Commissie besluit België voor het Hof van Justitie van de Europese Unie te dagen wegens erkenning van scheidsrechterlijke uitspraken tussen investeerders en staten die in strijd zijn met het beginsel van autonomie van het EU-recht
De Europese Commissie heeft vandaag besloten België (INFR(2025)2199) voor het Hof van Justitie van de Europese Unie te dagen wegens niet-nakoming van zijn verplichting uit hoofde van het EU-recht om scheidsrechterlijke uitspraken tussen investeerders en staten die in strijd zijn met het beginsel van autonomie van het EU-recht, niet te erkennen.
Na de wijziging van een regeling voor hernieuwbare energie hadden sommige investeerders scheidsrechterlijke uitspraken gevraagd en verkregen waarbij bepaalde andere lidstaten dan België werden verplicht die investeerders te compenseren. In de jurisprudentie van het Hof van Justitie wordt echter verduidelijkt dat dergelijke uitspraken in strijd zijn met onder meer de staatssteunregels van de EU en dus niet ten uitvoer mogen worden gelegd. Na deze beoordeling door het Hof hebben deze lidstaten de betrokken scheidsrechterlijke uitspraken bij de Commissie aangemeld als staatssteun. Bijgevolg mogen deze bedragen niet worden uitbetaald voordat de Commissie ze op grond van de staatssteunregels heeft goedgekeurd.
De Belgische administratieve autoriteiten hebben de scheidsrechterlijke uitspraken echter erkend en zo rechtstreeks uitvoerbaar gemaakt in België, zonder te wachten op de toestemming van de Commissie aan de andere lidstaten om de staatssteun toe te kennen. Zodoende heeft België een imminent risico gecreëerd dat andere lidstaten gedwongen zouden zijn de compensatie te betalen, in weerwil van de artikelen 267 en 344 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) en het algemene beginsel van autonomie van het Hof van Justitie, en in weerwil van de standstill-verplichting van artikel 108, lid 3, VWEU en Besluit SA.40348 van de Commissie betreffende de regeling voor hernieuwbare energie.
De verzoeken om erkenning van de scheidsrechterlijke uitspraken vormen een poging om het Unierecht te omzeilen. België had zich hiertegen moeten verzetten op grond van het beginsel van loyale samenwerking, zoals vastgelegd in artikel 4, lid 3, van het Verdrag betreffende de Europese Unie, juncto artikel 108, lid 3, VWEU, Besluit SA.40348 en de jurisprudentie van het Hof van Justitie over het scheidsgerecht bij investeringen en de verplichting voor administratieve overheden om geen nationale regels toe te passen die het rechtstreeks toepasselijke Unierecht schenden.
De Commissie heeft België daarom in december 2025 een ingebrekestelling gestuurd, in april 2026 gevolgd door een met redenen omkleed advies. De Commissie is van mening dat de Belgische autoriteiten de inbreuk niet hebben aangepakt en daagt België daarom voor het Hof van Justitie.
Achtergrond
In de betrokken scheidsrechterlijke uitspraken wordt vastgesteld dat na, de wijziging van een regeling voor hernieuwbare energie, bepaalde andere lidstaten dan België de verplichting tot eerlijke en billijke behandeling van investeerders zouden hebben geschonden. Daarom verplichten zij die lidstaten om investeerders te compenseren.
In de jurisprudentie van het Hof van Justitie wordt echter verduidelijkt dat dergelijke uitspraken in strijd zijn met de staatssteunregels van de EU en het verbod op arbitrage tussen investeerders en staten binnen de EU en dus niet ten uitvoer mogen worden gelegd. Zoals de Commissie ook verduidelijkte in haar besluit SA.40348, betekent dit ook dat elke compensatie aan een investeerder die door een scheidsrechterlijke uitspraak is toegewezen, op grond van artikel 108, lid 3, VWEU, aan te melden staatssteun is en is onderworpen aan de standstill-verplichting. Scheidsgerechten zijn niet bevoegd om de toekenning van staatssteun goed te keuren, aangezien dit een exclusieve bevoegdheid van de Commissie is.
Meer informatie
Zie je content die volgens jou niet op deze site hoort? Check onze disclaimer.