De humanitaire situatie in veel conflictgebieden verslechtert. Dit komt onder andere door teruglopende financiering van humanitaire hulpverlening en aanhoudende droogte en geweld. Zeker ook in gebieden als Gaza en Soedan waar de noden zeer urgent blijven, waaronder door acute ondervoeding. Het kabinet maakt zich hier ernstige zorgen over en verhoogt daarom versneld de bijdrage aan het Wereldvoedselprogramma (WFP) voor 2026 met €19 miljoen.

Recent kondigde het WFP aan dat het de steun aan Gaza drastisch moet verminderen vanwege acute financieringstekorten. Dit staat niet op zichzelf maar past in een zorgwekkend wereldwijd patroon. Hulporganisaties kampen met chronisch geldgebrek om de alsmaar toenemende honger te bestrijden die ontstaat door conflict en/of droogte. Alleen al in Gaza lopen hierdoor een half miljoen Palestijnen het risico zonder essentiële voedselhulp te zitten. Het kabinet heeft grote zorgen over deze mondiale trend.

Het WFP speelt een cruciale rol in het voorkomen van hongersnood. Om die reden wordt de Nederlandse steun aan het WFP voor 2026 met €19 miljoen opgehoogd tot in totaal €76 miljoen. Dankzij deze meerjarige, flexibele financiering kan de organisatie zelf besluiten waar de middelen het hardst nodig zijn op basis van de omvang en ernst van de humanitaire noden. Gaza blijft daarbij, mede door het aanhoudende geweld en grootschalige ontheemding, een van de absolute prioriteitsgebieden waar de tekorten het meest voelbaar zijn.

“Er is zoveel menselijk leed in gebieden als Gaza en Soedan. Met deze extra steun voor het WFP willen we de humanitaire hulp daar en elders zo effectief en voorspelbaar mogelijk ondersteunen. Maar meer is nodig. Ik blijf daarom andere landen oproepen ook meer humanitaire hulp te geven. Dat blijf ik ook benadrukken binnen internationale fora en in gesprekken met mijn collega’s”, zegt minister Sjoerd Sjoerdsma van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking.

Om de humanitaire situatie in conflictgebieden te verbeteren blijft Nederland daarnaast aandringen op een duurzaam einde van gewelddadigheden en veilige, ongehinderde en onvoorwaardelijke toegang tot conflictgebieden voor professionele hulporganisaties. Voortdurende schendingen van afspraken over staakt-het-vuren maken het werk voor humanitaire organisaties gevaarlijk en beperken de bewegingsvrijheid van deze organisaties.