De natuurbranden in het voorjaar en de zomer hebben laten zien welke gevolgen branden kunnen hebben voor natuur, dieren en mensen. Daarom neemt het kabinet maatregelen om het risico op natuurbranden te verkleinen. Het Rijk zet in op verdere stappen: het delen van informatie over het natuurbrandgevaar via de KNMI-app, gebiedsgerichte maatregelen met provincies, de oprichting van het Nationaal Centrum voor Natuurbrandbeheersing en nauwere samenwerking met België, Duitsland en andere EU-landen. Voor de bredere aanpak van natuurbranden heeft het kabinet tot en met 2030 circa 70 miljoen euro beschikbaar. 

Het risico op natuurbranden neemt toe door langere perioden van droogte en hitte. Dit jaar zijn in Nederland meer dan 900 meldingen van natuurbranden geregistreerd. Natuurbranden zijn nooit volledig te voorkomen, maar de kans op een brand en de gevolgen ervan kunnen wel worden verkleind. Daarom zet minister Van Essen van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) in op de hele keten: van preventie en voorbereiding tot een weerbare inrichting en herstel van natuurgebieden. Samen met de veiligheidsregio’s zal het kabinet ook bepalen hoe de bestrijding van natuurbranden verder kan worden verbeterd.

Minister Van Essen: “Natuurbranden hebben ingrijpende gevolgen voor de natuur, dieren en de samenleving. We kunnen ze niet volledig voorkomen, maar we kunnen natuurgebieden wel weerbaarder maken en ons beter voorbereiden om de gevolgen te beperken. Dat begint met gezonde en diverse natuur die water beter vasthoudt, voldoende bluswater en goede bereikbaarheid, maar ook met goede kennisdeling, efficiënte samenwerking tussen professionals in binnen- en buitenland, en vroegtijdige waarschuwing. Daarom kijken we de komende periode ook naar kansen om de 2 miljard euro voor natuurherstel en natuurbeheer zo in te zetten dat maatregelen waar mogelijk ook bijdragen aan het verkleinen van natuurbrandrisico’s.” 

Vroegtijdig waarschuwen

Vroegtijdige waarschuwing moet inwoners en bezoekers helpen tijdig in te spelen op oplopend natuurbrandgevaar. De komende jaren wordt eraan gewerkt om informatie over natuurbrandgevaar via de KNMI-app beschikbaar te maken. Daarbij kan gebruik worden gemaakt van actuele weersgegevens en kennis over omstandigheden die het natuurbrandgevaar vergroten, zoals droogte, warmte en lage luchtvochtigheid. Zo is relevante informatie al beschikbaar voordat sprake is van een acute of dreigende situatie en kunnen mensen die in of rond natuurgebieden wonen, werken of recreëren eerder rekening houden met het natuurbrandgevaar.

Maatregelen in natuurgebieden 

Natuurbrandbeheersing begint niet pas als er brand uitbreekt. Het Rijk werkt daarom met provincies, natuurbeheerders en veiligheidsregio’s aan plannen voor gebieden met een verhoogd natuurbrandrisico. Per gebied wordt bekeken wat nodig is om risico’s te verkleinen en hulpdiensten veilig en effectief te laten optreden, bijvoorbeeld door voldoende bluswater, vlucht- en calamiteitenroutes, goede bereikbaarheid en een weerbaardere inrichting en beheer van de natuur. 

Voor de zomer is samen met provincies, gemeenten en veiligheidsregio’s de richting bepaald om deze gebiedsgerichte aanpak steviger wettelijk te verankeren. Daarbij wordt onder meer gekeken naar landelijke en provinciale regie, het aanwijzen van natuurbrandrisicogebieden, gebiedsgerichte plannen en samenwerking met natuurbeheerders. De komende tijd worden deze bouwstenen verder uitgewerkt in een wetsvoorstel om natuurbrandbeheersing steviger in bestaande wetgeving te verankeren. Natuurherstel en natuurbrandbeheersing gaan daarbij hand in hand: herstel van de waterhuishouding, meer variatie in vegetatie en gericht natuurbeheer kunnen natuurgebieden weerbaarder maken en de verspreiding van vuur afremmen.

Kennis en samenwerking 

De komende maanden wordt het Nationaal Centrum voor Natuurbrandbeheersing opgericht. Dit centrum wordt een landelijk kennis- en praktijkknooppunt, brengt kennis en praktijkervaring samen, verbindt professionals en organisaties en stimuleert onderzoek en innovatie. Zo kunnen inzichten en ervaringen sneller worden benut in heel Nederland. 

Nederland versterkt daarnaast de samenwerking met Duitsland, België en andere EU-landen. Op 2 september ondertekende Nederlandse, Duitse en Belgische bestuurders in Limburg een intentieverklaring om vijf grensoverschrijdende natuurbrandprojecten beter met elkaar te verbinden. Daarbij verschuift de nadruk van elkaar helpen wanneer het misgaat naar gezamenlijk voorbereid zijn voordat een natuurbrand ontstaat. Ook binnen de EU zijn deze zomer, met steun van Nederland, nieuwe afspraken gemaakt over preventie, voorbereiding, vroegtijdige waarschuwing, natuurherstel en samenwerking tussen lidstaten.