Het kabinet steekt € 18 miljard extra in het onderhoud en de vernieuwing van wegen, bruggen, spoor en waterwerken. Daarmee brengen we de basis van onze infrastructuur weer op orde. Veel infrastructuur is verouderd en is hard toe aan groot onderhoud en vernieuwing. Omdat niet alle wensen en ambities kunnen worden uitgevoerd met het beschikbare budget en de onderhoudsopgave enorm is, zijn keuzes noodzakelijk. Het kabinet maakt vandaag bekend aan welke infrastructurele projecten het beschikbare geld de komende jaren zal worden uitgegeven. De afgelopen tijd zijn die keuzes zorgvuldig gemaakt aan de hand van een met de Tweede Kamer afgestemd afweegkader. Behoud van de bestaande infrastructuur en veiligheid staan hierbij voorop. Het extra geld dat bij Prinsjesdag beschikbaar kwam voor instandhouding en regionale bereikbaarheid hebben de mogelijkheden vergroot om de infrastructuur een impuls te geven.

Minister Karremans: “Onze infrastructuur is verouderd, dat merken we steeds meer. Kijk naar mankementen aan de Merwedebrug en de Suurhoffbrug. Daarom zetten we het geld aan het werk waar het het hardst nodig is: in het onderhoud en de vernieuwing van onze wegen, bruggen en waterwerken. Zo zorgen we ervoor dat Nederland beschermd tegen water, bereikbaar en economisch sterk blijft. We staan voor de grootste vernieuwingsopgave ooit, het is tijd voor een nieuwe wederopbouw van onze infrastructuur.”

Staatssecretaris Bertram: “De stevige investering die we nu doen in onze infrastructuur is hard nodig. Infrastructuur moet betrouwbaar en veilig zijn. Met dit pakket kunnen we echt vooruit, met fors meer geld voor onderhoud en vernieuwing van het spoor. We werken aan bereikbaarheid: internationaal, zoals met de HSL, maar zeker ook regionaal met een hele reeks projecten. En ook gezien de geopolitieke situatie geven we de weerbaarheid van het spoor een stevige impuls.”

Investering in bereikbaarheid en economie

Veel infrastructuur is gebouwd in de jaren ’50, ’60 en ’70 en daardoor nu vaak sterk verouderd. De gevolgen daarvan worden steeds zichtbaarder, bruggen waarvan het staal en beton hun beste tijd hebben gehad, sluizen en gemalen die steeds meer defecten vertonen en een spoornetwerk dat gevoeliger wordt voor storingen.

Het is zaak hierin te investeren om een bereikbaar en economisch gezond land te blijven. Daarom trekt het kabinet € 18 miljard extra uit om wegen, bruggen, waterwerken en sporen de komende jaren grondig te kunnen vernieuwen. Met deze financiële injectie worden essentiële werken aangepakt, zoals het gemaal IJmuiden (dat van 4 miljoen mensen de voeten droog houdt), de Haringvlietbrug (dagelijks 66.000 gebruikers) en de HSL (zo’n 275 internationale treinen per dag). De uitrol van het Europese treinbeveiligingssysteem ERTMS wordt geïntensiveerd zodat het reizigers en vervoerders ook na 2040 veilig en betrouwbaar het spoor kunnen gebruiken. 

Scherpe keuzes

De infrastructurele opgave is enorm: het geld in het Mobiliteitsfonds en Deltafonds is niet voldoende om alle ambities op het gebied van vervanging, renovatie, aanleg en exploitatie te realiseren. Scherpe keuzes zijn dan ook onvermijdelijk. Niet alles kan tegelijkertijd. Dat betekent dat gekozen is wat op korte termijn moet worden vervangen en wat met levensduurverlengende maatregelen nog wat langer mee kan.

Voor het bereikbaar maken van vier nieuwe grootschalige woningbouwgebieden (in Alkmaar, Apeldoorn, Helmond en Hengelo/Enschede) wordt 355 miljoen euro vrijgemaakt. Verder blijven bestaande afspraken over het ontsluiten van woningbouw in stand.

Investeringen in de ontwikkeling van infrastructuur en mobiliteit blijven zeker noodzakelijk voor de bereikbaarheid, economische groei en weerbaarheid van ons land. Maar ook als het gaat om aanlegprojecten zijn afwegingen gemaakt. De hele lijst van aanlegprojecten (MIRT) op het Mobiliteitsfonds is objectief gescoord met een reeks wegingsfactoren en op basis van het beschikbare budget. Uit die score komt dat onder andere aanpak van de A20 Nieuwerkerk-Gouwe, vaarweg Lemmer-Delfzijl, de realisatie van de Nedersaksenlijn en het Mobiliteitspakket Brainport (o.a. aanpak van spoorknoop Eindhoven) worden doorgezet. Een reeks projecten wordt gepauzeerd door gebrek aan financiering of omdat ze op dit moment niet uitvoerbaar zijn.

Regionale bereikbaarheid

Met de extra middelen voor regionale bereikbaarheid die beschikbaar zijn gekomen op Prinsjesdag is het ook mogelijk om een aantal projecten in de regio toch door te zetten, zoals de ‘flessenhals’ spoorknooppunt Meppel, de N35 bij Mariënheem, knooppunt Zaarderheiken op de A67/A76 bij Venlo en de N33 Zuidbroek-Appingedam.

Ook steekt het kabinet geld in het versterken van de weerbaarheid van het spoor en in de maatregelen uit het Routeplan dat onlangs werden gepresenteerd om de regionale bereikbaarheid te verbeteren en het OV toekomstbestendig te maken (oa publieke mobiliteit). In een aparte brief kondigt het kabinet een onderzoek aan naar perspectief voor Noordelijk Nederland en de Lelylijn.

Bieden van zekerheid

Door nu keuzes te maken zorgt het kabinet voor zekerheid voor de komende acht jaar voor weggebruikers, spoorreizigers, gebruikers van vaarwegen, mede-overheden en bouwers. Om te voorkomen dat er telkens weer met geld geschoven moet worden om projecten te kunnen voltooien of onverwachte tegenvallers op te kunnen vangen. Doel is om elke euro zo goed mogelijk uit te geven voor de bereikbaarheid van ons land en om zoveel mogelijk bruggen, tunnels, sporen en waterwerken te kunnen aanpakken. Daarom worden niet-noodzakelijke regels voor het uitvoeren van projecten geschrapt. Op die manier kunnen projecten sneller en goedkoper worden uitgevoerd. Ook worden projecten versimpeld, gestandaardiseerd en gericht op de basis (‘bare minimum’).

Minister Karremans en staatssecretaris Bertram kijken nadrukkelijk ook naar alternatieve bekostiging en financiering om in de toekomst nieuwe wegen en sporen te kunnen aanleggen. Het kabinet gaat nu met de Kamer en met de regio’s (middels bestuurlijke overleggen MIRT) in gesprek over de prioritering op het Mobiliteits- en Deltafonds. De budgettaire verwerking volgt bij Voorjaarsnota.