Een sterke publieke omroep die klaar is voor de toekomst. Dat is het doel van het wetsvoorstel voor de hervorming en modernisering van de publieke omroep dat minister Letschert (OCW) vandaag in internetconsultatie brengt. Nu big tech met hun enorme bereik en kapitaalkracht steeds meer bepalen wat Nederlanders zien, horen en delen, is een onafhankelijke, zichtbare en toegankelijke publieke omroep belangrijker dan ooit.
Daarom gaat het roer om. De huidige 11 omroepverenigingen maken plaats voor 4 sterke omroephuizen. De taakomroepen NOS en NTR worden samengebracht in 1 organisatie onder de naam NOS. Ook verdwijnt het huidige ledenmodel en bepaalt de omvang van het ledenbestand niet meer welke omroepen toe- of uittreden. Zo ontstaat een publieke omroep die minder versnipperd is, sterker samenwerkt en beter in staat is om iedereen in Nederland te bereiken met betrouwbaar, onafhankelijk en pluriform media-aanbod.
Minister Letschert: „De publieke omroep is er voor betrouwbare informatie, onafhankelijke journalistiek en programma's die laten zien hoe veelzijdig Nederland is. Die rol wil ik ook voor de toekomst zeker stellen, en dat vraagt om broodnodige verandering. Met minder bestuurlijke drukte en meer gezamenlijke verantwoordelijkheid kan de publieke omroep zich focussen op het maken van goede programma's, sterke journalistiek en digitale vernieuwing.’’
Het medialandschap is ingrijpend veranderd. Big tech en kunstmatige intelligentie bepalen steeds vaker wat mensen zien, horen en lezen. Door het gebruik van algoritmes zie je steeds vaker dezelfde content waardoor verschillende invalshoeken minder zichtbaar zijn. Een sterke publieke omroep is belangrijk voor de democratische rechtsstaat. Toegang tot betrouwbare informatie en ruimte voor verschillende perspectieven vormen daarvoor een belangrijke basis.
Hoofdlijnen hervorming van de publieke omroep
1. Vaste plek voor omroepen vervangt ledensysteem
- Het huidige bestel uit de vorige eeuw is toe aan vernieuwing. Het wetsvoorstel geeft de publieke omroep een nieuwe structuur met een vaste plek voor omroephuizen en meer continuïteit en zekerheid voor medewerkers. Het systeem van toe- en uittreding op basis van ledenaantallen verdwijnt.
- De publieke omroep kan zo sneller inspelen op ontwikkelingen in de samenleving. De 4 omroephuizen zijn samen verantwoordelijk voor een aanbod waarin nieuwe perspectieven en geluiden een plek krijgen.
2. 4 omroephuizen met een heldere structuur
- Er komen 4 omroephuizen waarin de elf omroepverenigingen kunnen opgaan. Taakomroepen NTR en NOS gaan samen verder onder de naam NOS. Elk omroephuis verzorgt het media-aanbod, is werkgever van het eigen personeel en functioneert als één geheel.
- De 4 omroephuizen en de NOS zijn samen verantwoordelijk voor het media-aanbod dat de hele samenleving bedient. Ze stemmen onderling af, zodat ze elkaar aanvullen in plaats van overlappen.
- Elk omroephuis krijgt 1 raad van toezicht en 1 bestuur. Er komen afkoelperiodes tussen functies, maximale zittingstermijnen en transparante benoemingsprocedures. Ook wordt de gezamenlijke gedragscode aangescherpt.
3. Meer samenwerking en duidelijkere rollen
- Omroephuizen, NOS en coördinerende organisatie NPO spreken voor meerdere jaren af welk omroephuis wat gaat maken. Daardoor krijgen de omroephuizen en de NOS meer ruimte om zelf keuzes te maken in de programmering.
- De wet legt duidelijker vast welke rol de NPO en de omroepen hebben op het gebied van digitalisering. Zo wordt het aanbieden van een on-demandplatform wettelijk verankerd. Dat zorgt ervoor dat het aanbod beter aansluit bij het mediagebruik van het publiek.
Internetconsultatie
Iedereen kan via de internetconsultatie reageren op het wetsvoorstel. De reacties kunnen helpen om het voorstel verder te verbeteren voordat het naar de Raad van State en het parlement gaat.
Zolang het wetsvoorstel voor de hervorming nog niet is vastgesteld en in werking is getreden, blijft de huidige wet het geldende juridische kader. Dat geldt ook voor het systeem waarbij het ledenaantal bepalend is voor toetreding. Dit betekent dat eind 2026 opnieuw een peildatum voor de ledentelling moet worden vastgesteld. Zodra duidelijk is dat het wetsvoorstel voor het nieuwe bestel op voldoende steun kan rekenen, wordt de ledentelling beëindigd. Het nieuwe bestel zou moeten ingaan op 1 januari 2029.