Tweede Kamer, 14e vergadering
- Begin10:15
- Sluiting10:16
- StatusOngecorrigeerd
Opening
Voorzitter: Michon-Derkzen
Aanwezig zijn leden der Kamer, te weten:
De voorzitter:
Ik open de vergadering van woensdag 14 oktober. Ik vraag alle leden om plaats te nemen en om te gaan zitten. Ik heet de minister van VWS van harte welkom.
Mededelingen
Mededelingen
Mededelingen
De voorzitter:
Ik deel aan de Kamer mee dat er geen afmeldingen zijn.
Deze mededeling wordt voor kennisgeving aangenomen.
Uitwerking ontwikkelroute passende acute zorg in de regio en stand van zaken invoering budgetbekostiging spoedeisende hulp
Uitwerking ontwikkelroute passende acute zorg in de regio en stand van zaken invoering budgetbekostiging spoedeisende hulp
Aan de orde is het tweeminutendebat Uitwerking ontwikkelroute passende acute zorg in de regio en stand van zaken invoering budgetbekostiging spoedeisende hulp (29247, nr. 493).
De voorzitter:
We hebben nog een paar tweeminutendebatten. Dat wil ik eigenlijk in een vlot tempo doen, zodat we kunnen starten met het debat over de begroting. Het eerste debat is het tweeminutendebat Uitwerking ontwikkelroute passende acute zorg in de regio en stand van zaken invoering budgetbekostiging spoedeisende hulp. De eerste spreker in het debat is mevrouw Maeijer. Ik geef haar het woord. De heer Claassen?
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Ik wil verzoeken of ik mee mag doen aan dit tweeminutendebat.
De voorzitter:
Ik kijk naar de leden om te zien of daar bezwaar tegen is. Dat is niet het geval. Daarmee is ook de heer Claassen spreker in het tweeminutendebat. Het woord is aan mevrouw Maeijer.
Mevrouw Maeijer (PVV):
Goedemorgen, voorzitter. Ik heb één motie. Die ga ik gelijk indienen.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de minister sterker wil sturen op concentratie van zorg, maar geen landelijke normen voor spreiding wil opstellen, waardoor het behoud van ziekenhuiszorg dichtbij onvoldoende wordt beschermd;
overwegende dat hooggespecialiseerde zorg waar nodig geconcentreerd moet worden, maar reguliere ziekenhuiszorg zo veel mogelijk dichtbij beschikbaar moet blijven;
overwegende dat kleinere ziekenhuizen door het verlies van functies en patiënten financieel onder druk kunnen komen te staan, terwijl hun vaste kosten blijven bestaan;
verzoekt de regering om het ziekenhuis dichtbij als uitgangspunt te nemen bij de inrichting van het ziekenhuislandschap, hooggespecialiseerde zorg waar nodig te concentreren en reguliere ziekenhuiszorg, SEH's en ic's zo veel mogelijk te behouden in streekziekenhuizen en kleinere ziekenhuizen, ook in de Randstad;
verzoekt de regering tevens om artsen en andere acutezorgprofessionals het voortouw te geven bij de regionale plannen voor acute zorg, zodat financiële belangen niet de doorslag geven bij keuzes over het behoud van acute zorg,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Maeijer.
Zij krijgt nr. 494 (29247).
Dank u wel.
Mevrouw Maeijer (PVV):
Dank u wel.
De voorzitter:
De volgende spreker is mevrouw Dobbe. Zij spreekt namens de SP. Ik nodig haar uit om hier haar bijdrage te doen. Gaat uw gang.
Mevrouw Dobbe (SP):
Dank u wel, voorzitter. Twee moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat er plannen zijn om de SEH, de verloskundeafdeling en de intensive care in het Zuyderlandziekenhuis in Heerlen te sluiten;
overwegende dat onduidelijk is hoe groot de maatschappelijke kosten hiervan zullen zijn, terwijl deze door slechter toegankelijke zorg en langere aanrijtijden aanzienlijk kunnen zijn;
verzoekt de regering om een health impact analysis te laten uitvoeren naar de gevolgen van de bestaande plannen voor de gezondheid van de bewoners van de Parkstadregio,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Dobbe.
Zij krijgt nr. 495 (29247).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het aantal SEH's sinds 2011 is gedaald van 99 naar 79 en het aantal acuteverloskundeafdelingen sinds 2015 is gedaald van 84 naar 71;
verzoekt de regering om zich expliciet in te zetten tegen de verdere afname van het aantal ziekenhuizen dat acute zorg aanbiedt,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Dobbe.
Zij krijgt nr. 496 (29247).
Dank u wel. Mevrouw Wendel heeft geen bijdrage. Mevrouw Wiersma, dan kom ik bij u. Mevrouw Wiersma doet dat namens de BBB, voor wie dat niet scherp heeft. Aan u het woord.
Mevrouw Wiersma (BBB):
Dank, voorzitter. BBB steunt de beweging naar een bekostiging waarbij regionale ziekenhuizen minder afhankelijk worden van productieprikkels. Juist voor streekziekenhuizen is het van belang dat de beschikbaarheid van acute zorg wordt gewaardeerd en niet alleen het aantal patiënten dat binnenkomt. Tegelijkertijd lezen we in de beantwoording dat de regering werkt aan verschillende functies voor spoedeisende hulp, en dat niet iedere spoedeisende hulp in de toekomst dezelfde rol hoeft te hebben. Dat kan begrijpelijk zijn, maar dan moet eerst duidelijk zijn welke functie een ziekenhuis vervult, welke beschikbaarheid daarbij hoort en welke middelen daarvoor nodig zijn. Voor BBB mag de bekostiging niet leidend worden voor de functie van een ziekenhuis. Het moet andersom zijn: eerst bepalen welke acute zorg een regio nodig heeft en daarna bepalen welke bekostiging daarbij hoort. Daarom de volgende motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de budgetbekostiging van de spoedeisende hulp de komende jaren verder wordt ontwikkeld;
overwegende dat regionale ziekenhuizen duidelijkheid moeten hebben over de functie die zij binnen het acutezorglandschap vervullen voordat daar een definitieve bekostiging aan wordt gekoppeld;
verzoekt de regering bij de verdere uitwerking van de budgetbekostiging eerst vast te stellen welke functies verschillende locaties voor spoedeisende hulp in de regio vervullen en pas daarna de daarbij passende bekostiging vorm te geven,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Wiersma.
Zij krijgt nr. 497 (29247).
Mevrouw Wiersma (BBB):
Dat was 'm.
De voorzitter:
Dank u wel. De volgende spreker in dit tweeminutendebat is de heer Bushoff. Ik nodig hem uit zijn bijdrage te doen. Hij doet dat namens PRO. Aan u het woord.
De heer Bushoff (PRO):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb ook één motie. Ik ga 'm gelijk voorlezen.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de eerste stap in de budgetbekostiging voor aankomend jaar nog beperkt is en nog onvoldoende rekening houdt met verschillen tussen SEH's, aldus de minister;
overwegende dat SEH's in streekziekenhuizen belangrijk zijn voor het toegankelijk houden van de acute zorg;
verzoekt de regering bij de vervolgstap in de budgetbekostiging de bereikbaarheidsfunctie van regionale ziekenhuizen expliciet te borgen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Bushoff.
Zij krijgt nr. 498 (29247).
De heer Bushoff (PRO):
Dat was het.
De voorzitter:
Dank u wel. De volgende spreker is de heer Vervuurt. Ik geef hem het woord. Hij spreekt namens D66.
De heer Vervuurt (D66):
Voorzitter. Wie 's nachts met spoed naar het ziekenhuis moet, wil dat de spoedeisende hulp open is, met mensen die klaar staan. Daar moeten we op focussen, in plaats van op zo veel mogelijk gebouwen openhouden. Ik zeg eerlijk dat D66 geen voorstander was van de budgetbekostiging voor de spoedeisende hulp. We hadden er twijfels over of het personeelstekort niet zou verergeren en er niet te veel druk zou verschuiven naar de huisartsenspoedpost en de ambulance. Maar het vorige kabinet heeft dit besloten en op 1 januari gaat het in. Wij vinden het belangrijk dat het zo goed mogelijk wordt gevolgd, zodat deze Kamer kan bijsturen als het niet doet wat het zou moeten doen.
Daarom heb ik twee vragen aan de minister. Haar voorganger zegde de tussenrapportages toe, maar de eerste komt pas na 1 januari 2028, terwijl eind 2027 al wordt besloten over de volgende stappen. Kan de minister toezeggen dat de eerste rapportage vóór dat besluit bij de Kamer ligt? De tweede vraag is of de minister kan toezeggen dat die rapportages ook laten zien wat er als gevolg gebeurt in de rest van de keten, dus bij de huisartsenspoedpost, de ambulance, de acute ggz en het zorgpersoneel in algemene zin.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. De volgende spreker op mijn lijst is mevrouw Coenradie. Ik zeg het toch even, want misschien staat ze in de wandelgang. Dat is niet het geval.
We komen bij de laatste spreker in dit tweeminutendebat: de heer Claassen. Hij spreekt namens de Groep Markuszower. Gaat uw gang.
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Ik heb twee moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de ambulance bij een beroerte zonder CT-scan niet kan vaststellen of het gaat om een hersenbloeding of een herseninfarct, terwijl beide een tegengestelde behandeling vragen;
constaterende dat een sneltest op het hersenspecifieke eiwit GFAP in Duits onderzoek met bloed afgenomen in de ambulance binnen vijftien minuten een hersenbloeding kon uitsluiten en dat Nederlandse ambulances deze test nog niet gebruiken;
overwegende dat kennis van het type beroerte bloeddrukbehandeling in de ambulance en directe verwijzing naar het juiste ziekenhuis mogelijk maakt;
verzoekt de regering met Ambulancezorg Nederland, ZonMw en de beroertecentra een Nederlandse validatie- en implementatiestudie naar prehospitale GFAP-sneltesten te starten, deze te koppelen aan het lopende ambulance-EEG-onderzoek naar afsluitingen van grote hersenvaten, en de Kamer voor de Voorjaarsnota 2027 te informeren over opzet, planning en financiering,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Claassen.
Zij krijgt nr. 499 (29247).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de NZa de kosten van SEH's onderzoekt als basis voor een gedifferentieerd budget per 2029;
constaterende dat het vaste ziekenhuisbudget in Maryland samenging met een stijgende wachttijd op een bed op de SEH, terwijl die elders in de VS daalde;
overwegende dat voorspelmodellen de SEH-drukte vooraf ramen en wachtrijmodellen de benodigde bezetting per uur afleiden, zodat het budget uitgaat van wat een SEH nodig heeft in plaats van wat zij historisch kostte;
verzoekt de regering de NZa een openbaar en uitlegbaar voorspelmodel te laten ontwikkelen dat per SEH de verwachte drukte en benodigde bezetting per uur inzichtelijk maakt, op basis van uniforme SEH-tijdstempels, het budget per 2029 daarop te baseren, de wachttijd op een bed in de bekostiging mee te wegen en de voorspellingen aan SEH's te leveren voor hun roosters,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Claassen.
Zij krijgt nr. 500 (29247).
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Het was net iets over de tijd heen. We schorsen vijf minuten. Om 10.30 uur gaan we luisteren naar de beantwoording van de minister.
De vergadering wordt van 10.25 uur tot 10.32 uur geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen deze vergadering. Aan het woord is de minister van VWS, met een reactie op de ingediende moties bij het tweeminutendebat Uitwerking ontwikkelroute passende acute zorg in de regio et cetera. De minister.
Minister Hermans:
Voorzitter, dank u wel. Ik begin met de moties en zal tot slot de twee vragen van de heer Vervuurt beantwoorden.
Allereerst de motie van mevrouw Maeijer, op stuk nr. 494. Die moet ik ontraden. Wij willen passende zorg die voor elke patiënt beschikbaar is. Dat gaat om spreiding, maar er kunnen ook veranderingen in het landschap nodig zijn. De plannen voor de regio moeten door alle partijen samen gemaakt gaan worden, zowel aanbieders en professionals als verzekeraars. Daar moet natuurlijk ook het patiëntenperspectief bij betrokken worden. Om die reden: ontraden.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 494: ontraden.
Minister Hermans:
De motie op stuk nr. 495, van mevrouw Dobbe, over de healthimpactanalyse, moet ik ook ontraden. Er is in de regio een zorgvuldig proces doorlopen, waar ook een brede maatschappelijke analyse onderdeel van was. De IGJ en de NZa hebben de plannen die er nu liggen, als verantwoord beoordeeld.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 495: ontraden.
Minister Hermans:
De motie op stuk nr. 496, van mevrouw Dobbe, over het voorkomen van de afname van ziekenhuizen die acute zorg aanbieden, moet ik ontraden, eigenlijk met dezelfde toelichting als die ik net aan mevrouw Maeijer gaf. Het zijn regionale plannen. Daarin moeten afspraken gemaakt worden over het aanbod op basis van de vraag en natuurlijk ook de beschikbaarheid van het personeel. Dat zijn daarbij belangrijke factoren.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 496: ontraden.
Minister Hermans:
De motie op stuk nr. 497, van mevrouw Wiersma, gaat over het proces van de uitwerking van de budgetbekostiging. Eigenlijk vraagt mevrouw Wiersma mij een lopend proces nu anders in te gaan richten. Dat kan ik niet doen. Dat is de reden dat ik deze motie ontraad. We hebben nu een eerste stap gezet. Ik kom zo op de vervolgstappen waar de heer Vervuurt naar vroeg. Daar wordt nu aan gewerkt.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 496: ontraden.
Minister Hermans:
De motie op stuk nr. 497, van de heer Bushoff, gaat over de volgende stap in de budgetbekostiging, waarvoor zojuist de adviesaanvraag naar de NZa is gestuurd. Het verzoek is om daarbij de beschikbaarheidsfunctie van regionale ziekenhuizen expliciet te borgen. Als ik het zo mag lezen dat ik de NZa vraag om in die volgende, betekenisvolle stap de regionale omstandigheden voor SEH's in Nederland mee te nemen en daarbij de bereikbaarheid van de spoedeisende hulp, en daarmee dus natuurlijk de beschikbaarheid, als een belangrijk uitgangspunt te nemen, dan kan ik 'm oordeel Kamer geven. Als de heer Bushoff hiermee echt zegt dat er in elk ziekenhuis een SEH behouden moet blijven, dan moet ik 'm ontraden. Ik heb dus echt even die bevestiging van de heer Bushoff nodig.
De voorzitter:
Ik zag hem al knikken bij het begin van uw betoog. Meneer Bushoff, eens met de uitleg zoals de minister die gaf?
De heer Bushoff (PRO):
Ja, voorzitter. Dat is het korte antwoord. Laat ik daar één zin als toelichting bij geven, namelijk dat het natuurlijk gewoon zaak is dat we er in de verdere uitwerking voor zorgen dat er zo veel mogelijk rekening wordt gehouden met de specifieke aspecten van de spoedeisende hulp in de regio. Volgens mij spreken we dus dezelfde taal: de minister geeft dat mee aan de NZa en dat krijgen wij als Kamer vervolgens weer via de minister terug.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 497: met die toelichting oordeel Kamer.
Minister Hermans:
De motie op stuk nr. 498, van de heer Claassen, moet ik ook ontraden. Het verzoek dat de heer Claassen mij doet, is echt iets dat aan het veld is. Het ziet op de kwaliteit van zorg; daar gaat het veld over. Daarom: ontraden.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 499 is ontraden.
Minister Hermans:
De motie op stuk nr. 500 ontraad ik ook. Ik heb net al het een en ander gezegd over het maken van die regionale plannen in de regio. Daar moeten die afspraken gemaakt worden.
De voorzitter:
Ja. Dan had u nog een enkele vraag.
Minister Hermans:
Ja, ik had nog twee vragen van de heer Vervuurt. De eerste gaat over de tussenrapportage in het kader van de budgetbekostiging. De heer Vervuurt heeft gelijk dat de eerste rapportage begin 2028 komt, terwijl we voor het vervolgproces eind 2027 al een stap zetten. Ik moet die twee dingen alleen wel even uit elkaar trekken, want echt rapporteren over hoe het gaat, kunnen we natuurlijk pas doen nadat we een jaar hiermee gewerkt hebben, dus van januari 2027 tot januari 2028. Die inhoudelijke rapportage over hoe het gaat, moet ik dus echt op 2028 houden. Voordat we definitief de vervolgstap zetten, kom ik natuurlijk nog wel naar de Kamer met het advies van de NZa over die vervolgstap. We gaan dus niet zomaar door — laat ik het zo zeggen.
De voorzitter:
Ik zie de heer Vervuurt knikken.
Minister Hermans:
Dat was mijn antwoord op de eerste vraag. Dan de tweede vraag: of we in die rapportage ook kunnen laten zien wat er in de rest van de keten gebeurt. Die rapportage gaat echt over hoe de budgetbekostiging functioneert bij de SEH. Maar in de gesprekken die we ook op weg naar het vervolg zetten, kijken we natuurlijk wel breder naar wat er in de keten gebeurt, want het doel dat we uiteindelijk willen, is ook betere samenwerking in die keten. Het komt dus niet in die rapportage, maar het onderwerp verdwijnt niet van de radar.
De voorzitter:
Dank u wel. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van dit tweeminutendebat.
De beraadslaging wordt gesloten.
Maximumaantal kinderen per spermadonor volgens het CBO-advies
Maximumaantal kinderen per spermadonor volgens het CBO-advies
Aan de orde is het tweeminutendebat Maximumaantal kinderen per spermadonor volgens het CBO-advies (30486, nr. 42).
De voorzitter:
Ik wilde direct door met het volgende tweeminutendebat, met als titel: Maximumaantal kinderen per spermadonor volgens het CBO-advies. De eerste spreker van dit tweeminutendebat is de heer Poortman. Hij spreekt namens het CDA. Ik nodig hem uit om hier zijn bijdrage te doen. Aan u het woord.
De heer Poortman (CDA):
Dank u wel. Het gaat erover dat donatie in de privésfeer vaak nog een probleem vormt en ook buiten het zicht van overheid en klinieken valt. Daarom de volgende motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat massadonatie door een spermadonor grote verwantschapsnetwerken kan veroorzaken met ingrijpende gevolgen voor donorkinderen en hun ouders;
constaterende dat donatie in de privésfeer buiten het zicht van de overheid en klinieken valt;
overwegende dat internationale regulering deze misstanden niet kan voorkomen en dat het kabinet voor donatie in de privésfeer verwijst naar privaatrechtelijke afspraken tussen donor en wensouders;
overwegende dat dergelijke afspraken geen algemene waarborg bieden tegen de onwenselijke gevolgen van massadonatie;
constaterende dat de rechter in de zaak van massadonor Jonathan M. heeft geoordeeld dat verdere donatie onder omstandigheden juridisch kan worden begrensd;
van mening dat de vrijheid van een donor om in de privésfeer sperma te doneren nooit zwaarder mag wegen dan de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van donorkinderen;
verzoekt de regering te onderzoeken of en op welke wijze een wettelijke grens kan worden gesteld aan massadonatie in de privésfeer,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Poortman, Wendel en Paulusma.
Zij krijgt nr. 45 (30486).
De heer Poortman (CDA):
Voorzitter. Ik vraag specifiek om het te onderzoeken en om een maatregel, omdat we lezen dat er in deze gevallen consequent gelogen wordt. Ik lees zelfs over een "onweerstaanbare drang tot voortplanting". We kunnen ons dan misschien voorstellen dat er ook pathologie in het spel is. Daarom hoeft de maatregel misschien niet eens te zijn dat we bestraffen, maar dat we ook nadenken over behandeling van deze mensen. Dat wou ik nog als gedachte meegeven. Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. De volgende spreker in dit tweeminutendebat is mevrouw Bikker. Zij spreekt namens de ChristenUnie. Ik nodig haar uit om haar bijdrage te doen. Goedemorgen.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Dank u wel, voorzitter. Ik wil de minister danken voor de antwoorden op de inbreng van de Kamer. Naar aanleiding van die beantwoording heb ik één vraag en één motie. De IGJ heeft, terugkijkend, te weinig aandacht gegeven aan de naleving van het maximumaantal kinderen per donor. Ik zou graag meer inzicht krijgen in op welke wijze de IGJ nu toezicht gaat houden en hoe het toezicht structureel en risicogericht wordt ingericht. Kan de minister de Kamer hierover informeren?
Daarnaast mijn motie. We hebben enkele jaren geleden besloten om in het belang van het kind te stoppen met interlandelijke adoptie. Toch is het nu nog steeds mogelijk om in Nederlandse klinieken een kind te verwekken van een buitenlandse donor, waarvan ten eerste niet duidelijk is of het een massadonor is, twee, het voor het donorkind vaak onmogelijk blijkt om te achterhalen wie de vader is, drie, het niet in het belang van het kind is om een onbekende buitenlandse vader te hebben, die misschien wel aan de andere kant van de wereld woont. Daarom de volgende motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat er in Nederland nog steeds kinderen worden verwekt met de hulp van buitenlandse spermadonatie, terwijl risico’s op massadonorschap nog steeds bestaan en effectieve maatregelen om dit tegen te gaan nog niet zijn gevonden;
overwegende dat het kunnen kennen van je biologische ouders niet (goed) mogelijk is bij spermadonatie uit het buitenland, omdat enerzijds landen het mogelijk maken om anoniem te doneren en anderzijds fysieke en culturele afstand een belemmering vormt;
overwegende dat het belang van het donorkind, waaronder welzijn, identiteit en kenbaarheid van afstamming, zwaarder moet wegen dan commerciële of organisatorische belangen van donorbanken en klinieken;
verzoekt de regering het gebruik van sperma uit het buitenland via fertiliteitsklinieken te verbieden en het gebruik van donorsperma uit het buitenland via ander gebruik te ontmoedigen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Bikker.
Zij krijgt nr. 46 (30486).
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Bikker. De volgende spreker is mevrouw Wendel. Zij spreekt namens de VVD. Aan u het woord.
Mevrouw Wendel (VVD):
Dank, voorzitter. De afgelopen periode zijn er verschillende massadonoren in opspraak geraakt. De VVD vindt dat echt zorgelijk vanwege de ingrijpende gevolgen die dat heeft voor kinderen en voor wensouders, want voor kinderen is het belangrijk dat ze niet bijvoorbeeld 200 broers en zussen hebben. Op deze manier wordt door massadonors misbruik gemaakt van mensen die de diepste wens hebben om een kindje te krijgen. De VVD maakt zich daar echt zorgen om.
Voor de VVD is het duidelijk dat deze massadonoren zich onaantastbaar wanen en dat is ook iets wat massadonor Simon letterlijk zei: "Mij valt niets te verwijten. U kunt mij niets doen." Klinieken zijn sinds 2025 gereguleerd en ik denk dat dat een hele belangrijke stap is, maar we zien nog steeds dat massadonoren zichzelf bijvoorbeeld via onlinefora aanbieden en niet eerlijk zijn over het aantal kinderen dat zij al verwekt hebben. De motie-Poortman die zojuist is ingediend, mede namens de VVD, roept ook op om te kijken op welke manier we massadonatie in de privésfeer tegen kunnen gaan. Ik ben heel benieuwd hoe de minister daarnaar kijkt. Is de minister ook geschrokken van de signalen van de afgelopen periode over verschillende massadonoren die blijkbaar nergens voor terugdeinzen? Wat gaat de minister eraan doen om te zorgen dat dit stopt?
Dank u wel, voorzitter. Er zijn geen moties van mijn kant.
De voorzitter:
Dank, mevrouw Wendel. De laatste spreker in dit tweeminutendebat is mevrouw Vliegenthart. Zij spreekt namens PRO. Gaat uw gang.
Mevrouw Vliegenthart (PRO):
Voorzitter. Toen massadonor Jonathan actief was, zeiden we als samenleving, zorg en politiek: dit mag nooit meer gebeuren. Toch bleek recent dat er een nieuwe massadonor actief is en dat hij al jaren zijn gang kon gaan, terwijl de minister, inspectie en zorginstanties op de hoogte waren, maar niks konden. Kinderen hebben recht op informatie over hun afkomst. Ontdekken dat je tientallen of honderden halfbroers en halfzussen hebt, kan ingrijpend zijn. Hoeveel zijn het er en hoe houdt het ooit op? Ook de ouders dragen de gevolgen. Zij vertrouwden op arts en donor en moeten hun kinderen nu begeleiden bij een werkelijkheid waarvoor zij nooit bewust hebben gekozen. Daarom de volgende moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat donoren de wettelijke begrenzing binnen klinieken kunnen omzeilen door daarnaast privé te doneren;
overwegende dat donorkinderen bescherming verdienen tegen het doelbewust ontstaan van zeer grote verwantschapsnetwerken;
verzoekt de regering om de Kamer een wetsvoorstel toe te zenden dat spermadonatie buiten de kliniek begrenst, waarbij donaties binnen en buiten klinieken gezamenlijk meetellen en proportionele sancties gelden voor donoren die de grens willens en wetens overschrijden, met waarborgen voor de reproductieve vrijheid en de privacy van wensouders,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Vliegenthart.
Zij krijgt nr. 47 (30486).
Mevrouw Vliegenthart (PRO):
De tweede.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat overschrijding van donornormen ingrijpende gevolgen kan hebben voor donorkinderen en ouders;
verzoekt de regering binnen drie maanden met Fiom, Stichting Donorkind en vertegenwoordigers van ouders een landelijke ondersteuningsroute te organiseren, onafhankelijk van betrokken klinieken, met een vast aanspreekpunt en passende psychosociale begeleiding waarbij de ondersteuningsbehoefte leidend is,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Vliegenthart.
Zij krijgt nr. 48 (30486).
Mevrouw Vliegenthart (PRO):
Dat was 'm.
De voorzitter:
Dank. Ik schors voor vijf minuten. We gaan om 10.50 uur luisteren naar de beantwoording van de minister.
De vergadering wordt van 10.44 uur tot 10.50 uur geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen dit tweeminutendebat. Aan het woord is de minister van VWS, met een reactie op de moties die zijn ingediend in het tweeminutendebat Maximumaantal kinderen per spermadonor. De minister.
Minister Hermans:
Voorzitter, dank u wel. Voordat ik inga op de moties, zal ik een paar algemene woorden spreken, ook naar aanleiding van de vraag van mevrouw Wendel. Maar ik vind ook dat dit onderwerp en ook de woorden die de verschillende Kamerleden erover gesproken hebben, dit meer dan verdienen.
De afgelopen periode is donorconceptie veelvuldig in het nieuws geweest. Ik realiseer me heel goed dat elke keer dat er berichtgeving is, dit voor betrokken donorkinderen en ouders, maar ook voor wensouders die er nu over nadenken, een grote impact heeft. Ik leef enorm mee met iedereen die hierbij betrokken is. Je ziet in de historie van donorconceptie in Nederland dat deze in de afgelopen jaren, op verschillende momenten en op verschillende onderwerpen, tot discussie en tot ingewikkelde vragen heeft geleid. Daarom hebben wij ook, mede naar aanleiding van de motie van mevrouw Vliegenthart, onlangs een breed historisch onderzoek toegezegd, omdat ik het echt belangrijk vind om dat nu eens helemaal in kaart te brengen. We hebben in de afgelopen jaren veel individuele onderzoeken gedaan, bijvoorbeeld naar klinieken of naar een individuele donor, maar we hebben eigenlijk nooit het integrale beeld in kaart gebracht. Dat wil ik nu heel graag doen, om de historie goed in beeld te krijgen. Ik hoop ook echt dat we daar lessen uit kunnen trekken die ons weer helpen naar de toekomst toe.
Dat betekent niet dat we nu verder niks doen en wachten tot dat onderzoek er is, want in het hier en nu zien we dat er nog steeds vraagstukken spelen. In de maatregelen die we nemen, natuurlijk in samenwerking en in overleg met de Kamer, wil ik er ook echt alles aan doen om de verworvenheid die we hebben in Nederland te behouden voor de mensen voor wie donorconceptie echt de enige mogelijkheid is om kinderen te krijgen. Dat maakt de samenwerking tussen overheid en betrokken partijen ongelofelijk belangrijk, om de zorgvuldige praktijk van donorconceptie in Nederlandse klinieken te kunnen waarborgen. Gelukkig hebben we vorig jaar de Wet donorgegevens aangescherpt; een aantal van u verwees daar al naar. Sinds april 2025 vindt die registratie plaats en is ook dat maximum vastgelegd. De casus die de afgelopen periode in het nieuws was, laat zien dat we er nog niet zijn. Dat is terecht door u allemaal opgemerkt. In die casus zit de overschrijding ook, en misschien wel vooral, in de privésfeer. Voor veel wensouders was dat niet bekend. Nogmaals, ik voel aan alles, aan de gesprekken, de berichtgeving en de reacties, dat deze casus veel pijn en emoties oproept. Ik deel ook de zorgen die daarover zijn uitgesproken in dit tweeminutendebat. Ik begrijp dus ook heel goed dat er wordt opgeroepen om donorconceptie in de privésfeer te reguleren en daar echt hard op in te grijpen.
Ik kom zo op die motie, want ik ga daar echt mijn best voor doen. Ik wil ook het eerlijke verhaal vertellen, namelijk dat het lastig is om in te grijpen in die privésfeer, die dus echt volledig buiten het zicht van de overheid en de klinieken plaatsvindt. Ik acht het dus echt van groot belang — we maken daar ook echt werk van — dat wensouders goede afspraken maken met donoren en dat die afspraken ook privaatrechtelijk worden vastgelegd in een contract. In de tussentijd zijn we bezig met het reguleren van donorsperma uit het buitenland. Daar zal ik zo op ingaan, ook in relatie tot de motie van mevrouw Bikker. Op Europees niveau zet ik mij daarnaast in voor een Europees maximumaantal nakomelingen per donor. Heel precies kan ik daarover zeggen dat ik daar afgelopen week bij de informele EU-Gezondheidsraad in Ierland met collega's over heb gesproken.
Voorzitter. Dan had mevrouw Bikker een vraag over de IGJ. Hoe ziet dat toezicht er nou uit? Tegen mevrouw Bikker kan ik zeggen dat de IGJ dit jaar alle fertiliteitsklinieken in Nederland bezoekt. Ik zal de Kamer in het eerste kwartaal van volgend jaar informeren over de uitkomsten van die bezoeken, de geconstateerde risico's en de eventueel getroffen handhavingsmaatregelen.
Voorzitter. Dan kom ik bij de …
De voorzitter:
Mevrouw Wendel heeft een verduidelijkende vraag naar aanleiding van het antwoord op haar vraag.
Mevrouw Wendel (VVD):
Ik begrijp natuurlijk dat dit op een hele zorgvuldige manier bekeken moet worden. Dat is ook de reden dat ik de motie die oproept om massadonatie strafbaar te stellen niet zal indienen vandaag, terwijl ik die wel had klaarliggen, zoals de minister weet. Ik wil de minister wel vragen welke mogelijkheden zij ziet om dat te doen. Is dat een optie? Zou de minister dat kunnen meenemen in de lopende onderzoeken? De VVD denkt dat dit een goed voorstel is, maar vindt ook dat dat op een zorgvuldige manier bekeken moet worden.
Minister Hermans:
Ik ken de overwegingen. De heer Poortman zei zelf net ook nog dat je in de hoek van het bestraffen kunt kijken, maar dat je misschien ook wel moet nadenken over behandeling. Daarmee kom ik gelijk bij de appreciatie van de motie op stuk nr. 45 van de heer Poortman, mevrouw Wendel en mevrouw Paulusma. Die motie geef ik oordeel Kamer, omdat ik echt bereid ben om opnieuw te verkennen of te onderzoeken welke mogelijkheden er zijn om massadonatie in de privésfeer tegen te gaan. Ik moet daarbij natuurlijk wel oog hebben voor de juridische en de praktische haalbaarheid, maar ik zie echt de onderliggende pijn die dit vraagstuk met zich meebrengt. Tegelijkertijd zie ik het belang van het beschermen van de zorgvuldige praktijk die we ook in Nederland hebben en die zo belangrijk is voor ouders voor wie dit de enige mogelijkheid is. De motie op stuk nr. 45 krijgt dus oordeel Kamer, omdat ik echt bereid ben die mogelijkheden opnieuw en in alle breedte te verkennen.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 45 heeft dus: oordeel Kamer.
Minister Hermans:
Voorzitter. De motie op stuk nr. 46 van mevrouw Bikker verzoekt mij om het gebruik van sperma uit het buitenland te verbieden. Ik zou mevrouw Bikker willen vragen of zij bereid is om die motie even aan te houden. Ik heb in de reactie op alle vragen die gesteld zijn, aangegeven dat wij nu bezig zijn met: hoe kan je die buitenlandse donaties aan banden leggen en wat voor voorwaarden zou je daarvoor moeten stellen? Dat studeerwerk vindt nu plaats. Ik wil de Kamer zo snel mogelijk informeren over hoe we dat zouden kunnen doen. Ik zeg daarbij: dat kunnen we dan regelen via een wet die op dit moment al in de Kamer ligt. Dit hoeft dus allemaal niet heel lang te duren. De reden dat ik daar nog even voor nodig heb, is als volgt. Ik zie de risico's die mevrouw Bikker schetst. Tegelijk hebben we hier ook het vraagstuk van de beschikbaarheid en de toegankelijkheid van deze zorg voor ouders die hiervan afhankelijk zijn. Dat moet ik gewoon meewegen bij de maatregelen die we nemen.
De voorzitter:
De vraag is of mevrouw Bikker deze motie wenst aan te houden.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Ik denk juist dat deze motie ook behulpzaam kan zijn bij het verder inrichten van het wetsvoorstel, omdat deze belangenafweging van de beschikbaarheid versus de gevolgen voor het kind, het niet kunnen herkennen van massadonorschap ... Dit is inmiddels inzichtelijk en daar heeft de Kamer ook al heel wat keer over gesproken. Ik begrijp dus goed dat de minister zegt dat ze het zorgvuldig wil doen, maar over dit punt is al wel veelvuldig door de Kamer gesproken. Ik kan me dus voorstellen dat de motie juist ook een richtinggevende uitspraak van de Kamer kan zijn over hoe het wetsvoorstel ingericht moet worden, waarbij ik in het dictum ook echt wat ruimte heb gelaten met betrekking tot het verschil tussen fertiliteitsklinieken en andere vormen.
De voorzitter:
Ik begrijp dat het antwoord van mevrouw Bikker op mijn vraag nee is. U houdt 'm niet aan, dus de motie op stuk nr. 46 komt in stemming. Dan kijk ik naar de minister.
Minister Hermans:
Dan is ie wat mij betreft ontijdig. Even precies, voor de planning. Het wetsvoorstel waarin we dat met elkaar zouden kunnen regelen, ligt in de Kamer. We werken nu aan een AMvB die we onder die wet zouden kunnen laten gelden. Alles is erop gericht om die in het eerste kwartaal van volgend jaar in consultatie te laten gaan.
De voorzitter:
Akkoord. Dus de motie op stuk nr. 46 heeft als appreciatie "ontijdig" en komt in stemming.
Minister Hermans:
Ja. Dan de motie op stuk nr. 47. Dat is de motie van mevrouw Vliegenthart. Ik moet even zoeken of ik nu de goeie motie heb; ja, ik zit goed. Dit betreft het wetsvoorstel om spermadonaties buiten klinieken te begrenzen. Onder verwijzing naar de appreciatie van de motie van de heer Poortman en naar wat ik zei in mijn inleiding moet ik deze motie ontraden, maar ik ga dus wel echt serieus verkennen wat we kunnen doen.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 47 is ontraden.
Minister Hermans:
Voorzitter. Dan de motie op stuk nr. 48 van mevrouw Vliegenthart. Die vraagt mij om binnen drie maanden een landelijke ondersteuningsroute te organiseren. Bij mijn beste weten is zo'n ondersteuningsroute er al, in samenwerking met de organisaties die mevrouw Vliegenthart noemt in de motie. Als ik het dus zo mag lezen dat ik met die organisaties in gesprek ga om te kijken: werkt het nu goed, waar is de toegang misschien niet goed of niet goed genoeg op orde, waar kunnen we dingen verbeteren? Dan kan ik daar mogelijk ook nog de signalen bij betrekken die mevrouw Vliegenthart daarover ontvangt. Ik wil dus dat gesprek voeren en de Kamer daar dan over informeren. Als mevrouw Vliegenthart echt wil dat ik nu een nieuwe route opzet, dan moet ik dit ontraden.
De voorzitter:
Ik zit een beetje op de tijd te letten. Als u zegt "ja, zo bedoelde ik het", dan krijgt ie oordeel Kamer, mevrouw Vliegenthart.
Mevrouw Vliegenthart (PRO):
Heel kort. Van de organisaties die ik nu benoem, horen we dat er extra behoefte is aan psychosociale ondersteuning bij het feit dat die massadonoren en die enorme verwantschapsnetwerken er zijn. Dat is echt iets extra's binnen de bestaande route. De vraag is of u dat verder wilt uitzoeken.
Minister Hermans:
Dan neem ik dat mee in het gesprek dat ik voer. Dan kijk ik wat dat vraagt, wat er al gebeurt en wat er mogelijk extra nodig is.
De voorzitter:
Geen nieuwe route dus. De laatste motie, op stuk nr. 48, krijgt oordeel Kamer. Daarmee zijn we aan het eind van dit tweeminutendebat.
De beraadslaging wordt gesloten.
Ziekenhuiszorg
Ziekenhuiszorg
Aan de orde is het tweeminutendebat Ziekenhuiszorg (CD d.d. 07/10).
De voorzitter:
Ik wil direct doorgaan met het tweeminutendebat Ziekenhuiszorg. We gaan namelijk nog de hele dag over de begroting VWS praten en daar moeten we ook voldoende tijd voor hebben. De eerste spreker in het tweeminutendebat Ziekenhuiszorg is de heer Vervuurt. Ik nodig hem uit zijn bijdrage te doen. Hij doet dat namens D66.
De heer Vervuurt (D66):
Dank u wel, voorzitter. Als man met coeliakie loop ik, en met mij vele anderen, tegen veel problemen aan in het dagelijks leven. Een voorbeeld is dat ziekenhuizen vaak niet ingesteld zijn op het leveren van medisch noodzakelijke voeding voor mensen met een medische dieetbeperking. Vorige week eindigde ik ons debat dan ook met deze frustratie. Dat heb ik geweten. Ik kreeg letterlijk honderden reacties op mijn verhaal. Ik hoorde schrijnende verhalen van mensen die geopereerd werden en na afloop enkel een tomaat of een ei kregen, of dat medewerkers zeiden dat één sneetje brood geen kwaad kon. Als je coeliakie hebt, kan dat wel kwaad. Je dunne darm gaat letterlijk kapot. Je zegt ook niet tegen mensen met een ernstige pinda-allergie dat één boterham met pindakaas wel kan. Het is dus van de zotte dat mensen dit moeten meemaken. Het ziekenhuis moet je beter maken en niet zieker. Gezien de vele reacties en de urgentie die daaruit bleek, wil ik de minister op pad sturen met een stevige opdracht. Daarom heb ik de volgende motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat patiënten met medische dieetvoorschriften tijdens een ziekenhuisopname niet altijd een veilige maaltijd krijgen;
constaterende dat patiënten daardoor gedwongen worden niks te eten of genoodzaakt zijn zelf veilig eten mee te nemen naar het ziekenhuis;
overwegende dat ziekenhuizen voor alle patiënten veilige en passende zorg moeten bieden, inclusief voeding die aansluit bij dieetvoorschriften;
verzoekt de regering in overleg te treden met ziekenhuizen, patiëntenorganisaties, de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en andere betrokken partijen om te bezien hoe de beschikbaarheid van veilige voeding voor patiënten met medische dieetvoorschriften tijdens ziekenhuisopnames kan worden verbeterd, en de Kamer hierover te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Vervuurt.
Zij krijgt nr. 1010 (31765).
Dank u wel. Meneer Claassen, u bent de volgende spreker. U spreekt namens de Groep Markuszower. Gaat uw gang.
De heer Claassen (Groep Markuszower):
Voorzitter. Daar gaat ie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat volgens het RIVM 27 ziekenhuizen gevoelig zijn voor de 45 minutennorm, zodat afschaling van hun SEH direct meer inwoners buiten de norm oplevert;
overwegende dat in Noordrijn-Westfalen een telespoedarts (Telenotarzt), ontwikkeld in Aken, zorgverleners via livebeeld en vitale gegevens op afstand ondersteunt, en dat een tele-SEH zo een kleine SEH 's nachts kan versterken, als aanvulling op en niet ter vervanging van fysieke bezetting;
verzoekt de regering met het Landelijk Netwerk Acute Zorg een pilot voor te bereiden waarin een regionaal tele-SEH-centrum dag en nacht meekijkt op ten minste twee gevoelige SEH's, met vooraf vastgestelde indicatoren voor openstelling, doorlooptijd en overplaatsingen, en de Kamer voor de Voorjaarsnota 2027 te informeren over opzet en bekostiging,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Claassen.
Zij krijgt nr. 1011 (31765).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat er op dit moment meer dan 4.400 verschillende diagnose-behandelcombinaties zijn en dat elk van deze diagnose-behandelcombinaties een unieke code en prijs heeft;
constaterende dat ziekenhuizen een gigantisch leger van administrateurs en IT-medewerkers in dienst hebben die zich bezighouden met het registreren van deze dbc's;
overwegende dat de dbc-systematiek hierdoor nagenoeg onuitvoerbaar dreigt te worden;
van mening dat een lumpsumfinanciering per regio waarbij zorgverleners, ziekenhuizen, een vast bedrag ontvangen meer vertrouwen zal gegeven aan de werkvloer;
verzoekt de regering in de brief over een toekomstig ziekenhuislandschap ook een project van regionale lumpsumfinanciering mee te nemen waarin rekening wordt gehouden met kleinere regio's,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Claassen en Keijzer.
Zij krijgt nr. 1012 (31765).
Dank u wel. De volgende spreker is mevrouw Wiersma. Ik nodig haar uit haar bijdrage te doen. Gaat uw gang.
Mevrouw Wiersma (BBB):
Dank, voorzitter. Wéér een motie over de spoedeisende hulp. Die luidt als volgt.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat een wezenlijk deel van de acute zorg tijdkritisch is en snelle diagnose en behandeling daarbij noodzakelijk zijn;
constaterende dat de traumalevelcriteria al bepalen wanneer een ambulance doorrijdt naar een groter ziekenhuis omdat er sprake is van specifiek ernstig letsel waarvoor hoogspecialistische zorg nodig is;
constaterende dat voldoende expertise en diagnostische mogelijkheden voor opvang, triage, stabilisatie en medisch-specialistische behandeling daarbij noodzakelijk zijn;
verzoekt de regering om in te zetten op het behoud van voldoende expertise en diagnostische mogelijkheden voor opvang, triage, stabilisatie en medisch-specialistische behandeling op elke spoedeisende hulp, te voorkomen dat alternatieve vormen van acute zorg de volwaardige spoedeisende hulp vervangen in plaats van aanvullen, en dit uitgangspunt, conform het nieuwe kwaliteitskader, leidend te laten zijn in regionale overleggen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Wiersma.
Zij krijgt nr. 1013 (31765).
Mevrouw Wiersma (BBB):
Dat was het.
De voorzitter:
Dank u wel. De volgende spreker in dit debat is mevrouw Vliegenthart, van PRO.
Mevrouw Vliegenthart (PRO):
Voorzitter. De Gezondheidsraad concludeert dat de dertienwekenecho in de huidige opzet te vaak leidt tot onterechte ongerustheid en verwijzingen. Dat advies verdient serieuze aandacht, maar tegelijkertijd kan vroege informatie zwangeren meer tijd en ruimte geven om keuzes te maken. Reproductieve vrijheid vraagt dus om een zorgvuldige afweging van zowel de nadelen van de screening als de waarde die deze informatie voor zwangeren kan hebben. Deze week liet het kabinet weten de dertienwekenecho per 1 januari 2028 te beëindigen en geen nieuw onderzoek met een aangepast protocol te starten. Ik begrijp de zorgen over het opnieuw blootstellen van zwangere vrouwen aan onzekerheid, maar de onderzoekers van IMITAS wijzen ook op concrete mogelijkheden om het aantal onterechte verwijzingen, bijvoorbeeld door groeimetingprotocollen, te verminderen. Daarom dien ik de volgende motie in.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Gezondheidsraad adviseert de dertienwekenecho niet in de huidige opzet structureel aan te bieden, maar ook mogelijkheden ziet om de verhouding tussen voor- en nadelen te verbeteren;
overwegende dat vroege informatie over ernstige afwijkingen voor sommige zwangeren van grote waarde kan zijn voor hun reproductieve autonomie;
overwegende dat de IMITAS-onderzoekers concrete aanpassingen aan het protocol noemen die mogelijk onterechte verwijzingen kunnen verminderen, zonder het doel van vroege detectie uit het oog te verliezen;
verzoekt de regering om in overleg te treden met de Gezondheidsraad, de IMITAS-onderzoekers en betrokken beroepsgroepen, de Kamer te informeren welke mogelijkheden er zijn om op een wetenschappelijk verantwoorde en zorgvuldig gemonitorde manier verder onderzoek te doen naar vroege prenatale screening, met aandacht voor het voorkomen van onnodige ongerustheid én het behoud van reproductieve keuzevrijheid en gelijke toegang, en de Kamer uiterlijk in Q2 van 2027 over de stand van zaken te informeren;
verzoekt de regering tevens om daarbij te betrekken hoe zwangeren en hun partners goed geïnformeerd en ondersteund kunnen worden bij de keuzes rond prenatale screening,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Vliegenthart.
Zij krijgt nr. 1014 (31765).
Dank u wel. De volgende spreker in dit tweeminutendebat is mevrouw Coenradie. Zij spreekt namens JA21.
Mevrouw Coenradie (JA21):
Voorzitter.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het kabinet strengere wettelijke eisen wil stellen aan professionele richtlijnen en de rol van het Zorginstituut en de IGJ wil versterken;
overwegende dat beroepsgroepen vanuit hun wetenschappelijke kennis en professionele expertise verantwoordelijk moeten blijven voor de inhoud van richtlijnen, met betrokkenheid van patiëntenorganisaties;
overwegende dat passende zorg vraagt om ruimte om samen met de patiënt te bepalen welke zorg aansluit bij diens behoeften, voorkeuren en omstandigheden;
overwegende dat richtlijnen deze afweging moeten ondersteunen en geen keurslijf mogen vormen;
verzoekt de regering bij de uitwerking van deze plannen de inhoudelijke verantwoordelijkheid van beroepsgroepen voor richtlijnen te waarborgen en het Zorginstituut geen bevoegdheden te geven om de inhoud van professionele richtlijnen te bepalen;
verzoekt de regering tevens te waarborgen dat richtlijnaanbevelingen richtinggevend blijven en geen dwingende voorschriften worden, met behoud van ruimte om gemotiveerd af te wijken wanneer de individuele situatie van de patiënt daarom vraagt, en de Kamer bij de uitwerking van de voorstellen te informeren hoe deze waarborgen zijn verankerd,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Coenradie.
Zij krijgt nr. 1015 (31765).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het kabinet inzet op verdere concentratie van ziekenhuiszorg aan de hand van onder meer volumenormen, terwijl ondertussen de beoogde spreiding achterloopt en van dẹ eerste tranche slechts een procesevaluatie beschikbaar is;
overwegende dat concentratie van ziekenhuiszorg geen doel op zich is en dat naast eventuele kwaliteitswinst ook de gevolgen voor bereikbaarheid, regionale zorgcontinuïteit, personele capaciteit en de samenhang van het zorgaanbod moeten worden meegewogen;
overwegende dat kwaliteitsverbetering ook mogelijk is door versterking van kwaliteitsbeleid, samenwerking, kennisdeling en zorgevaluatie, zonder dat verdere concentratie noodzakelijk is;
verzoekt de regering om bij de verdere vormgeving van het beleid voor concentratie en spreiding de kwaliteit van zorg als leidend uitgangspunt te hanteren en volumenormen te beschouwen als integraal onderdeel van een breder kwaliteitsbeleid, daarbij regionale bereikbaarheid en samenhang van het zorgaanbod expliciet mee te wegen, en per oncologische aandoening aannemelijk te maken welke kwaliteitswinst wordt beoogd en gerealiseerd,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Coenradie.
Zij krijgt nr. 1016 (31765).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het regeerakkoord oproept tot meer regie op zowel concentratie als spreiding van ziekenhuiszorg;
constaterende dat de Nederlandse Zorgautoriteit sinds 2022 geen afzonderlijke monitor meer heeft gepubliceerd over de spreiding van reguliere zorg vanuit umc's naar regionale ziekenhuizen;
overwegende dat inzicht in de daadwerkelijke spreiding van reguliere zorg noodzakelijk is om te kunnen beoordelen of de regionale toegankelijkheid en bereikbaarheid van ziekenhuiszorg voldoende worden gewaarborgd;
verzoekt de regering om de NZa-monitor over de spreiding van reguliere zorg vanuit umc's naar regionale ziekenhuizen integraal en op jaarlijkse basis te hervatten, conform eerder aangenomen motie-Van den Berg (32864, nr. 8), en de Kamer jaarlijks te informeren over de uitkomsten en eventuele noodzakelijke maatregelen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Coenradie.
Zij krijgt nr. 1017 (31765).
Dank u wel. De volgende spreker is mevrouw Maeijer. Zij spreekt namens de PVV.
Mevrouw Coenradie (JA21):
Meneer Claassen heeft nog een vraag.
De voorzitter:
Sorry, meneer Claassen, we hebben gewoon een te vol programma vandaag. Dit doen we op een ander moment. We kunnen elkaar straks bij de begrotingsbehandeling nog bevragen. Dit had ik vooraf moeten zeggen; excuus. Mevrouw Maeijer, u heeft het woord voor uw bijdrage aan dit tweeminutendebat.
Mevrouw Maeijer (PVV):
Dank, voorzitter. Tijdens het debat heeft de minister toegezegd dat zij nog terug zou komen op het bericht dat wij ontvingen van de Ziekenhuisalliantie over het Zuyderlandziekenhuis en hun zorgen over de maatschappelijke gevolgen en de invloed op de gezondheid van de verplaatsing van zorg. Ik hoop dat zij dat hier kan doen. In het verlengde daarvan heb ik een tweetal moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
verzoekt de regering om een onderzoek te doen naar de maatschappelijke impact van superziekenhuizen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Maeijer.
Zij krijgt nr. 1018 (31765).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
verzoekt de regering ervoor te zorgen dat het Zuyderlandziekenhuis volwaardig openblijft,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Maeijer.
Zij krijgt nr. 1019 (31765).
Dank u wel. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de eerste termijn van de Kamer. Ik kijk naar de minister. Heeft zij voldoende aan vijf minuten schorsing? Dat is het geval. Dan gaan we om 11.18 uur luisteren naar de beantwoording van de minister. Het debat is geschorst voor vijf minuten.
De vergadering wordt van 11.13 uur tot 11.21 uur geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen dit tweeminutendebat. Aan de orde is het tweeminutendebat Ziekenhuiszorg. Ik geef het woord aan de minister voor een reactie op de ingediende moties. De minister.
Minister Hermans:
Voorzitter, dank. Ik begin met de motie op stuk nr. 1010 van de heer Vervuurt over veilige voeding. Daar hebben we het vorige week in het debat al over gehad. Het is een terechte en begrijpelijke oproep van de heer Vervuurt. Als ik de motie zo mag lezen dat ik in gesprek ga met de Alliantie Voeding in de Zorg — daarin zitten namelijk alle partijen die de heer Vervuurt in zijn motie noemt — kan ik die oordeel Kamer geven.
De voorzitter:
Ik zie de heer Vervuurt knikken. De motie op stuk nr. 1010 krijgt oordeel Kamer.
Minister Hermans:
De motie op stuk nr. 1011 van de heer Claassen moet ik ontraden. Het is aan de zorgpartijen zelf om samen te werken in netwerken om de kwaliteit van zorg te bevorderen. Het meekijken en meedenken door collega-artsen maakt daar onderdeel van uit.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1011 is ontraden.
Minister Hermans:
In de motie op stuk nr. 1012 van de heer Claassen en mevrouw Keijzer wordt mij gevraagd ook een project inzake regionale lumpsumfinanciering mee te nemen waarin rekening wordt gehouden met kleinere regio's. Ook die motie ontraad ik. Ik ben het eens met de heer Claassen en mevrouw Keijzer dat de bekostiging passende zorg niet in de weg mag zitten, zoals we vorige week in het debat al gewisseld hebben, en dat we dus ook moeten kijken naar meer flexibiliteit. Dat loopt nu, via de NZa, via de werkagenda passende bekostiging voor de medisch-specialistische zorg. Ik zei vorige week ook al dat dat een complex, meerjarig traject is, zonder quick fixes. In 2027 komen de eerste oplossingsrichtingen uit dat traject. Het vooraf toezeggen van zo'n specifiek lumpsumproject doorkruist het fundamentele onderzoek dat we nu doen. Nogmaals, de eerste resultaten, of de prioritaire knelpunten, hoop ik aan het eind van dit jaar of anders begin 2027 aan de Kamer te sturen.
De voorzitter:
Daarmee is de motie op stuk nr. 2012 ontraden.
Minister Hermans:
De motie op stuk nr. 1013 is van mevrouw Wiersma. Ik kan meegaan in het eerste deel van het dictum van de motie-Wiersma. Dat wordt ook geregeld via het kwaliteitskader. Vervolgens vraagt mevrouw Wiersma mij te voorkomen dat alternatieve vormen van acute zorg de volwaardige SEH vervangen in plaats van aanvullen et cetera. Dat deel kan ik niet toezeggen, dus om die reden moet ik deze motie ontraden.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1013: ontraden.
Minister Hermans:
Dan de motie op stuk nr. 1014, van mevrouw Vliegenthart, over de dertienwekenecho. Die motie geef ik oordeel Kamer, met de toelichting dat ik de motie als volgt lees. Ik geef in het tweede kwartaal van 2027 een stand van zaken over de stappen die we in de ketenverkenning zetten en wat er allemaal nodig is om dat te doen, met daarbij de evaluatie van de twintigwekenecho. Ik schets dan hoe dat proces eruitziet. Als ik de motie zo mag lezen, dan krijgt die oordeel Kamer.
De voorzitter:
Ik zie geknik. De motie op stuk nr. 1014: oordeel Kamer.
Minister Hermans:
Dan de motie op stuk nr. 1015, van mevrouw Coenradie. Even kort gezegd verzoekt deze motie mij om niet op de stoel van artsen te gaan zitten en om de richtlijnontwikkeling echt bij de beroepsgroep te laten. Ik heb samen met de minister van Langdurige Zorg een brief gestuurd over hoe wij kijken naar de wetgeving rond passende zorg. Daarin benadrukken wij ook dat wij niet op de stoel van de arts gaan zitten en niet in de spreekkamer komen. Die zorg wordt op verschillende manieren geuit. Dat gaan we dus niet doen. Wij willen alleen dat richtlijnen sneller aangepast kunnen worden als we op enig moment weten dat een bepaalde vorm van zorg de beste is, of een andere niet meer de meest effectieve. Wij gaan sturen op randvoorwaarden, maar niet op de inhoud van de richtlijnen.
De voorzitter:
Wat maakt dat de appreciatie?
Minister Hermans:
Dat maakt de appreciatie van de motie op stuk nr. 1015 oordeel Kamer, voorzitter.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1015: oordeel Kamer.
Minister Hermans:
De motie op stuk nr. 1016 moet ik om dezelfde reden juist ontraden. Dit is echt aan het veld. Daar ligt de verantwoordelijkheid. Op dat punt wil ik ook niet op de stoel van het veld gaan zitten. Er wordt nu gewerkt aan die rondetafel, aan de uitwerking van tranche 2. Daarbij moet de focus echt liggen op de vragen: wat zijn de keuzes voor het regionale zorglandschap in de betreffende regio's en welke profielkeuzes voor de verschillende ziekenhuizen horen daarbij? Dat is weer relevant voor de volgende motie, maar de motie op stuk nr. 1016 moet ik ontraden.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1016 is ontraden.
Dan de motie op stuk nr. 1017.
Minister Hermans:
De motie op stuk nr. 1017. Daar hebben we het vorige week in het debat ook over gehad. De profielkeuzes en de specifieke vormgeving in het landschap gaan belangrijk worden voor de toekomst van onze zorg. Daar wordt nu hard aan gewerkt. Ik zal de NZa vragen om in de monitor waar zij aan werken, een goed inzicht te geven in de profielen, in de portfolio's van de ziekenhuizen. Deze motie vraagt mij echt om monitors voort de zetten waarbij we eerder "dat gaan we op deze manier doen" bedacht hadden. De laatste is vlak voor corona uitgekomen. Daarna zou er eigenlijk nog eentje komen, maar die is door corona niet gepubliceerd. De wereld is natuurlijk een beetje veranderd. We werken nu ook vanuit andere afspraken. Die monitor komt er dus, maar wel binnen de context die ik net schetste, waarover we ook in het debat hebben gewisseld. Om die reden moet ik deze motie ontraden.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1017 wordt ontraden.
Minister Hermans:
Dan kom ik bij de moties van mevrouw Maeijer. Zij vroeg mij ook om te reageren op de brief van de Zorgalliantie. Doe ik bij dezen graag. We moesten even zoeken, maar we hebben die mail ontvangen. Of ik moet zeggen: we hebben hem gezien. In die mail worden de zorgen geuit over de verplaatsing van complexe acute zorg en acute verloskunde uit het Zuyderlandziekenhuis. Mijn reactie hierop is de volgende, ook in het verlengde op een motie die mevrouw Dobbe in een eerder debat heeft ingediend. Er is een ordentelijk proces doorlopen via een brede maatschappelijke verkenning naar hoe de zorg bij het Zuyderlandziekenhuis het beste kan worden ingericht. Bij die verkenning zijn verschillende scenario's getoetst aan vastgestelde randvoorwaarden en toetsingscriteria. Uit die verkenning is vervolgens een voorkeursscenario gekomen, dat in lijn is met de huidige keuzes om zorg te verplaatsen. De NZa en de IGJ hebben beoordeeld dat dat voorkeursscenario verantwoord is, dus de mail van de alliantie geeft mij geen aanleiding om extra onderzoek te doen naar de verplaatsing van zorg en het gesprek over het Zuyderlandziekenhuis opnieuw te voeren. Zoals ik ook in het debat van vorige week zei, zal ik de Kamer natuurlijk informeren wanneer het geboorteplan 2030 is uitgewerkt door partijen in de regio.
Voorzitter. Dan de motie-Maeijer op stuk nr. 1018, die mij verzoekt om een onderzoek te doen naar de maatschappelijke impact van superziekenhuizen. Nog even los van de vraag dat ik niet exact weet wat superziekenhuizen zijn, ontraad ik deze motie onder verwijzing naar de reactie die ik net gaf.
Tot slot verzoekt de motie-Maeijer op stuk nr. 1019 mij om ervoor te zorgen dat het Zuyderlandziekenhuis volwaardig open blijft. Ook die motie ontraad ik onder verwijzing naar de reactie die ik net gaf.
Er moet mij één ding van het hart. In deze motie wordt gesproken over "een volwaardig ziekenhuis", het Zuyderlandziekenhuis. Zolang een ziekenhuis open is en zorg van kwaliteit levert, is het een volwaardig ziekenhuis. Dat is dus het Zuyderlandziekenhuis. Ik wil van de formulering in deze motie echt even een punt maken.
De voorzitter:
De moties op stukken nrs. 1018 en 1019 zijn ontraden. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van dit tweeminutendebat.
De beraadslaging wordt gesloten.
De voorzitter:
We gaan direct door naar het volgende tweeminutendebat, over goed bestuur en toezicht in de zorg.
Goed bestuur en toezicht in de zorg (+ IGJ en Zorgfraude)
Goed bestuur en toezicht in de zorg (+ IGJ en Zorgfraude)
Aan de orde is het tweeminutendebat Goed bestuur en toezicht in de zorg (+ IGJ en Zorgfraude) (CD d.d. 24/09).
De voorzitter:
De eerste spreker van dit tweeminutendebat is mevrouw Wendel. Ik geef haar direct het woord voor haar bijdrage aan dit debat. Mevrouw Wendel, gaat uw gang.
Mevrouw Wendel (VVD):
Voorzitter. Twee moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat er steeds meer pgb-bemiddelingsbureaus zijn die structureel geld verdienen aan pgb-budgethouders en zorgverleners, waarbij veel criminaliteit en zorgfraude plaatsvindt;
overwegende dat het pgb oorspronkelijk bedoeld was om onder eigen regie, of door hulp van directe familie of een wettelijk vertegenwoordiger zorg te organiseren en dat beter passende ondersteuningsmogelijkheden beschikbaar zijn;
verzoekt de regering om pgb-bemiddelingsbureaus (met uitzondering van arbeidsbemiddeling) te verbieden,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Wendel, Van Brenk en Coenradie.
Zij krijgt nr. 169 (28828).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat zorgverleners steeds vaker met geweld geconfronteerd worden, waardoor zij zich minder veilig voelen in hun dagelijkse werkzaamheden;
constaterende dat agressie in de zorg een van de veel voorkomende redenen is waardoor zorgpersoneel afhaakt;
overwegende dat zorginstellingen zoveel mogelijk handvatten moeten hebben om agressieve bezoekers te weren, zonder hierbij zorg te ontzeggen aan mensen die dit nodig hebben;
verzoekt de regering om mogelijk te maken dat zorginstellingen een gezamenlijke zwarte lijst onderhouden, waardoor ze agressieve bezoekers kunnen weren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Wendel en Coenradie.
Zij krijgt nr. 170 (28828).
Dank u wel. De tweede spreker ... Meneer Van Houwelingen, we hebben later vandaag nog een begrotingsdebat. Daarom houden we het in tweeminutendebatten echt even bij het indienen van moties en bij één verduidelijkende vraag over je eigen motie bij de beantwoording door het kabinet. Daarom laten we het hierbij.
Dan zijn wij gekomen bij de heer Bushoff, de tweede spreker in dit tweeminutendebat. Gaat uw gang.
De heer Bushoff (PRO):
Dank u wel, voorzitter. Twee moties ook.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat zorgaanbieders die Wtza-vergunningsplichtig zijn nog zorg kunnen declareren als zij die vergunning niet of niet meer hebben;
overwegende dat dit malafide zorgaanbieders in de hand werkt en dat een koppeling tussen vergunning en de mogelijkheid tot declareren bijdraagt aan het tegengaan van zorgfraude;
verzoekt de regering bij de wetswijziging van de Wtza een Wtza-vergunning als voorwaarde te stellen om zorg te kunnen declareren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Bushoff.
Zij krijgt nr. 171 (28828).
De heer Bushoff (PRO):
Mijn tweede motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat veel zorgorganisaties een AGB-code nodig hebben om te kunnen declareren;
overwegende dat de AGB-code niet automatisch wordt geblokkeerd als de Wtza-vergunning wordt ingetrokken;
verzoekt de regering in overleg met zorgverzekeraars en zorgkantoren te borgen dat per 1 januari 2027 de AGB-code wordt geblokkeerd zodra een Wtza-vergunning wordt ingetrokken,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Bushoff.
Zij krijgt nr. 172 (28828).
Zie je content die volgens jou niet op deze site hoort? Check onze disclaimer.