Je gaat langs de bibliotheek, zingt in een koor, bezoekt een film of loopt langs de oude molen om de hoek. Cultuur is overal om ons heen. Het maakt ons creatief, brengt mensen samen en levert ook een belangrijke bijdrage aan de economie. Nederlandse makers en culturele instellingen staan hoog aangeschreven. Om dit ook in de toekomst zo te houden moeten er aanpassingen worden gedaan aan het cultuurbestel. De ministerraad heeft daarvoor een plan vastgesteld op voorstel van minister Letschert van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Goede toegang voor iedereen, minder eisen en toekomstbestendige rijkscultuurfondsen staan in het plan centraal.
Toegankelijker, eenvoudiger en toekomstbestendig
In ons land werken gemeenten, Rijk en provincies samen om een rijk en gevarieerd cultureel aanbod mogelijk te maken. Zowel in de praktijk als uit diverse onderzoeken, onder andere van de Raad voor Cultuur, blijkt dat het stelsel beter en eenvoudiger kan. De samenleving verandert en het bestel moet ook in de toekomst blijven aansluiten bij de behoeften van het publiek, de makers en culturele instellingen. Minister Letschert heeft daarbij drie doelen:
-
Goede toegang
Iedereen in ons Koninkrijk moet goede toegang hebben tot cultuur, of je nu in de stad of in de regio woont. Uit onderzoek blijkt dat het culturele aanbod in de basis goed gespreid is over het land, maar dat er ook ruimte is voor verbetering. De minister gaat met gemeenten en provincies kijken hoe er beter kan worden samengewerkt en op welke manier het culturele aanbod versterkt kan worden op plaatsen waar dat nodig is.
-
Eenvoudiger en meer zekerheid
Het subsidiesysteem is complex geworden. Minister Letschert werkt daarom aan vereenvoudiging van de procedures en een wetswijziging om de maximale subsidietermijn te verlengen naar acht jaar, zodat er voor een deel van de instellingen meer rust en zekerheid is. Bij de rijkscultuurfondsen, die een belangrijke rol hebben bij het verdelen van subsidie, ontstaat ruimte voor achtjarige en korter lopende subsidies. Dat sluit beter aan bij de praktijk van makers en instellingen.
-
Toekomstbestendig bestel
Op dit moment worden cultuursubsidies van het Rijk verdeeld via het ministerie en de zes rijkscultuurfondsen. Minister Letschert wil de artistieke vrijheid beter beschermen, met de politiek op afstand. Zij wil sterkere rijkscultuurfondsen, met een grotere verantwoordelijkheid, meer overzicht en minder overlap. Er komt een kwartiermaker om dit traject te begeleiden. Belangrijk uitgangspunt is dat de grote sectorale deskundigheid van de fondsen bewaard blijft.
Zorgvuldig traject
De minister wil de herziening van het cultuurbestel zorgvuldig aanpakken. De komende tijd gaat zij veel gesprekken voeren met verschillende vertegenwoordigers uit die culturele sector. Omdat breed draagvlak voor haar belangrijk is, maakt zij rond de zomer van 2027 definitieve keuzes. Belangrijk uitgangspunt is dat organisaties en fondsen zich moeten kunnen voorbereiden op de veranderingen, en culturele makers en instellingen moeten weten waar ze aan toe zijn. Op 1 januari 2029 start de nieuwe subsidieperiode.