De hulp voor jongeren met complexe problematiek moet beter. Daarom komen minister Sterk (Langdurige Zorg, Jeugd en Sport), staatssecretaris Van Bruggen (Justitie en Veiligheid) en staatssecretaris Tielen (Onderwijs en Emancipatie) met een aantal concrete aanvullende stappen voor de korte en lange termijn. Voor kinderen en jongeren die momenteel in een 1-op-1 setting verblijven moeten passende oplossingen worden gevonden. Daarnaast wordt geïnvesteerd in passende zorg op de langere termijn, zodat 1-op-1-plaatsingen worden voorkomen.
Minister Sterk: “Met de excuses voor de gesloten jeugdhulp, die we afgelopen 29 augustus hebben aangeboden, hebben we met alle partijen duidelijk gemaakt: we moeten het anders en beter gaan doen voor jongeren met complexe problematiek. Er zijn de afgelopen jaren grote stappen gezet om de gesloten jeugdhulp af te bouwen, en waar deze nog nodig is om te bouwen. Ondanks de stappen die we hebben gezet, zijn we er nog niet. We zien onder andere uit de aantallen 1-op-1 plaatsingen dat de zorg voor jongeren met complexe problematiek tekortschiet. Daarom moeten we oplossingen vinden voor de jongeren die hier nu mee te maken hebben én ook voor de toekomst zorgen voor voldoende passende alternatieven.”
Terugdringen 1-op-1 plaatsingen
Mede door de afbouw van de gesloten jeugdhulp wordt duidelijker dat er een tekort is aan passende hulp voor jongeren met complexe problematiek. Hierdoor wordt noodgedwongen gekozen voor hulp die niet biedt wat deze jongeren écht nodig hebben, waaronder 1-op-1 plaatsingen, bijvoorbeeld op vakantieparken. Dat is voor jongeren vaak geen passende oplossing en is bovendien zeer kostbaar. Daarom werkt de minister samen met gemeenten aan een doorbraakaanpak om voor deze jongeren tot passende hulp te komen, bij voorkeur in de eigen regio. Hiervoor zoeken jeugdregio’s samen met gecertificeerde instellingen, regionale expertteams, scholen en bovenregionale expertnetwerken naar oplossingen, waarin ook ouders een belangrijke rol hebben.
Meer passend aanbod voor complexe problematiek
Het kabinet stelt voor 2026, 2027 en 2028 in totaal €77 miljoen beschikbaar aan jeugdregio’s. Hiermee kunnen zij meer passende hulp ontwikkelen voor jongeren met complexe problematiek. Op die manier kan onder meer worden voorkomen dat jongeren in een 1-op-1 setting worden geplaatst. En wanneer residentieel verblijf noodzakelijk is, jongeren zo snel als mogelijk weer naar huis kunnen. Daarnaast gaat minister Sterk met de jeugdregio’s in gesprek hoe zij zorgen voor passende zorg voor jongeren met complexe problemen én wat zij hiervoor nodig hebben.
Ook wordt €20 miljoen gereserveerd om de landelijke randvoorwaarden hiervoor te organiseren. Daarbij wordt ingezet op meer inzicht in het aanbod van residentiële hulp, meer coördinatie op residentiële plaatsingen zodat betere matching plaatsvindt tussen het beschikbare aanbod en wat de jongere nodig heeft, en op een landelijk kwaliteitsprogramma met minimale kwaliteitseisen voor de residentiële jeugdhulp.
Wettelijk kader gesloten jeugdhulp
De ervaringen van jongeren hebben ons laten zien dat gesloten jeugdhulp hen op termijn niet helpt, en zelfs schadelijk kan zijn. Daarom wordt de gesloten jeugdhulp afgebouwd. Tegelijkertijd zullen er situaties blijven waarbij het, onder strikte voorwaarden, nodig is om jongeren te begrenzen voor hun eigen veiligheid of die van hun omgeving. Daarom werkt minister Sterk aan een nieuw wettelijk kader voor gesloten jeugdhulp. Een belangrijk aandachtspunt hierbij is dat we moeten voorkomen dat met het nieuwe kader dezelfde situaties en misstanden kunnen ontstaan die aanleiding hebben gegeven voor de afbouw van de gesloten jeugdhulp. Daarom staat een sterke rechtsbescherming voor jongeren voorop. Ervaringsdeskundigen worden dan ook actief betrokken.
Geen wetswijziging voor nachtelijke kamerinsluiting
In juni 2025 is het voornemen aangekondigd om de jeugdwet aan te passen om nachtelijke kamerinsluiting mogelijk te maken binnen de gesloten jeugdhulp. Met dit voornemen zou in specifieke situaties, waarin er een gegrond risico is op ernstig gevaar voor de gezondheid of veiligheid van andere jongeren of medewerkers op een groep, toe worden gestaan dat jongeren ‘s nachts worden ingesloten in hun kamer. Bijvoorbeeld wanneer er sprake is van ronselen of seksueel overschrijdend gedrag. Na intensieve gesprekken met ervaringsdeskundigen en gesloten jeugdhulp aanbieders concludeert minister Sterk om niet door te gaan met deze wetswijziging, omdat de noodzaak tot een wetswijziging onvoldoende onderbouwd kan worden. Daarnaast ziet de minister een te groot risico dat deze maatregel in de praktijk geleidelijk aan steeds vaker wordt gebruikt, bijvoorbeeld vanwege personeelstekort. Tegelijkertijd blijven deze situaties wel bestaan en vraagt dit veel van zorgprofessionals en zorgaanbieders. De Minister gaat daarom in gesprek met zorgaanbieders over oplossingen.