Nederlandse leerlingen moeten wezenlijk beter leren lezen, schrijven en rekenen. Binnen 3 jaar moet er een kentering zijn. Dit is het doel van de Versterkingsagenda Taal en andere basisvaardigheden, die staatssecretaris Tielen van Onderwijs en Emancipatie naar de Tweede Kamer heeft gestuurd.
Staatssecretaris Tielen: “De leesvaardigheid van vijftienjarigen neemt al jarenlang af. We kunnen ons geen verdere achteruitgang permitteren. Het is mijn ambitie om de dalende trend te stoppen en om te buigen. Binnen 3 jaar wil ik samen met alle betrokkenen in het onderwijs betere resultaten op leesvaardigheid bereiken. Dat is essentieel, want taal is de sleutel voor alle vakken op school en cruciaal om mee te kunnen doen op de werkvloer en in de samenleving.”
Taal is de sleutel
Met de Versterkingsagenda geeft het kabinet prioriteit aan de 4 basisvaardigheden: taal, rekenen-wiskunde, digitale geletterdheid en burgerschap. Deze geven iedere leerling de beste start voor de toekomst. Taal is hierbij de sleutel. Taal stelt leerlingen in staat om instructies voor andere vakken te begrijpen, zichzelf uit te drukken, complexe informatie te verwerken en kritisch na te denken. Er komt in de klas dus meer focus op taal. Niet alleen bij Nederlands, maar bij alle vakken. Ook bij bijvoorbeeld geschiedenis of biologie.
Het nieuwe curriculum biedt een gouden kans om de basisvaardigheden nu te verbeteren. Na 20 jaar is dat met ingang van dit schooljaar vernieuwd, aangescherpt en concreter gemaakt. Nieuwe kerndoelen en examens zetten alles in beweging: van nieuwe leermiddelen en toetsen tot verdere professionalisering van leraren en schoolleiders.
Hoge verwachtingen
Onderzoek laat zien dat kinderen vaak beter presteren als leraren hogere verwachtingen hebben. Bij leerlingen van wie weinig wordt verwacht, neemt de motivatie vaak juist af. Ieder kind moet kunnen rekenen op goed onderwijs. In de Versterkingsagenda staan hoge verwachtingen daarom centraal. Niet alleen van leerlingen, maar ook van leraren, scholen, alle partners van de school, ouders, en de overheid. Voorbeelden ervan zijn ambitieuze kerndoelen voor leerlingen en concretere bekwaamheidseisen voor leraren.
Tielen: “We zetten in op wat aantoonbaar werkt. Dat doen we samen met leerlingen, ouders, leraren, schoolleiders, andere partners zoals wetenschappers. Alleen als we de handen ineenslaan kunnen we ervoor zorgen dat geen enkele leerling achterblijft. Ik ben optimistisch dat we deze omslag samen kunnen bereiken.”
De Versterkingsagenda is geen compleet nieuw plan dat alles op zijn kop zet. Dat is niet wenselijk en ook niet nodig. Scholen zijn op veel thema’s al volop aan de slag. De Versterkingsagenda bouwt voort op de basis die is gelegd met het Masterplan basisvaardigheden en op wat afgelopen jaren heeft gewerkt, zoals het weren van mobieltjes en het delen van kennis, ervaringen en vaardigheden door leraren, zodat het hele team beter leert en presteert. De Versterkingsagenda scherpt dit aan en versterkt deze aanpak.