Werkgevers hebben sinds de start van de banenafspraak in 2013 91.800 extra banen gerealiseerd voor mensen met een beperking, blijkt uit cijfers over 2025. Dat zijn er 2.200 meer dan het jaar ervoor. Minister Aartsen wil in gesprek met werkgevers en gemeenten om te onderzoeken wat er nodig is om de doelstelling van 125.000 extra banen te halen.

Minister Aartsen: "We kunnen het ons niet veroorloven talent over het hoofd te zien omdat iemand een beperking heeft. Iedereen moet de kans kunnen krijgen om mee te doen op onze arbeidsmarkt. Ondanks alle inspanningen van de afgelopen jaren lukt dat nu nog onvoldoende. Ons systeem is ingewikkeld en stimuleert werkgevers niet genoeg om mensen met een beperking kansen te bieden. Daar wil ik verandering in aanbrengen."

Nieuwe banenafspraak

Het kabinet werkt daarom aan een nieuwe banenafspraak, samen met sociale partners, gemeenten, UWV en ervaringsdeskundigen. Met als belangrijkste uitgangspunt dat de behoefte aan ondersteuning die iemand nodig heeft centraal staat. En niet welke uitkering iemand ontvangt. Tegelijkertijd zet het kabinet nu al belangrijke stappen om werkgevers te helpen meer mensen met een beperking in dienst te nemen. Zo is er een wetsvoorstel in de maak om mensen met een WIA- en WW-uitkering die niet zelfstandig het wettelijk minimumloon kunnen verdienen ook onder de banenafspraak te laten vallen. Het wetsvoorstel regelt ook dat werkgevers loonkostensubsidie kunnen krijgen als zij hen in dienst nemen. Ook kunnen werkgevers nu zelf berekenen hoeveel werknemers met een arbeidsbeperking ze in dienst moeten hebben om te voldoen aan de banenafspraak, het zogeheten quotumpercentage.

Inwerkingtreding Wet banenafspraak

Het kabinet heeft het voornemen om per 2027 alle onderdelen van de Wet banenafspraak in werking te laten treden. Hiermee vervalt het onderscheid tussen markt en overheid bij de telling van het aantal gerealiseerde banen voor de banenafspraak. Het gaat er dan niet meer om waar iemand werkt, maar dát iemand aan het werk is. De verwachting is dat overheids- en marktwerkgevers dan meer banen in gezamenlijkheid gaan realiseren.