Tweede Kamer, 6e vergadering
- Begin10:15
- Sluiting10:15
- StatusOngecorrigeerd
Opening
Voorzitter: Paulusma
Aanwezig zijn leden der Kamer, te weten:
De voorzitter:
Ik open de vergadering van donderdag 24 september 2026.
Mededelingen
Mededelingen
Mededelingen
De voorzitter:
Ik deel aan de Kamer mee dat er geen afmeldingen zijn.
Deze mededeling wordt voor kennisgeving aangenomen.
Energieraad (informeel) d.d. 28-29 september 2026
Energieraad (informeel) d.d. 28-29 september 2026
Aan de orde is het tweeminutendebat Energieraad (informeel) d.d. 28-29 september 2026 (21501-32, nr. 1242).
De voorzitter:
We kunnen direct verder met het tweeminutendebat Energieraad. Ik heet de leden van de Kamer van harte welkom. Ik heet de minister van harte welkom in vak K. We gaan als eerste luisteren naar mevrouw Van Oosterhout, die spreekt namens de fractie van PRO.
Mevrouw Van Oosterhout (PRO):
Dank u wel, voorzitter. De minister gaat in de Energieraad onder meer spreken over de betaalbaarheid van energie. De minister weet inmiddels dat dit een belangrijk onderwerp is voor mijn fractie. Daarom heb ik nog enkele vragen als vervolg op het schriftelijk overleg. De minister schrijft dat verduurzamen moet blijven lonen. Dat onderschrijven wij natuurlijk. Gaat de minister pleiten voor concrete Europese maatregelen die juist energiearme huishoudens bereiken? Want wie eenmaal is overgestapt op elektrisch, moet daar ook op de rekening iets van merken. Hoe kijkt de minister naar het plan van de Commissie dat elektriciteit niet zwaarder dan gas belast mag worden? Steunt zij dat plan?
In het verlengde daarvan een vraag over het plan van de minister om in de Energieraad te pleiten voor directe subsidiëring van netkosten voor specifieke groepen gebruikers. De minister doelt in haar antwoord op de industrie, neem ik aan, maar ziet zij ook dat mensen in energiearmoede te maken krijgen met hoge netkosten? Zou dat ook niet een specifieke groep mensen moeten zijn waar zij zich in Brussel voor inzet?
Tot slot, voorzitter. Aangezien we het hebben over elektrificatie: accu's van elektrische auto's hebben een gigantisch potentieel dat we vooralsnog onbenut laten. Zij moeten een integraal onderdeel worden van ons energiesysteem. Daarom de volgende motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat het bidirectioneel laden van elektrische auto's potentieel een regelbaar vermogen kan leveren van 9,5 GW in 2050;
constaterende dat dit zowel de kosten van de uitbreiding van het elektriciteitsnet en dus de energierekening stevig kan verlagen als de weerbaarheid van het net kan verhogen;
verzoekt de regering om zich, in het kader van het Europese actieplan voor elektrificatie, in te spannen om bidirectioneel laden de standaard te maken voor nieuwe elektrische auto's,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Oosterhout, De Hoop en Klos.
Zij krijgt nr. 1243 (21501-33).
Dank u wel. We gaan luisteren naar diezelfde heer Klos, die spreekt namens de fractie van D66. Nee, dat gaan we niet doen. Dan gaan we luisteren naar het lid Kostić, die spreekt namens de Partij voor de Dieren.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Voorzitter. Ik heb drie moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de beschikbaarheid van drinkwater door de klimaatcrisis steeds meer onder druk staat;
constaterende dat datacenters voor koeling aanzienlijke hoeveelheden water gebruiken;
verzoekt de regering om zich in te zetten voor een Europees verbod op het gebruik van hoogwaardig drinkwater voor proceskoeling van datacenters,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Kostić en Teunissen.
Zij krijgt nr. 1244 (21501-33).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de groei van datacenters leidt tot een toenemende vraag naar elektriciteit, water en netcapaciteit;
overwegende dat vrijwillige transparantie en efficiëntiedoelen onvoldoende waarborgen bieden dat datacenters binnen klimaat-, water- en milieugrenzen opereren;
verzoekt de regering om zich in Europees verband in te zetten voor bindende normen voor de energie- en milieuprestaties van datacenters, waaronder normen voor water- en energie-efficiëntie, gebruik van hernieuwbare energie en watergebruik,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Kostić en Teunissen.
Zij krijgt nr. 1246 (21501-33).
Kamerlid Kostić (PvdD):
Tot slot.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat onvoldoende inzicht bestaat in het huidige en verwachte energie- en waterverbruik van datacenters en de bredere techsector in Nederland en de Europese Unie;
constaterende dat transparantie noodzakelijk is om de gevolgen voor netcapaciteit, waterbeschikbaarheid, klimaat en leefomgeving te kunnen beoordelen;
verzoekt de regering om zich in Europees verband in te zetten voor verplichte, gestandaardiseerde en publiek toegankelijke rapportage door datacenters en andere digitale infrastructuur over ten minste:
het energie- en waterverbruik;
het piekvermogen en de belasting van het elektriciteitsnet;
de verwachte ontwikkeling van dit verbruik,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Kostić en Teunissen.
Zij krijgt nr. 1245 (21501-33).
Dank u wel. We zijn altijd flexibel in de Kamer, dus ik ga nu de heer Van den Berg uitnodigen om te spreken namens JA21.
De heer Van den Berg (JA21):
Dank, voorzitter. Allereerst een vraag over onze motie over het opnemen van kernenergie in alle Europese doelen en in de netwerkplanning. We hebben het verslag gezien van de Energieraad van juni. Ik wilde de minister vragen of die motie nou is uitgevoerd zoals wij haar hebben bedoeld: het zou in alle Europese beleidsdoelen moeten worden opgenomen. Daar hoor ik dus graag een reflectie op van de minister.
Dan heb ik nog een motie. Die ben ik vergeten, volgens mij. Die ligt nog op mijn bureau.
De voorzitter:
Ik ben in een hele goede bui. Als u heel snel rent …
De heer Van den Berg (JA21):
Ik ren.
De voorzitter:
En ook snel terug rent, dan wachten we even. Haalt u diep adem. Gaat uw gang.
De heer Van den Berg (JA21):
Zeker. Het liep even uit bij het ziekenhuis.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat GTS voor de winter 2026/2027 een vuldoel van 115 tWh heeft geadviseerd op basis van een scenario met een zeer koude winter;
constaterende dat het kabinet het nationale vuldoel inmiddels heeft verlaagd naar 93 tWh;
overwegende dat voor de beoordeling van de leveringszekerheid niet alleen de gemiddelde winter, maar juist de gevolgen van uitzonderlijke combinaties van kou en aanbodverstoring relevant zijn;
verzoekt de regering uiterlijk 15 oktober 2026 een stresstest voor de gasleveringszekerheid in de winter 2026/2027 aan de Kamer te sturen, waarin ten minste wordt doorgerekend:
een zeer koude winter in combinatie met het wegvallen van de grootste aanvoerbron;
een langdurige verstoring in de aanvoer van lng;
achterblijvende vulgraden in omliggende lidstaten;
een combinatie van deze omstandigheden,
en daarbij per scenario inzichtelijk te maken wanneer aanvullende marktmaatregelen, strategische voorraden, Europese solidariteitsmaatregelen en uiteindelijk afschakeling noodzakelijk worden,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van den Berg.
Zij krijgt nr. 1247 (21501-33).
De heer Van den Berg (JA21):
Nou laat ik de motie vallen. Soms heb je van die dagen. Als dit het begin is, dan kijk ik uit naar de rest.
Dank u wel.
De voorzitter:
Het kan alleen maar beter worden. Het geeft wel aanleiding tot een vraag. Gaat u nog heel even terug.
Mevrouw Müller (VVD):
Ik vind het op zich hartstikke goed om aandacht te vragen voor de leveringszekerheid en de gasvoorraden. Tegelijkertijd vind ik deze motie een beetje buiten het bereik van waar we vandaag over praten, de informele Energieraad. Kan de heer Van den Berg daarop reflecteren.
De heer Van den Berg (JA21):
Jazeker. Dank voor deze vraag. Deze Energieraad gaat juist over de Europese vuldoelen en hoe wij in Europees verband omgaan met de leveringszekerheid. Juist met dat thema en die aandacht vind ik het van groot belang dat wij ook Europees kijken of we voldoende weerbaarheid hebben opgebouwd. Daarom doe ik de oproep om dat met andere lidstaten te bekijken. Uiteindelijk moeten we het met Europa doen en niet alleen.
De voorzitter:
Dank u wel. We gaan vijf minuten schorsen.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen het debat. Wij zijn bezig met het tweeminutendebat Energieraad en zijn toegekomen aan de beantwoording van de vragen door de minister en de appreciaties van de ingediende moties. Ik geef haar daarvoor graag het woord.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Dank u wel, voorzitter. Dank ook aan de leden voor de vragen. De eerste vraag was van mevrouw Van Oosterhout: gaat de minister in Dublin pleiten voor concrete Europese maatregelen die juist energiearme huishoudens bereiken? Ja, dat gaan wij zeker doen. Ik zal pleiten voor maatregelen die ook voordelen opleveren voor energiearme of financieel kwetsbare huishoudens, zoals standaarden voor slimme apparaten. Dat zijn allemaal maatregelen die helpen om de energierekening op een goede manier makkelijk te kunnen beheersen. We werken, uiteraard samen met de collega van SZW, aan een aanvullende structurele ondersteuning via het Sociaal Klimaatplan. Daarvoor ligt het voortouw bij de minister van SZW. Daar wordt aan gewerkt.
Dan de vraag: moet verduurzamen blijven lonen? Absoluut.
Dan was er nog de vraag over de directe subsidiëring van netkosten. Ja, ik zal me tijdens de Energieraad inzetten voor de mogelijkheid om de nettarieven voor de industrie te verlagen via subsidies. Er is namelijk een heel direct weglekrisico richting België en Duitsland, waar die netkosten ook gesubsidieerd worden. Het is natuurlijk heel belangrijk dat we met elkaar goed oog houden voor de energierekening van huishoudens. Daar zijn verschillende instrumenten voor. Volgens mij gaan we daar zo meteen, over een halfuur, met elkaar uitgebreid het debat over voeren. Ik stel voor dat we de rest van de discussie hierover, of dat voldoende is en of de netkosten daarin een rol moeten spelen, in dat debat voeren. Dan is er een motie van mevrouw Van Oosterhout, die vraagt om de …
De voorzitter:
Nu had ik veel te veel afleiding. Dat lukt mij niet. Mevrouw Van Oosterhout, ik ga ervan uit dat u een vraag heeft over de reactie op een vraag. Gaat uw gang.
Mevrouw Van Oosterhout (PRO):
Eigenlijk twee vragen. Eén vraag is niet beantwoord. Ten eerste: gaat de minister dus niet pleiten voor het verlagen van de nettarieven voor huishoudens?
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Zo meteen gaan we met elkaar uitgebreid het debat voeren. Ik geef aan dat de directe subsidiëring waar het in de brief over gaat, specifiek ging over de industrie, omdat daar die weglekeffecten zijn. Voor de vraag of er iets aanvullends nodig is, lijkt mij het debat over de energierekening van huishoudens de goede plek om het daarover nader te hebben.
Mevrouw Van Oosterhout (PRO):
Daar gaan we het dan zeker nog over hebben. Ik had ook nog gevraagd naar het plan van de commissie om elektriciteit niet zwaarder te belasten dan gas. Kan de minister daarop reageren?
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Inderdaad, een terecht punt. Het kabinet onderschrijft dat het belang van elektrificatie niet onnodig moet worden belemmerd door de energiebelasting. Het in balans brengen van tarieven voor gas en elektriciteit zou een bijdrage kunnen leveren aan verdere verduurzaming. De aanpassing van de energiebelastingtarieven elektriciteit kost echter veel geld. Het gaat mogelijk om ongeveer 800 miljoen per jaar. Hiervoor is nu geen dekking, maar we maken richting het voorjaar altijd een nieuwe integrale weging van de energiebelastingtarieven, in samenhang met de besluitvorming daar. Op dit moment is dat niet voorzien omdat er geen dekking is voor wat dat potentieel zou kunnen kosten.
Mevrouw Van Oosterhout (PRO):
Maar de minister steunt in principe het plan van de Commissie om het op die manier in te richten?
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
De vraag of Europa een rol moet spelen in het bepalen van de nationale belastingtarieven is een aparte vraag. Nederland is er voorstander van dat lidstaten zelf de mogelijkheid houden om de belastingtarieven te beheersen. Dat wil niet zeggen dat het een absolute "nee" is, maar wel dat dit besloten zou moeten worden via unanimiteit, zoals dat altijd gaat met belastingmaatregelen. In die zin zou het logischer zijn om de belastingmaatregelen te bespreken in de context van de Ecofin.
De voorzitter:
Gaat u verder met de appreciaties.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
En daar zal Nederland zijn positie innemen.
De voorzitter:
Gaat u verder met de appreciaties van de ingediende moties.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Dank u wel, voorzitter. De eerste motie op stuk nr. 1243 van mevrouw Van Oosterhout vraagt de regering om zich er in het kader van het Europese plan voor elektrificatie voor in te spannen om bidirectioneel laden de standaard te laten zijn. Die motie krijgt oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1243 krijgt oordeel Kamer.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Dan de moties op de stukken nrs. 1244, 1245 en 1246. Die betreffen onderwerpen die niet direct op de agenda van de informele Raad staan. Het is overigens een informele Raad en geen besluitvormende Raad. Ik zou de indieners willen vragen om deze moties aan te houden. Deze moties liggen niet primair bij mij en ik zal de collega's die relevant zijn voor deze moties, vragen om de moties te appreciëren. Als ze nu direct in stemming zouden worden gebracht, moet ik ze ontraden. Dit staat niet op de agenda, dus fijn als ze kunnen worden aangehouden. Ik zal de collega's vragen ze te appreciëren.
De voorzitter:
Het lid Kostić knikt.
Op verzoek van Kamerlid Kostić stel ik voor de moties (21501-33, nrs. 1244, 1245 en 1246) aan te houden.
Daartoe wordt besloten.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Hartelijk dank. De heer Van den Berg stelde een vraag over zijn eerdere motie over kernenergie. Dat wordt meegenomen in de netwerkplanning in alle Europese landen. Ik neem de motie mee bij de verdere inzet in Europa. Dan de motie op stuk nr. 1247. Dat is de …
De voorzitter:
Nu ben ik in de war. Volgens mij heeft het lid Kostić gezegd dat de moties op de stukken nrs. 1244, 1245 en 1246 worden aangehouden. Gaat de minister nu de motie op stuk nr. 1247 appreciëren?
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Jazeker. De vraag is om uiterlijk 15 oktober 2026 een stresstest aan de Kamer te sturen. Ik wil de heer Van den Berg vragen om deze motie aan te houden. Dit najaar komt er al een update van een risico-evaluatie naar aanleiding van de verordening, met scenario's. Die risico-evaluatie loopt en wij zullen de Kamer informeren over de resultaten. De planning van dat lopende onderzoek is wel dat het net iets na 15 oktober komt. Ik kan het niet vervroegen naar vóór 15 oktober. Dat komt schriftelijk. Er komt overigens ook spoedig een brief over strategisch gasbeleid naar de Kamer, dus dan kunnen die twee gezamenlijk betrokken worden bij een debat.
De voorzitter:
Ik kijk naar de heer Van den Berg. Wilt u de motie op stuk nr. 1247 aanhouden?
De heer Van den Berg (JA21):
Ik ga dat nog even overwegen en maak die keus later op de dag.
De voorzitter:
Ik ga even inbreken, want er is geen later op de dag. Wij gaan vanmiddag stemmen over deze moties. Ik vraag de minister wat de appreciatie wordt als u de motie niet wilt aanhouden.
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Dan moet ik haar ontraden, omdat uiterlijk 15 oktober gewoon niet haalbaar is in de planning van dit belangrijke onderzoek. Ik moet de motie dus om die reden ontraden, maar ik deel wel het belang van het doen van dit soort studies. Daarom loopt die studie ook.
De heer Van den Berg (JA21):
Met dat antwoord houd ik de motie aan.
De voorzitter:
Op verzoek van de heer Van den Berg stel ik voor zijn motie (21501-33, nr. 1247) aan te houden.
Daartoe wordt besloten.
De heer Van den Berg (JA21):
Ik heb nog een vraag over kernenergie. We hebben in juni een motie ingediend met het verzoek om kernenergie in alle Europese doelen en financieringsinstrumenten mee te nemen bij de infrastructuurplanning. Die motie werd ontraden. In het verslag van de regering en in het non-paper dat is ingediend, zie ik geen afwijking van wat al eerder is ingebracht, namelijk dat we inzetten op kernenergie.
De voorzitter:
En uw vraag?
De heer Van den Berg (JA21):
Wat is het concrete verschil geweest dat de minister heeft ingebracht naar aanleiding van die motie ten opzichte van wat ze al eerder heeft ingebracht?
Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Voor deze informele Energieraad, waar dit niet specifiek op de agenda staat, ben ik nu ter plekke overvraagd wat betreft het exacte verschil. We nemen dat graag mee in het verslag over de informele Energieraad. Dan kunnen we hierop terugkomen.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan zijn we aan het einde gekomen van dit tweeminutendebat.
De beraadslaging wordt gesloten.
De voorzitter:
Zoals ik al aangaf, gaan we vanmiddag stemmen over de ingediende moties. Ik schors voor een enkel ogenblik.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
Landbouw- en Visserijraad d.d. 28-29 september 2026
Landbouw- en Visserijraad d.d. 28-29 september 2026
Aan de orde is het tweeminutendebat Landbouw- en Visserijraad d.d. 28-29 september 2026 (21501-32, nr. 1834).
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is het tweeminutendebat Landbouw- en Visserijraad. Ik heet de nieuwe collega's in de plenaire zaal van harte welkom en ook de bewindspersonen in vak K. We gaan als eerste luisteren naar de collega die spreekt namens de fractie van BBB, mevrouw Van der Plas. Gaat uw gang.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dank u wel. Ik heb een aantal moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
verzoekt de regering bij de eiwittransitie uit te gaan van vrijwilligheid en de keuzevrijheid van consumenten te waarborgen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Plas.
Zij krijgt nr. 1842 (21501-32).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Nederlandse bevolking niet minder dierlijke eiwitten is gaan consumeren;
overwegende dat het bewust terugdringen van de Nederlandse productie van dierlijke eiwitten, terwijl de vraag daarnaar niet afneemt, leidt tot een grotere afhankelijkheid van buitenlandse voedselproductie en het risico op hogere voedselprijzen;
overwegende dat het niet aan de overheid is om de voedselkeuze van burgers af te dwingen door de productie van voedsel waarnaar nog altijd vraag bestaat bewust terug te dringen en daarmee de beschikbaarheid en betaalbaarheid ervan onder druk te zetten;
verzoekt de regering op geen enkele wijze te sturen op een afname van de Nederlandse productie van dierlijke eiwitten,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Plas.
Zij krijgt nr. 1843 (21501-32).
Dat geeft aanleiding tot een vraag van mevrouw Podt. Gaat uw gang.
Mevrouw Podt (D66):
Het staat natuurlijk iedereen vrij om moties in te dienen, maar ik ben een beetje in de war. Deze moties lijken gericht op het debat van gisteren, terwijl we nu bij elkaar zijn voor de Landbouw- en Visserijraad, toch? Of ben ik nu in de war?
Mevrouw Van der Plas (BBB):
We hebben dit ook meegenomen in de inbreng.
De voorzitter:
Gaat u verder met uw moties.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Voorzitter.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat in Duitsland grote gebieden voor de visserij mogelijk worden gesloten;
overwegende dat deze gebiedssluitingen gevolgen hebben voor Nederlandse garnalenvissers die actief zijn in die gebieden;
overwegende dat het behoud van voldoende visgronden van groot belang is voor het toekomstperspectief van de Nederlandse garnalenvisserij;
verzoekt de staatsecretaris om op korte termijn met de Duitse ambtsgenoot in gesprek te gaan over de gevolgen van de Duitse gebiedssluitingen voor Nederlandse garnalenvissers en zich daarbij in te zetten voor het behoud van hun visgronden, en de Kamer hierover te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Plas.
Zij krijgt nr. 1844 (21501-32).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat beroepsvissers en sportvissers al meerdere jaren karpers uit de Oostvaardersplassen moeten redden in de droge zomermaanden;
overwegende dat het uitzetten van deze karpers op andere locaties gevolgen heeft voor de waterkwaliteit doordat karpers de bodem omwoelen;
verzoekt de regering de terreinbeherende organisatie, beroepsvissers, sportvissers en andere betrokken partijen met elkaar in gesprek te brengen om tot een structurele oplossing te komen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Plas.
Zij krijgt nr. 1845 (21501-32).
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Alstublieft.
De voorzitter:
Dank u wel. We gaan nu luisteren naar mevrouw Podt. Zij spreekt namens de fractie van D66. Gaat u uw gang.
Mevrouw Podt (D66):
Voorzitter. Ik heb geen moties, wel vragen. Alle consternatie van dinsdag bleek achteraf niet nodig, want er is gister toch niet over de Food and Feed Omnibus gestemd. Blijkbaar was dat omdat Italië zich toch weer tegen het voorstel heeft verzet. Ik neem aan dat de staatssecretaris zich kritisch zal blijven uitspreken over dit proces. Het is niet acceptabel dat wij als parlement last minute door zulke hoepels moeten springen om inspraak te hebben over de Nederlandse inzet in Europa.
Ik ben ook benieuwd waarom Italië gedraaid is en hoe het het voorstel wil veranderen. Heeft de staatssecretaris een beeld van hoe het proces er verder uitziet en van wat het krachtenveld wordt? Natuurlijk is het allerbelangrijkste hoe hij gaat zorgen dat het voorstel niet weer wordt afgezwakt.
Ten slotte, voorzitter. Zowel in de beantwoording gisteren als in de beantwoording van het SO toonde de staatssecretaris zich ambitieus over bedrijven die duurzaam nieuw voedsel maken met biotechnologie. Ik heb de concrete vraag of hij van plan is om deel te nemen aan het IPCEI Biobased Food and Feed Ingredients, een Europees project dat juist deze bedrijven heel veel kansen biedt. In deze economische sector kan Nederland wereldleider zijn. Mijn oproep is dan ook om alles op alles te zetten om deze kansen te pakken.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. We gaan nu luisteren naar de heer Jansen. Hij spreekt namens de fractie van de PVV. Gaat u uw gang.
De heer Chris Jansen (PVV):
Dank, voorzitter. Ik heb één motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat momenteel circa 83 nieuwe werkzame stoffen met betrekking tot gewasbeschermingsmiddelen wachten op afronding van Europese beoordelings- en toelatingsprocedures;
overwegende dat boeren en tuinders dagelijks werken aan de productie van veilig, hoogwaardig en betaalbaar voedsel van eigen bodem, maar daarbij steeds vaker worden geconfronteerd met ziekten, plagen en onkruiden waarvoor onvoldoende effectieve oplossingen beschikbaar zijn;
verzoekt de regering zich er bij de onderhandelingen over de Food and Feed Safety Omnibus voor in te zetten dat de bestaande achterstand in de beoordeling van nieuwe werkzame stoffen structureel wordt weggewerkt en dat hiervoor bindende termijnen en duidelijke verantwoordingsmechanismen worden vastgelegd,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Chris Jansen.
Zij krijgt nr. 1846 (21501-32).
Dank u wel. We gaan nu luisteren naar het lid Kostić. Het is een hele verrassende ochtend! Maar gaat u uw gang, lid Kostić.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Het is inderdaad verrassend, voorzitter. De meeste mensen hebben een ongezonde hoeveelheid pfas in hun bloed. Pfas schaadt ongeboren kinderen en kan leiden tot onvruchtbaarheid en kanker. Het zit zelfs in het glas water dat ik vastheb. Het zit zelfs in moedermelk. Pfas in moedermelk! Staat u daar even bij stil. Kinderen die nu worden geboren, worden allemaal geboren met pfas in hun bloed.
We weten dat pfas-deeltjes voor een groot deel van landbouwgif komen. Toch is het gebruik van pfas-houdend landbouwgif verdubbeld in Nederland. Europa doet er niets aan. Nederland gaat heel misschien iets doen in 2028, terwijl andere landen nu maatregelen nemen. Het is meer dan tijd om de gezondheid van onze kinderen te beschermen. Daarom de volgende motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het kabinet zich inzet voor een pfas-verbod in de EU, maar dat dit verbod niet gaat om bestrijdingsmiddelen en er ook geen vooruitzicht is dat dit spoedig zal volgen;
constaterende dat de ILT stelt dat bestrijdingsmiddelen in de bodem aantoonbaar afbreken tot TFA, een vorm van pfas, en dat TFA giftig is, nauwelijks afbreekt en ons water ernstig bedreigt;
constaterende dat het gebruik van pfas-houdende pesticiden volgens de ILT verdubbeld is en een groeiend gevaar vormt voor drinkwater in Nederland;
constaterende dat uit het CLM-rapport volgt dat TFA-vormende bestrijdingsmiddelen een van de grootste pfas-bronnen naar de leefomgeving zijn;
constaterende dat recent wetenschappelijk onderzoek heeft vastgesteld dat TFA ongeboren kinderen en mogelijk de vruchtbaarheid aantast;
constaterende dat pfas nu ook in moedermelk zit en de meeste mensen ongezonde hoeveelheden pfas in hun bloed hebben;
overwegende dat gezien de gezondheidsrisico's het onverantwoord is om nog veel langer te wachten op maatregelen en de Kamer daarom eerder heeft besloten om te vragen om meer nationale maatregelen (28089, nr. 373);
verzoekt de regering om gezondheid van onder andere kinderen op één te zetten en met medestanders in de EU in te zetten voor een verbod op pfas-houdende bestrijdingsmiddelen, en ondertussen de Kamer zo snel mogelijk dit jaar in te lichten hoe er eerder dan 2028 nationale maatregelen kunnen worden genomen, gezien de ernstige gevaren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Kostić.
Zij krijgt nr. 1847 (21501-32).
Dank u wel. We gaan luisteren naar … O, dat geeft aanleiding tot een vraag. Zou het lid Kostić terug willen komen, alstublieft?
De heer Chris Jansen (PVV):
Volgens mij zit pfas in alles, niet alleen in bestrijdingsmiddelen. Daarnaast hoorde ik het lid Kostić zeggen dat Europa hier niets aan doet. Volgens mij is juist een Europees verbod aanstaande. Volgens mij heeft het lid Kostić de feiten dus niet op orde.
Kamerlid Kostić (PvdD):
We moeten twee dingen van elkaar onderscheiden. Pfas zit inderdaad ongeveer in bijna alles, maar dat betekent niet dat alles een bron is. Het zit in alles. Het zit in drinkwater omdat het ergens vandaan komt. We weten dat het uit de industrie komt, maar die pesticiden, die bestrijdingsmiddelen, dat landbouwgif of hoe je het ook wil noemen zijn een andere heel belangrijke bron; dat zeggen de waterschappen, het CLM-rapport en eigenlijk al onze instanties, zoals de ILT. Dat is een hele belangrijke bron. Het probleem met Europese maatregelen is ten eerste dat die er nog steeds niet komen. Ten tweede worden bestrijdingsmiddelen daarin niet meegenomen. Dat pfas-verbod waar Europa naar streeft en waar Nederland zich terecht voor inzet, geldt dus helaas niet voor bestrijdingsmiddelen. Pfas wordt straks dus volop over het land verspreid door bestrijdingsmiddelen. Dat komt via ons voedsel uiteindelijk in ons water en op ons bord.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Chris Jansen (PVV):
Gewasbeschermingsmiddelen zijn geen gif.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Zeker wel.
De heer Chris Jansen (PVV):
Ik vind het best wel storend dat het lid Kostić dat iedere keer opnieuw blijft zeggen. Die gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt om te voorkomen dat alles wat verbouwd wordt op het land gewoon bederft. Dan hebben we helemaal niets te eten.
De voorzitter:
En uw vraag?
De heer Chris Jansen (PVV):
Dan gaan we gewoon dood, nog veel sneller dan wanneer we misschien pfas tot ons krijgen. Misschien moet het lid Kostić dus eens een keer nadenken.
De voorzitter:
Maar uw vraag?
De heer Chris Jansen (PVV):
Mijn vraag is … Misschien moet het lid Kostić beter nadenken voordat zij hier iedere keer de term "gif" blijft neerleggen en gewoon eens gaan nadenken over wat dit doet met de mensen, wat dit doet met de boeren en wat dit ook betekent voor het gevaar dat boeren hiermee lopen. Is het lid Kostić dat met mij eens?
Kamerlid Kostić (PvdD):
Ik gun onze boeren een gezonde toekomst, ook voor hun kinderen. Ik denk dat ook heel veel boeren zich zorgen maken over dat pfas. Kijk, die boeren kunnen nauwelijks kiezen. Het is vaak ook voor hen niet duidelijk waar pfas nou wel of niet in zit. Het gaat erom dat je uiteindelijk een landbouwsysteem wil hebben dat dit soort troep niet bevat. Ik hoor de PVV weer zeggen "let nou op die producenten en op die bedrijven", maar het zit dus in moedermelk. Moedermelk! Dat is toch echt … Ik kan dat niet meer tolereren. De hoeveelheid pfas-houdende bestrijdingsmiddelen is de afgelopen jaren dus verdubbeld. Het is een van de grootste bronnen van pfas. Ik kan het niet meer verantwoorden. Ik vind het echt verwerpelijk dat de PVV mij verwijt dat ik de feiten niet op orde heb, terwijl zij zelf de feiten niet op orde heeft en ook nog eens de gezondheid van onze kinderen negeert. Ik vind het echt schadelijk, hoor!
De voorzitter:
Dank u wel. We gaan luisteren naar mevrouw Bromet, die spreekt namens de fractie van PRO. Gaat uw gang.
Mevrouw Bromet (PRO):
Voorzitter. Het is nogal wat als je wetenschappers vraagt om een onderzoek te doen, maar vervolgens naar eigen inzicht in dat advies gaat rommelen. Onderzoekers van de Wageningen Universiteit hebben geadviseerd over de status van de bruinvis en de grijze zeehond, zodat we die gegevens met de Europese Commissie kunnen delen, maar het kabinet wijkt af van dat advies. PRO vindt dit ingewikkeld. Dit doet afbreuk aan de geloofwaardigheid van de onderzoekers, die nota bene door het kabinet om advies zijn gevraagd. Ik vroeg schriftelijk om een stevige wetenschappelijke onderbouwing van waarom Nederland afwijkt. Ik kreeg wel een uitleg, maar niet een wetenschappelijke onderbouwing. Daar heb ik wat vragen over. Kan een nadere onderbouwing van deze afwijking nog met de Kamer worden gedeeld? Hoe kan ik als Kamerlid controleren dat dit onderbouwde keuzes waren en geen politieke wensen? Waarom neemt het kabinet geen contact op met wetenschappers als er redelijke twijfel bestaat over de uitkomsten van hun onderzoek? En wat zijn de gevolgen van het doorgeven van deze afwijkende adviezen aan de Europese Commissie? Wat gaat het kabinet doen om niet nog een keer het advies van de wetenschappers te betwisten?
Voorzitter. Dan nog iets over de financiering van natuurherstel. In de EU bestaan allerlei potjes waarmee lidstaten een deel van hun natuurherstel kunnen betalen. Wij hebben afgelopen weekend met de commissie een werkbezoek afgelegd. Toen hebben we daarover gehoord. Ik zou van de minister willen weten of wij die potjes nu optimaal benutten. Kan de minister inventariseren welke Europese potjes er nog zijn voor natuurherstel die ingezet kunnen worden voor de opgave waar we voor staan?
Zie je content die volgens jou niet op deze site hoort? Check onze disclaimer.