De Eerste Kamer heeft ingestemd met de Wet terugkeer en vreemdelingenbewaring. Met de wet krijgt de overheid meer mogelijkheden om vreemdelingen die niet in Nederland mogen blijven mee te laten werken aan hun vertrek. Ook kan een grotere groep vreemdelingen die door crimineel gedrag ernstige overlast veroorzaakt, ongewenst worden verklaard. Daarnaast wordt met dit wetsvoorstel de rechterlijke dwangsom in het vreemdelingenrecht afgeschaft. Tot slot creëert het kabinet een passender juridisch kader voor vreemdelingenbewaring, dat past bij het beschikbaar houden van vreemdelingen voor de terugkeerprocedure.
Meer mogelijkheden om vertrek af te dwingen
Door deze wet kan medewerking aan vertrek beter worden afgedwongen. Bijvoorbeeld wanneer een vreemdeling weigert naar een vertrekgesprek of presentatie op een ambassade te gaan. De overheid kan die medewerking dan fysiek afdwingen. Als een vreemdeling vervolgens blijft weigeren om aan deze verplichting mee te werken, kan die worden gestraft met een gevangenisstraf van maximaal 3 maanden of een geldboete.
Crimineel gedrag vaker aanleiding voor een ongewenstverklaring
De ongewenstverklaring kan voortaan ook worden opgelegd aan vreemdelingen die onder de Europese Terugkeerrichtlijn vallen. Hierdoor kunnen meer vreemdelingen, die met crimineel gedrag overlast veroorzaken, ongewenst worden verklaard. Bijvoorbeeld als het gaat om diefstal of een strafzaak na vechtpartijen. Nadat een ongewenstverklaring is opgelegd moet de vreemdeling Nederland onmiddellijk verlaten en mag deze persoon niet meer terugkeren.
Afschaffen rechterlijke dwangsommen
Met deze wet worden de rechterlijke dwangsommen in het vreemdelingenrecht afgeschaft. Zo’n dwangsom kan nu door de rechter worden opgelegd als de IND niet op tijd beslist op een aanvraag.
In de praktijk helpen dwangsommen niet om sneller tot een besluit te komen, maar leiden deze vooral tot veel juridische procedures die veel capaciteit vragen van de IND. Die capaciteit moet juist ingezet kunnen worden voor het primaire proces: beslissen op asielaanvragen. Ook leggen de dwangsommen een fors beslag op de financiële middelen.
Een passender kader voor vreemdelingenbewaring
Het kabinet zorgt met deze wet dat vreemdelingenbewaring een juridisch kader krijgt dat past bij deze maatregel. Ook komt er meer tijd voor de politie en Koninklijke Marechaussee om te beoordelen of vreemdelingenbewaring nodig is en opgelegd kan worden. Daarmee wordt voorkomen dat door tijdsgebrek vreemdelingen niet in bewaring kunnen worden gesteld.
Minister Van den Brink: “We zetten alle middelen in om terugkeer van mensen die hier niet mogen blijven te verbeteren. Deze wet regelt wat nodig is om terugkeer daadwerkelijk af te kunnen dwingen. Ook verruimen we de mogelijkheden voor een ongewenstverklaring en stoppen we met rechtelijke dwangsommen. Zo krijgen we meer controle over terugkeer en kunnen we doorpakken waar dat nodig is.”