martin Bosma (PVV):

Is cocaïnegebruik integer?

Mevrouw Huizenga (D66):

Dat hangt af van de rol van de persoon die het gebruikt, denk ik. Als het om een bestuurder gaat, is het een ander verhaal.

De heer Martin Bosma (PVV):

We hebben het vandaag over bestuurders. Is het voor een wethouder integer om cocaïne te gebruiken? Zou dat binnen de regels moeten gelden?

Mevrouw Huizenga (D66):

Nou, ik denk dat cocaïne enorm van invloed is op de besluiten die je neemt, dus dat lijkt me zeer onverstandig. Je zou het dus moeten hebben over de vraag of dat onder de regels valt.

De voorzitter:

Afrondend.

De heer Martin Bosma (PVV):

Ik wil het er graag met u over hebben. We hebben gisteren Overasselt gezien, waar de drugsmaffia laat zien hoe groot die is. Die is gewoon een staat in de staat. Maar we hebben ook een D66-wethouder gezien, die gisteren veroordeeld is wegens cocaïnegebruik. Volgens mij is het zo dat cocaïnegebruik niet verboden is, maar dat als je zelf snuift, je meewerkt aan die hele drugsmaffia en je er mede toe bijdraagt dat zaken als Overasselt kunnen gebeuren. Volgens mij is het dus per definitie niet integer.

Mevrouw Huizenga (D66):

Ik denk dat ik daar een heel eind in mee kan gaan, ja.

De voorzitter:

Dank u wel. Het woord is aan meneer Mohandis voor zijn inbreng namens PRO.

De heer Mohandis (PRO):

Voorzitter, dank u. We hebben dit wetsvoorstel met interesse gelezen. Ik moet ook wel eerlijk zeggen dat ik even dacht: op zich lijkt het me alleen maar heel goed dat we met dit wetsvoorstel iets wat staande praktijk is in het land — in ieder geval is er in de meeste gemeenten, provincies en waterschappen een proces en een vorm van integriteitsonderzoek — dichtregelen en uniformeren. Toen ik het allemaal las, dacht ik in beginsel dus: hartstikke goed. Dan ga je natuurlijk het wetsvoorstel lezen. Dan zien we ook wel dingen die wat scherper hadden gekund. Langs die lijnen zal ik dus mijn betoog houden.

Wij vinden het uiteraard van belang dat er in de samenleving veel vertrouwen is in de overheid en het functioneren van het bestuur en de politiek. Dat is niet eenvoudig in een gepolariseerd politiek klimaat, maar ik hoop altijd dat, van welke politieke partij je ook bent … Integriteitsschendingen dragen bij aan de aantasting van het vertrouwen in het ambt. Wij vinden het daarom goed dat het huidige wettelijke kader wordt aangescherpt, zodat de integriteit van politiek bestuurders in elke gemeente en provincie en elk waterschap, ook op de BES-eilanden, boven iedere twijfel verheven is.

Dat gezegd hebbende ga ik naar het wetsvoorstel. Ik zoom in. Wij zijn het eens met de zorgen van de VNG en andere gremia die ons van advies hebben voorzien. Ik kan mij niet voorstellen dat ik de enige ben, want volgens mij hebben we dat als commissie gekregen. Zij geven langs verschillende lijnen aan: op hoofdlijnen steun, maar let op. Dan kom ik gelijk bij ons amendement. Dat is gisteren rondgestuurd. Er komt zo als het goed is een gewijzigde versie; dat gaat om de toelichting, niet om het doel van ons amendement. In het doen van zo'n analyse bestaat namelijk het gevaar van oneindigheid. Wij vinden het belangrijk dat we er een slot op zetten. We weten allemaal hoe dat gaat in de praktijk. Vaak is er een onderhandelingsresultaat, wat partijen na een verkiezing onderhandelen. Dan komt er ergens een soort van witte rook richting het publiek, zo van: dit zijn de kandidaat-wethouders. Dat moment lijkt mij het moment — dat is ook de praktijk — voor de burgemeester om aan de slag te gaan met de scan, met het integriteitsonderzoek. Laten we met elkaar in de wet vastleggen dat dat maximaal vier weken duurt.

Ik zeg er ook gelijk bij richting de collega's: dat is niet in beton gegoten. Wij dachten: het moet voor elke kandidaat helder zijn hoelang een dergelijk onderzoek duurt. Dat kan niet duren, duren, duren, terwijl dat misschien helemaal niet nodig is. Dat gaat dan rondzingen in zo'n gemeente. Dan zegt men: ja, dat onderzoek loopt nog. We weten hoe dat kan gaan in de praktijk. Ik heb dus echt vanuit die praktijkbril dit wetsvoorstel gelezen, als elfjarig gemeenteraadslid en oud-lid van een vertrouwenscommissie, wetende hoe je hier … Ik was ook lid van de commissie van de geloofsbrieven. Dan weet je hoe dit soort processen gaan. Dus wat betreft die termijn van vier weken gaat het ons echt om een cap, vandaar dat wetsvoorstel. Het gaat dus echt om het onderzoek zelf. Dus ja, je kunt natuurlijk aan het begin van het proces al een wethouder bekendmaken. Vaak zijn onderhandelaars ook kandidaat-wethouders.

Ik zie collega Clemminck staan, voorzitter, dus ik stop even.

De heer Clemminck (JA21):

Het amendement zelf lijkt mij overigens inderdaad een goede zet, dus daar zal ik zeker positief naar kijken. Het lijkt me goed om een termijn te hanteren, voor de voortgang van het formatieproces en zodat de installatie van het nieuwe college voor het zomerreces is, zodat je op tijd met je begroting komt. De heer Mohandis had het over het formatieproces. Bij wie ligt de verantwoordelijkheid voor het formatieproces volgens de heer Mohandis?

De heer Mohandis (PRO):

Dit is een heel open vraag en ik zoek nog de link met het wetsvoorstel. Dat mag, hoor; we kunnen het ook hebben over waar ik op vakantie ben geweest. Maar in zijn algemeenheid hebben de politieke partijen die het initiatief nemen, een hoofdverantwoordelijkheid voor het formatieproces. De vraag wordt echter zo open gesteld dat ik ook kan zeggen dat een burgemeester natuurlijk vaak een kopje koffie gaat drinken met de onderhandelende ... Ik snap de vraag nog niet helemaal.

De heer Clemminck (JA21):

Het klopt dat de onderhandelende partijen de verantwoordelijkheid hebben om samen dat formatieproces te doorlopen. De burgemeester heeft daar, behoudens één artikel in de Gemeentewet, geen enkele rol in. De burgemeester wordt ingelicht over het resultaat van de onderhandelingen, maar ook niet meer dan dat. De lead, de verantwoordelijkheid voor het formatieproces, ligt bij de onderhandelende partijen. Dat roept natuurlijk de vraag op of deze risicoanalyse ook onderdeel is van het formatieproces. Het is ook de vraag of deze dan valt onder de verantwoordelijkheid van de formerende partijen en de gemeenteraad.

De heer Mohandis (PRO):

Misschien kijken wij iets anders naar de rol van de gemeenteraad, maar de gemeenteraad is altijd eindverantwoordelijk voor het benoemen van de bestuurder, ook met uw amendement. In the end zijn ze altijd eindverantwoordelijk. Het gaat erom hoe wij kijken naar de rol van de burgemeester in het doen van een feitelijke check. De burgemeester heeft ook het bevorderen van de integriteit in de portefeuille. Dat is overigens ook een wettelijke taak van de burgemeester, nog even los van of u een kroonbenoemde burgemeester iets goeds vindt. Ik denk dat we die discussie vast een keer gaan voeren; ik kijk wat dat betreft ook naar de heer Bosma. Nu wil ik het even sec over het wetsvoorstel hebben, want anders gaan we toch uitweiden op wat er voorligt. Dat mag; ik kijk ook naar de voorzitter. Vind ik dat die rol van de burgemeester heel goed wordt afgebakend en dat het geen politiek oordeel is? Het is eigenlijk bijna een technische rol in het doen van het onderzoek. Daar komt een opbrengst uit en uiteindelijk is de politieke weging aan degenen die gekozen zijn door hun gemeente, provincie of regio.

De heer Clemminck (JA21):

Het is inderdaad zo dat de burgemeester in het formatieproces eigenlijk geen rol heeft, behalve dan vanuit dat ene artikel waarin staat dat hij of zij wordt ingelicht over het resultaat. Dat betekent dat de vertegenwoordigers vanuit de gemeenteraad aan zet zijn. Vaak zijn dat de politiek leiders, de fractievoorzitters dan wel de kandidaat-wethouders. Ligt het dan eigenlijk niet in de rede om, als het formatieproces zodanig bij de raad ligt en de burgemeester daar ook wettelijk gezien eigenlijk geen enkele rol is speelt, ook de regie op het proces van de risicoanalyse ook bij de gemeenteraad te laten?

De heer Mohandis (PRO):

Ik begrijp oprecht wel waar de heer Clemminck aan denkt en hoe de heer Clemminck redeneert, maar de redenering van de heer Clemminck gaat in mijn optiek voorbij aan de rol van de burgemeester. Hij schuift die toch een beetje aan de kant, terwijl die rol er feitelijk is. Ik vind het belangrijk bij integriteitsonderzoeken, ongeacht van welke politieke kleur de kandidaat is, dat men bij de checks waarlangs zo'n integriteitsonderzoek verloopt op geen enkele manier een politieke bril op moet hebben. Op het moment dat die opbrengst er is, is het aan al die partijen in de gemeenteraad om te zeggen of de opbrengst voldoende positief of negatief is om over te gaan tot het benoemen van wethouders. Zo gaat het in ieder geval vaak in de praktijk. Ik zou die rol niet anders willen beleggen, anders wordt een integriteitsonderzoek vanuit PRO-perspectief een politiek circus en dat zou ik niet willen. Dat zou ik ook niet wensen voor het doorlopen van een zorgvuldig integriteitsproces.

De voorzitter:

U vervolgt.

De heer Mohandis (PRO):

Het is wel toevallig — de heer Clemminck voelde het goed aan — want ik was aangekomen bij het punt van de rol van de burgemeester en in mijn antwoord heb ik eigenlijk al van alles gezegd. Nogmaals, wij zien daar echt wel een rollenscheiding; zo noem ik het maar even. Aanvullend op het antwoord dat ik de heer Clemminck gaf, wil ik nog zeggen dat we dat onderdeel steunen.

Dan kom ik bij het wetsvoorstel als geheel. Volgens mij zei mijn collega van het CDA het goed: het is een verbetering ten opzichte van waar we nu staan; een verdere uniformering. Zijn we er? Nee, nog lang niet. Ook naar aanleiding hiervan zullen we met elkaar moeten kijken hoe we dit nog beter gaan maken voor de toekomst.

Voorzitter. Eigenlijk heb ik al gezegd wat ik vind van het amendement van collega Clemminck. Ik heb nog vragen over het wetsvoorstel; sorry voorzitter, dat is wellicht iets saai, technisch. In de voorbereiding van het wetsvoorstel zijn er vanuit verschillende partijen vragen gesteld over de kwaliteitseisen en de prijsontwikkeling bij onderzoeksbureaus. Ik ben heel benieuwd hoe het kabinet dat weegt. Dat vraag ik aan de minister. Welke punten van verbetering ziet hij voor zich, specifiek op het gebied van informatiebeveiliging? Volgens mij refereerde collega Huizenga ook aan die informatiebeveiliging. Het gaat echter ook om het vernietigen van informatie die eigenlijk niet conform de bullets is aan de hand waarvan gecheckt wordt of iemand benoembaar wordt geacht, met inachtneming van de integriteitspunten. Ik ben heel benieuwd hoe we daarmee omgaan. We moeten voorkomen dat er een beeld ontstaat dat er van alles wordt verzameld, ook datgene wat totaal niet relevant is voor het ambt, en dat dat een eigen leven gaat leiden. Daarmee schrikken we ook hele goede potentiële bestuurders af en dat zouden we niet moeten willen met dit wetsvoorstel. Graag een reactie.

Tot slot een hele andere vraag. Het ligt voor de hand dat dit wetsvoorstel gefocust is op bestuurders. Dat is hartstikke goed. Het neemt echter niet weg dat wat ons betreft ook voor volksvertegenwoordigers op alle lagen het niveau van integriteit adequaat, maar ook zo uniform mogelijk moet zijn. Hierbij dus de vraag aan de minister, omdat het denken niet stilstaat: hoe kijkt hij hiernaar? Is de huidige borging op decentraal niveau voldoende uniform? Heeft de minister hier een opvatting over? Wij vonden het te vroeg om nu al bij dit wetsvoorstel allerlei ingewikkelde amendementen toe te voegen; dat geef ik ook toe. Desalniettemin vinden we het wel een goede discussie. Wat ons betreft is het: hoe uniformer, hoe beter. Als ik het heb over waar we naartoe willen, is dat ons uitgangspunt. Dat geldt ook voor integriteitsbureaus met een vergunning. Hoe uniformer de selectie van bureaus die ervaren zijn met het zorgvuldig doen van dit soort integriteitsonderzoeken, hoe beter, in plaats van allerlei nieuwe bureautjes die denken: "Mooi, leuke markt. Ik ga hier geld verdienen in plaats van een zorgvuldig integriteitsproces doorlopen." Heel graag dus een reflectie van de minister op onze zorgen, die ik zojuist heb uitgesproken.

Dan laat ik het voor nu hierbij, voorzitter. Daar doe ik u ook goed mee. We hebben tien minuten opgegeven, maar dat geldt voor meer collega's. Het had ook een hamerstuk kunnen zijn. Desalniettemin is het goed dat we dit met elkaar bespreken.

De voorzitter:

Dank u wel, op wetgevingswoensdag. Het woord is aan meneer Clemminck, voor zijn inbreng namens JA21.

De heer Clemminck (JA21):

Voorzitter, dank u wel. De fractie van JA21 krijgt bij dit wetsvoorstel een déjà-vugevoel en moet denken aan een aantal eerdere wetsvoorstellen van deze minister. Zo was er bijvoorbeeld het wetsvoorstel rondom digitaal vergaderen, of recenter het debat over ondersteuning in het stemhokje. De gemene deler is het volgende. Op het oog is het allemaal wetgeving waar je in essentie niet tegen kan zijn, want wie is er nu tegen de optie om digitaal te vergaderen als dat nodig is? Wie is erop tegen dat burgers ondersteuning kunnen krijgen bij het stemmen in het stemhokje als ze die nodig hebben?

Voorzitter. Wie is er in hemelsnaam tegen het versterken van de integriteit van lokale bestuurders? Waarschijnlijk niemand. Toch vraag ik mij af voor welk probleem deze wet een effectieve oplossing is. Hebben we hier te maken met symboolpolitiek? Wegen de vermeende voordelen op tegen de nadelen? Denk bijvoorbeeld aan toenemende bureaucratie, kosten en terughoudendheid bij kandidaat-bestuurders om zich te kandideren. In zijn algemeenheid is JA21 voor minder uitgeven door de overheid, minder regels en ook minder ambtenaren. We zullen dus ook zorgvuldig moeten zijn over wat we wel of niet in de wet verankeren. Uit onderzoek blijkt dat 96% van de gemeenten al een risicoanalyse uitvoert. Wat is daar mis mee? Wat gaat daar mis?

Voorzitter. De fractie van JA21 verzoekt de minister om op deze vragen nader in te gaan en met betere argumenten te komen dan in de memorie van toelichting, want toe nu toe kunnen die mijn fractie nog niet overtuigen. Het wetsvoorstel roept ook een aantal vragen op. Hoe verhoudt de verplichting om een risicoanalyse uit te voeren zich tot de kandidaat-bestuurders die al bestuurder zijn? Geldt deze verplichting dan ook bij herbenoemingen, of kan er verwezen worden naar het bestaande dossier? Voor de fractie van JA21 is het van groot belang dat in de conclusies van de rapportage op geen enkele, maar dan ook op geen enkele manier een standpunt of advies wordt gegeven over de benoembaarheid van een kandidaat. Ik heb een aantal rapportages bekeken. Een gerenommeerd landelijk bureau schreef in zijn conclusie: "Wij hebben geen feiten en omstandigheden op het gebied van integriteit aangetroffen die een beletsel vormen voor de benoeming van die kandidaat als wethouder van uw gemeente." Mijn vraag aan de minister is simpel: acht hij een dergelijke conclusie en zinsnede wenselijk en toegestaan met dit wetsvoorstel? Bureaucraten en consultants mogen niet op de stoel gaan zitten van de volksvertegenwoordiging. Kan de minister, aanvullend op de memorie van toelichting, daar nader op ingaan?

Voorzitter. Op verschillende plekken in de memorie van toelichting stelt de minister dat een van de beheersmaatregelen kan zijn dat de bestuurder niet meer meeberaadslaagt en niet meestemt over bepaalde onderwerpen. Voorziet de minister dat dergelijke beheersmaatregelen vaker gaan voorkomen? Wat doet dit voor de vaak precaire politieke machtsbalans binnen een college? Op het moment dat één collegelid niet mee mag stemmen, verandert heel vaak de politieke machtsbalans in zo'n gemeente.

In het wetsvoorstel wordt expliciet vermeld dat het niet aan de rechter is om te treden in de gronden die ten grondslag liggen aan het wel of niet benoemen van een kandidaat-bestuurder. Dat is natuurlijk logisch, want dat is aan de gemeenteraad of de politiek. Het wetsvoorstel roept nog wel de vraag op of de kandidaat-bestuurder naar de rechter kan stappen als hij of zij het oneens is met de uitkomst of het proces van een risicoanalyse en de daarbij behorende rapportage. Diegene mag reageren, maar is een rechtsgang ook mogelijk?

Voorzitter. De fractie van JA21 zag in diverse integriteitsonderzoeken ook een check bij het BKR, vanuit de gedachte dat schulden een bestuurder kwetsbaar kunnen maken. Voor mijn fractie is dat een zware ingreep in de privacy van de kandidaat-bestuurder. Kan de minister aangeven of een check bij het BKR onder openbare informatie valt volgens dit wetsvoorstel en in hoeverre dit wenselijk is?

Voorzitter. De fractie van JA21 is weinig enthousiast over dit wetsvoorstel. Op één cruciaal punt proberen wij het wetsvoorstel beter te maken. Ik doel daarmee op het ingediende amendement. Voor mijn fractie geldt in algemene zin: zolang er geen direct gekozen burgemeester is, zijn wij terughoudend in het beleggen van nieuwe taken en verantwoordelijkheden bij burgemeesters en andere kroonbenoemde bestuurders. Dat betekent dat wij altijd kijken of de lokale volksvertegenwoordigers niet beter de nieuwe taken en verantwoordelijkheden kunnen oppakken. Zij hebben immers het democratisch mandaat en zijn het hoogste bestuursorgaan. Soms kan dat en soms kan dat niet; dat besef ik. Maar we kijken er altijd in die volgorde naar. Cruciaal voor de fractie van JA21 — dat is het debatje met de heer Mohandis, natuurlijk — is dat wij de verplichte risicoanalyse voor een kandidaat-bestuurder zien als onderdeel van het benoemingsproces en het formatieproces. Het valt niet onder de reguliere taken van de burgemeester, de bestuurlijke integriteit binnen de gemeente conform artikel 170 van de Gemeentewet, maar het gaat hier echt om een onderdeel van de formatie- en benoemingsprocedure. De risicoanalyse is onderdeel van het proces. De minister erkent dit ook in zijn memorie van toelichting. Zo stelt de minister in de memorie van toelichting dat risicoanalyse "een onderdeel vormt van het benoemingsproces" en dat deze wet "in het kader is van het benoemingsproces". Het benoemen van de wethouders is voorbehouden aan de gemeenteraad, zie ook artikel 35 van de Gemeentewet en soortgelijke bepalingen als het gaat om provincies en waterschappen.

Het is voor mijn fractie niet wenselijk dat niet de volksvertegenwoordiging maar een kroonbenoemde bestuurder de regie over dit proces krijgt, zelfstandig kan onderzoeken en besluit welke informatie wel en niet gedeeld kan worden met de volksvertegenwoordiging. Het zet de burgemeester ook in een zeer kwetsbare positie.

Voorzitter. Met dezelfde waarborg rond privacy en geheimhouding legt mijn amendement deze verantwoordelijkheid over het proces waar die in onze opvatting hoort, namelijk bij de rechtstreeks gekozen volksvertegenwoordiging. Onze volksvertegenwoordigers hebben de ervaring en procedures om hier zorgvuldig mee om te gaan. Denk aan de vertrouwenscommissie bij het benoemen van een burgemeester.

Voorzitter. Kortom, de raad is het hoogste bestuursorgaan, heeft een democratisch mandaat, gaat wettelijk over de benoeming van de wethouders en heeft ervaring met vertrouwensprocedures. Wat JA21 betreft moet de volksvertegenwoordiger dan ook de regie krijgen over het proces, terwijl de uitvoering op afstand wordt gezet door de daartoe gespecialiseerde externe bureaus. Dit was ook een opmerking richting collega Huizenga in ons korte debatje.

Voorzitter, ik rond af. Er zijn ook enkele andere amendementen ingediend. In algemene zin kunnen we deze volgen. Ik heb daar nog een voorbeeld van genoemd, wat betreft de collega van PRO. Ze adresseren voor mijn fractie niet de fundamentele kritiek en de twijfels over de nut en noodzaak van dit wetsvoorstel.

Tot zover, voorzitter. Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. U heeft een interruptie van meneer Mohandis.

De heer Mohandis (PRO):

Ik probeer echt goed te luisteren en te horen waarom het uit de handen van de raad wordt geslagen als een burgemeester gewoon een check doet en dat vervolgens voorlegt aan diezelfde gemeenteraad. Waar zit dat 'm dan in? Waarom zou de raad dan niet eindbeslisser zijn en regievoerder op het totale proces? Ik probeer dat even te snappen.

De heer Clemminck (JA21):

Er zit iets voor, namelijk het principe dat wij liever verantwoordelijkheden leggen bij de democratische volksvertegenwoordiger dan bij een ongekozen burgemeester. Dat zit natuurlijk een stap daarvoor, maar los daarvan brengt het de burgemeester ook in een kwetsbare positie. Het is uiteindelijk de burgemeester die de regie moet voeren over het onderzoek of zelfs — in dit wetsvoorstel is dat zo — zelf het onderzoek laat uitvoeren dan wel mandateert aan een ambtenaar. De burgemeester bekijkt ook wat er uit het onderzoek komt en wat er in een rapportage aan de raad gestuurd wordt. Er zit een filter op. Dat brengt de burgemeester ook in een kwetsbare positie.

Ik had net een interruptiedebatje met een collega van D66. Excuus, ik bedoel het CDA. Het was de eerste bijdrage, uiteraard. Die had het er zelfs over dat de beheersmaatregelen gedefinieerd zouden worden door de burgemeester. Ook dat brengt een burgemeester in een kwetsbare positie. Ik ga kijken of wij dit op een andere manier kunnen organiseren. Ik heb het liever bij de democratisch gekozen volksvertegenwoordiger. Ik heb daar vertrouwen in, want zij bewijzen dat telkens opnieuw wat betreft de kroonbenoemde bestuurders. Daar kunnen wij volgens mij in vertrouwen deze verantwoordelijkheid neerleggen.

De heer Mohandis (PRO):

"De burgemeester in een kwetsbare positie brengen." Ik begrijp dat gewoon echt niet. Dat zou pas zo zijn als de burgemeester op basis van de opbrengst zegt: deze kandidaat zou ik niet doen en die wel. Dan heeft u een punt, maar dat zegt het wetsvoorstel niet. Dan moet u toch even uitleggen waarom het heel kwetsbaar zou zijn. Het andere argument dat u gebruikt is wel interessant. U heeft liever dat een gekozen volksvertegenwoordiger het doet dan een niet gekozen persoon. Ook dat is niet correct. Alle burgers vertrouwen hun volksvertegenwoordigers. Die krijgen het vertrouwen om goede dingen te doen. Ze krijgen dus ook het vertrouwen om een burgemeester te benoemen. Dus om te doen alsof het allemaal heel kwetsbaar wordt met dit wetsvoorstel, is niet helemaal feitelijk.

De heer Clemminck (JA21):

Het is feitelijk dat in dit wetsvoorstel de burgemeester de regie voert over het onderzoek. Het is een feit dat de burgemeester dit onderzoek ook zelfstandig kan doen, ook al wordt dat niet aangeraden, maar de optie heeft de burgemeester wel degelijk. Het is een feit dat de burgemeester uiteindelijk geldt als filter tussen wat de opbrengst is van het onderzoek en wat er naar de raad gaat. Het is ook een feit — als het klopt wat de collega van het CDA zei — dat de burgemeester de beheersmaatregelen definieert.

Zie je content die volgens jou niet op deze site hoort? Check onze disclaimer.