Het kabinet draagt bij aan onderzoek naar mogelijke schendingen van het humanitair oorlogsrecht en mensenrechten in Libanon. Dat maakte minister Sjoerdsma van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking donderdag tijdens zijn bezoek aan het land bekend.
Burgers, onder wie hulpverleners en journalisten, mogen nooit doelwit zijn in een conflict. Volgens het humanitair oorlogsrecht moeten strijdende partijen hen niet alleen ontzien maar ook beschermen. In Libanon werden de afgelopen maanden meerdere hulpverleners en journalisten slachtoffer van dodelijke aanvallen als gevolg van het gewapend conflict tussen Israël en Hezbollah. Het kabinet is hier ernstig bezorgd over. Hulpverleners en journalisten moeten hun werk te allen tijde veilig kunnen doen. Mogelijke schendingen vragen om gedegen en onafhankelijk onderzoek om straffeloosheid tegen te gaan.
Nederland stelt daarom € 1,2 miljoen beschikbaar om de Libanese overheid de komende 4 jaar te ondersteunen bij het onderzoeken en documenteren van vermeende schendingen van het humanitair oorlogsrecht en mensenrechten. Deze steun gaat naar een documentatiecentrum van de Libanese National Comittee on International Humanitarian Law (NCIHL). Dit comité is opgericht in 2010 en staat onder leiding van vicepremier dr. Tarek Mitri.
Daarnaast draagt het kabinet € 450.000 extra bij aan het Mensenrechtenkantoor van de Verenigde Naties in Libanon (OHCHR). Het geld is ten eerste bedoeld om het kantoor verder te ondersteunen in onderzoek naar mogelijke mensenrechtenschendingen en schendingen van het humanitair oorlogsrecht.
Ook wordt het geld gebruikt voor steun aan een beoordelingsteam dat onlangs is ingesteld door de VN Hoge Commissaris voor de Mensenrechten, Volker Türk. Dit team doet onderzoek naar vermeende schendingen in Libanon vanaf 2 maart 2026 en zal hier een rapport over opstellen. Nederland steunde het OHCHR-kantoor in Libanon eerder al met een bedrag van € 1,25 miljoen voor de periode 2025–2026.
Minister Sjoerdsma tijdens zijn 3-daagse bezoek aan Libanon: “Hulpverleners, reddingswerkers en journalisten werken onder ongelooflijk moeilijke en gevaarlijke omstandigheden. Vaak zijn zij afkomstig uit lokale gemeenschappen. Ik ben onder de indruk van hun verhalen en heb groot respect voor hun werk. Elk incident waarbij zij geraakt worden, verdient grondig onderzoek. Schendingen van het humanitair oorlogsrecht moeten gedocumenteerd worden – daar maak ik mij als minister hard voor.”
In complexe conflictsituaties kan niet altijd direct worden vastgesteld wat de precieze omstandigheden zijn, terwijl het van belang is om zorgvuldig en op basis van verifieerbare feiten te handelen. Nederland vindt zorgvuldige waarheidsvinding en het tegengaan van straffeloosheid belangrijk en zet zich in voor de veiligheid van hulpverleners en journalisten. Daarom heeft het kabinet besloten hier extra middelen voor beschikbaar te stellen.