Tweede Kamer, 18e vergadering
- Begin10:15
- Sluiting10:15
- StatusOngecorrigeerd
Opening
Voorzitter: Paulusma
Aanwezig zijn leden der Kamer, te weten:
De voorzitter:
Ik open de vergadering van donderdag 29 oktober 2026.
Mededelingen
Mededelingen
Mededelingen
De voorzitter:
Ik deel aan de Kamer mee dat er geen afmeldingen zijn.
Deze mededeling wordt voor kennisgeving aangenomen.
Begroting Onderwijs, Cultuur en Wetenschap 2027
Begroting Onderwijs, Cultuur en Wetenschap 2027
Aan de orde is de voortzetting van de behandeling van:
het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2027 (37020-VIII).
(Zie vergadering van 27 oktober 2026.)
De voorzitter:
Wij kunnen voortvarend aan de slag met de tweede dag van de behandeling van de begroting van OCW.
Door mij zijn schriftelijke antwoorden ontvangen van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de staatssecretaris Onderwijs en Emancipatie op vragen, gesteld in eerste termijn.
Deze antwoorden zullen worden opgenomen in een bijvoegsel bij de Handelingen van deze vergadering.
(Het bijvoegsel is opgenomen aan het eind van deze editie.)
De voorzitter:
Ik heet alle leden van de Kamer en de bewindspersonen in vak K van harte welkom. Wij gaan zo meteen met de bewindspersonen in vak K beginnen. Ik ga ervan uit dat de minister zo even aangeeft in welke blokjes zij de Kamer mee gaat nemen. Ik wil voorstellen aan de Kamer om vragen te stellen na ieder blokje, zodat we zeker weten dat ieder al zijn antwoord heeft gehad voordat we in nieuwsgierigheid bij de interruptiemicrofoon staan. Ik ga er ook van uit — ik kijk daarbij naar de bewindspersonen — dat de ingediende amendementen in de eerste termijn van een appreciatie worden voorzien.
De algemene beraadslaging wordt hervat.
De voorzitter:
Dat gezegd hebbende, heet ik de minister van harte welkom achter de microfoon. Ik ga u het woord geven voor uw eerste termijn. Gaat uw gang.
Minister Letschert:
Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Goedemorgen. Fijn om hier op deze toch wel zonnige dag — dat was zo toen ik naar buiten stapte — te zijn.
De voorzitter:
U bent op tijd!
Minister Letschert:
Ja, ik ben op tijd, want er was geen regen! Laat ik eens op tijd komen. Ben ik altijd te laat dan? Volgens mij valt dat best mee!
We hebben dinsdagnacht hard gewerkt om ervoor te zorgen dat u gisteren allemaal de antwoorden op uw vragen op tijd binnen zou krijgen — dat hoop ik in ieder geval — en heeft kunnen bestuderen. Volgens mij hebben we een heel mooi debat gehad. Ik moet eerlijk zeggen dat we de afgelopen maanden, als ik kijk naar de debatten die we in de commissie voor Onderwijs en Wetenschap hebben gehad, steeds hele mooie debatten hebben. Volgens mij zijn we het over één ding in elk geval met elkaar eens: Nederland kent geen gebrek aan uitdagingen. Daarvoor hebben we ook heel veel talenten, prachtig onderwijs en wetenschap van wereldklasse. Daar kunnen we nóg meer aan doen. Daar gaan we vandaag met elkaar het gesprek over voeren.
Ik heb de afgelopen zes maanden waarin ik op werkbezoek mocht gaan bij verschillende onderwijsinstellingen, hele mooie voorbeelden gezien, die mij iedere dag inspireren om mijn werk te doen. Achter al die getallen, die tabellen, die beleidsteksten en het jargon dat we hier af en toe gebruiken, zitten mensen. Dat zijn mensen die zich iedere dag weer inzetten voor hun studie, hun studenten of hun onderzoek. Voor hen maken wij hier met elkaar deze plannen. Voor hen moeten wij er ook voor zorgen dat wij de middelen op de juiste manier besteden.
Zo was ik onlangs bij de verpleegkundestudenten van het ROC Mondriaan in Den Haag. Daar kon ik zien hoe zij de praktijk leren. Dat doen zij eigenlijk door in die praktijk te werken. Of denk aan de onderzoekers en studenten in Middelburg die bij het Joint Research Center Zeeland samen met bedrijven, het mkb en de overheid werken aan oplossingen rondom energie en klimaat. Diezelfde onderwijsinstellingen in Zeeland en de partners daar hebben superinnovatieve onderwijsvormen ontwikkeld om ervoor te zorgen dat er toegankelijk onderwijs in heel Zeeland voorhanden is. Dan het laatste voorbeeld: de zijinstromers die ik recent mocht ontmoeten bij een bezoek aan het Energie Starterstraject van de Hogeschool Rotterdam. Dat onderwijs is samen met het werkveld ontwikkeld. Deelnemers stromen hierna met baangarantie hetzelfde werkveld in. Iedere keer weer, vooral die maandagen, kom ik vol inspiratie en energie weer terug naar Den Haag om met uw Kamer in gesprek te gaan.
Voorzitter. U heeft mij dinsdag veel vragen gesteld. Ik heb een aantal blokjes gemaakt. Die raken volgens mij de kern van de thema's waar u vooral benieuwd naar bent, namelijk mijn visie, de ontwikkelingen daarin en de visie van het kabinet daarop. Ik heb ze in vijf thema's onderverdeeld. Ik wil beginnen met de financiële positie van studenten. Het tweede blok is gelijkwaardigheid tussen mbo, hbo en wo. Het derde blok is talentstrategie. Dan heb ik een blok academische vrijheid en sociale veiligheid. Daarin kunnen we ook thema's bespreken rondom antisemitisme en de rol van Defensie. Het laatste blok is slagvaardige overheid. Ik had bedacht om daarin met u in gesprek te gaan over de taakstellingen en de doelen in de begroting, waar u vragen over heeft gesteld. Dat zijn eigenlijk meer de algemene vragen. Die komen dus op het einde. Uiteraard zal ik daarna de amendementen appreciëren. Daarna geef ik het woord aan mijn geliefde collega Judith Tielen. Ik zal dat allemaal proberen. De dierproeven komen uiteraard, zeker, ook aan bod. Wat mij betreft gebeurt dat in het laatste blokje. Ik heb namelijk ook nog een blokje overig. Dat is niet omdat ik het niet belangrijk vind, maar ik zag dat punt ook al in de amendementen terugkomen. Maar dat punt komt zeker aan bod.
De voorzitter:
U bent helemaal voorzien, begrijp ik.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Bijna. Nog even voor de duidelijkheid het volgende. De apenproeven komen dus in blokje vijf? Dat is voor mij goed om te weten. En onder welk blokje moet ik de groene schoolpleinen scharen?
Minister Letschert:
Die horen bij mijn collega, de staatssecretaris. Die komen dus nadat u naar mij heeft mogen luisteren.
De voorzitter:
Alles komt aan bod. En mevrouw Moorman gaat daarvoor een compliment geven.
Mevrouw Moorman (PRO):
Zeker, al kunnen we het natuurlijk pas aan het einde beoordelen. Maar ik heb goede hoop en mooie verwachtingen. Lerarenopleidingen: in welk blokje vallen die?
Minister Letschert:
Zal ik die ook in "overig" doen?
Mevrouw Moorman (PRO):
Dat is prima.
De voorzitter:
Dat blokje overig wordt wel de teaser van dit debat. Gaat u verder met het eerste blokje: de financiële positie van studenten.
Minister Letschert:
Helemaal goed. Ik dacht: ik pak eigenlijk het meest ingewikkelde thema eerst. Dat doe ik wel vaker als we met elkaar debatten hebben. Ik moet namelijk als minister soms ook hele vervelende berichten en Kamerbrieven met uw Kamer delen. Het renteplafond voor studieleningen is daar wel een heel erg belangrijk voorbeeld van. Ik vind namelijk net als u dat studenten zich vooral moeten kunnen richten op hun studie en hun ontwikkeling, zonder zich zorgen te moeten maken over de financiële situatie nu en in de toekomst. In het coalitieakkoord stond een renteplafond van 2,5% conform ook de berekeningen en de renteramingen die op tafel lagen. Daar ben ik dan ook mee aan de slag gegaan toen ik begon, ergens eind februari.
Wat heb ik toen gedaan? Ik heb gedaan wat je vaak doet als je als nieuwe minister binnenkomt. Je gaat met het team van ambtenaren kijken: we hebben 40 miljoen gereserveerd gekregen voor deze rentemaatregel met een percentage daarbij; hoe gaan we dat realiseren? Dat was eigenlijk mijn insteek toen ik daarmee aan de slag ging. In het begin van het voorjaar kwam ik er algauw achter dat de rente flink was gestegen. We kunnen met elkaar de analyse maken waarom dat is gebeurd. Dat is dinsdag in het debat ook naar voren gekomen: we zien dat onder andere door de geopolitieke spanningen de rente op de staatsobligaties flink is gestegen. Ergens in het begin van het voorjaar betekende dat dat de dekking die ik voor die rentemaatregel gereserveerd had eigenlijk vrij snel omhoogschoot. Op dit moment staat die op 160 miljoen per jaar. Dat bedrag kan nog verder oplopen als de rente verder stijgt.
Op dat moment ga je wederom zowel ambtelijk als met collega's binnen het kabinet — uiteraard ook binnen de coalitie — in gesprek: kunnen we alternatieven bedenken? Wat vinden we van het risico dat we met elkaar dragen op het moment dat we een renteplafond afspreken waarvan we de impact op de OCW-begroting maar ook op de rijksbegroting eigenlijk niet goed in de hand hebben? Hoe gaan we dat dan dekken? Hoe doen we dat met elkaar? Ik ben ook gedoken in de alternatieven; dat heeft u ook in de brief kunnen lezen. Dat gaat onder andere over rentekorting of een bewegend renteplafond. Ook bij die twee maatregelen, zoals ik het in de brief heb uitgelegd, heb ik moeten constateren dat het alternatief van de rentekorting eigenlijk substantieel niks toevoegt aan het wegnemen van de financiële zorgen van studenten, en dat het bewegende renteplafond ook nog eens heel veel extra risico's voor de OCW-begroting gaat opleveren.
Toen ben ik met de coalitie gaan praten: ja, ik zit hier echt met een graat in mijn keel, kan ik wel zeggen. Is dat een goede uitdrukking? Je wilt namelijk in de weging die je ook als coalitiepartijen met elkaar hebt, steeds de goede afweging maken: wat doen we voor de doelgroepen waar wij beloftes aan gedaan hebben? Dat geldt voor studenten, maar breder in het kabinet geldt dat je uiteraard met elkaar die weging gaat maken. Ik vind de risico's voor de OCW-begroting als we deze rentemaatregel invoeren veel te groot, omdat ik die moet ombuigen op de OCW-begrotingsposten zelf — dat betekent een ombuiging op onderwijs en onderzoek — en dat betekent dat ik het bij de onderwijsinstellingen zou moeten wegnemen zonder dat ik weet hoe dat bedrag zich in de komende jaren zou gaan ontwikkelen. Waarom heb ik dat uiteindelijk met u in die brief kunnen en willen communiceren? Dat is omdat ik ook heb gekeken naar wat we nou doen voor die studenten, dus voor zowel de huidige studenten als voor de studenten die niet meer studeren en nu werken en dus met rente worden geconfronteerd. Wat heeft het kabinet voor hen in de verschillende enveloppen zitten? Dan kijk ik naar de hele weging. Ik kijk naar de maatregel die we in het coalitieakkoord hebben gezet om de uitwonendenbeurs voor studenten te verhogen met ongeveer €50. We hebben een wetsvoorstel in voorbereiding. Ik verwacht dat deze verhoging per studiejaar 2028-2029 ingaat.
We hebben met elkaar in deze Kamer niet zo heel lang geleden een debat gehad over de aanvullende tegemoetkoming voor de studenten die onder een leenstelsel hebben gestudeerd. Daar hebben opeenvolgende kabinetten in totaal een bedrag van 2,4 miljard aan uitgegeven. Ook daarover hebben we met elkaar een discussie gehad. Is dat een voldoende tegemoetkoming en moeten we daar een punt achter zetten? De algehele conclusie bij de meeste partijen in de Kamer was toen dat we daar een punt achter moesten zetten, hoe erg en schrijnend het ook is dat er een generatie is die acht jaar onder een leenstelsel heeft moeten studeren.
Ik heb ook gekeken naar de situatie waar studenten mij de afgelopen weken over aanspraken: zij delen zorgen met mij over hun mogelijkheden op de woningmarkt. Zij maken zich zorgen dat zij in de toekomst door stijgende rentes geen hypotheek meer kunnen krijgen. Ook daar heb ik me de afgelopen periode natuurlijk in verdiept. Ik weet dat de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening en de minister van Financiën samen op basis van het onafhankelijke advies van het Nibud de leennormen voor de hypotheekverstrekking vastzetten. Het Nibud adviseert daarbij ook over het verantwoord lenen en het meewegen van een studielening bij die hypotheekaanvraag. Ik heb gehoord dat er in de afgelopen jaren het een en ander is aangepast in het meewegen van studieschulden bij hypotheken om meer leenruimte te creëren voor oud-studenten met een studieschuld. Sinds 2024 gaan hypotheekverstrekkers bij het bepalen van de maximale hypotheek uit van de werkelijke maandlast van de studielening in plaats van van de oorspronkelijke studieschuld zoals die in een eerdere berekening werd meegenomen. Dit heeft gezorgd voor een grotere leenruimte, vooral bij studenten die aan het aflossen zijn.
Ik heb nog een laatste punt. Als het gaat over de studenten die geconfronteerd worden met een stijgend rentepercentage en de draagkracht niet hebben om die schuld af te lossen, dan wil ik toch nogmaals benadrukken dat de Dienst Uitvoering Onderwijs, onze DUO, een vrij sociaal aflossingsregime heeft: je hebt een aanloopfase van twee jaar waarna je met de aflossing begint, je betaalt terug naar draagkracht, je hebt de mogelijkheid voor een aflosvrije periode, de zogeheten "jokerjaren", en je hebt een kwijtschelding van de restschuld als de looptijd eindigt. Dat betekent dat studenten die onvoldoende draagkracht hebben en deze rentepercentages dus niet kunnen betalen, gewoon een veel lager bedrag hoeven af te lossen. De dingen die we hebben gedaan voor de studenten die vallen onder het leenstelsel, de manier waarop het huidige financieringsstelsel in elkaar zit, ook met de sociale voorwaarden, de koopkrachtcijfers van Nibud en de manier waarop naar die hypotheken wordt gekeken, maken dat ik uiteindelijk samen met de coalitiepartijen tot de constatering ben gekomen dat wij met uw Kamer in gesprek willen gaan om die 40 miljoen op een andere manier te besteden. Wat mij betreft besteden we die aan dezelfde doelgroep, dus studenten. Ik realiseer me heel goed dat dit ongelofelijk teleurstellend is voor de studenten die in de bonden zitten en daar een hele andere verwachting bij hadden. Daar baal ik van. Dat zeg ik ook in de brief. Dit is helaas wat het is vanuit kabinetsperspectief.
De voorzitter:
Was u daarmee aan het einde van dit blokje gekomen?
Minister Letschert:
Ja.
De voorzitter:
Ik heb meegeschreven en ik ga mevrouw Abdi als eerste het woord geven. Gaat uw gang.
Mevrouw Abdi (PRO):
Ik heb gisteren de antwoorden gekregen op de feitelijke vragen. Ik vond het eigenlijk verbijsterend dat die maatregel niet is doorgerekend. Mijn eerste vraag aan de minister is waar die 40 miljoen dan op gebaseerd is.
Minister Letschert:
Ik ben als minister aangetreden en heb toen een bedrag, een maatregel en een percentage gekregen. Daar ben ik mee aan de slag gegaan. Dat is wat ik als minister te doen heb gehad. Dat heb ik ook gedaan. Partijen hebben aan de formatietafel gesprekken gevoerd en deze rentemaatregel op deze manier geïntroduceerd.
Mevrouw Abdi (PRO):
Dat is geen antwoord op mijn vraag. Mijn vraag was waar die 40 miljoen op is gebaseerd die opgenomen is in deze maatregel. Die is namelijk niet doorgerekend. Waar komt dat bedrag van 40 miljoen dan precies vandaan? Ik hoop dat de minister dan niet verwijst naar de brief van drie jaar geleden. De vraag is waar dit bedrag van 40 miljoen vandaan komt.
Minister Letschert:
Het bedrag is conform de berekeningen van de rente en de ramingen die in februari op tafel lagen. We hebben in het debat van dinsdag ook gehoord dat op het moment dat die rente stijgt, het bedrag voor die dekking ook meteen verschuift. U kunt dan aan mij vragen of ik dat niet eerder had kunnen bedenken, maar ik begon op 23 februari. Als ik nu kijk naar alle analyses die ik heb gemaakt en gelezen, inclusief de brieven die een van uw collega's mij heeft aangeraden om te lezen, dan zie ik al eerdere berekeningen van risico's rondom rentemaatregelen. Ik kan naar eer en geweten zeggen dat ik op 23 februari aan de slag ben gegaan met de uitwerking van die maatregel, maar geconfronteerd ben met een situatie waarin die rente is gaan stijgen op een manier die voor de OCW-begroting een te groot risico bevat. Daarom doe ik nu dit voorstel aan de Kamer.
De voorzitter:
Afrondend.
Mevrouw Abdi (PRO):
Ik vind het pijnlijk en ook verbijsterend. Studenten is keer op keer een worst voorgehouden: ga maar studeren, want het heeft geen invloed op het kopen van een woning; ga maar studeren, want de kosten stijgen niet. Vervolgens heeft dit kabinet beloofd de rente te gaan bevriezen. Dat plan is nu van tafel. Dit schaadt het vertrouwen van studenten in de overheid, maar ook in de politiek. Beseft de minister dat?
Minister Letschert:
Ja, dat begrijp ik heel goed. Dat is ook waarom ik mijn inleiding hiermee begon en ook in de brief zeg dat er in het coalitieakkoord een aantal mooie voornemens staan, specifiek gericht op studenten. En nu sta ik hier uiteindelijk om te moeten aangeven dat ik het risico voor de OCW-begroting, maar eerlijk gezegd ook voor de rijksbegroting, te groot vind en deze maatregel gewoon onverantwoord vind en niet kan waarmaken. Dat is ongelofelijk zuur. Tegelijkertijd geldt in de weging die wij steeds maken als coalitie, maar dat geldt denk ik voor iedere politicus, dat er situaties zijn waardoor je soms bepaalde voornemens en maatregelen moet bijstellen. Dat doen we überhaupt ook in het parlement met elkaar, in elke voorjaarsperiode en bij elke augustusbesluitvorming. Ik vind deze superzuur. Juist als minister van Onderwijs wil je voor die maatregelen kunnen staan. Tegelijkertijd probeer ik hier ook uit te leggen hoe het komt dat ik 'm nu, in de constatering die ik met u deel, op een andere manier zou willen invullen. Ik geef ook aan dat ik daarbij in de weging ook heb gekeken naar wat we voor studenten wél doen. Daarom ben ik het niet met u eens dat er niks voor studenten in het coalitieakkoord zit, want er zit heel veel in. Er zit nog steeds een bedrag voor een uitwonende beurs in. We hebben ook nog steeds een sociaal leenstelsel. Wat er in voorgaande periodes is gezegd over dat lenen nooit geld zou kosten ... Ik sta nu in deze positie; ik zal dat nooit zeggen. Dat is heel vervelend en ik snap dat u dat vindt, maar de overheidscommunicatie vanuit DUO is nooit geweest: lenen kost geen geld. Dat is vanuit de overheid niet op die manier gecommuniceerd.
De voorzitter:
Mevrouw Abdi.
Mevrouw Abdi (PRO):
Ik wil een persoonlijk feit maken. De minister verwijst er in haar antwoord naar dat ik zou hebben gezegd dat zij niks doet voor studenten. Dat heb ik helemaal niet gezegd. De minister is haar beantwoording aan het voorlezen. Die vraag heb ik helemaal niet gesteld. Ik wil hiermee gezegd hebben dat ik dat niet heb gezegd.
De voorzitter:
U heeft een persoonlijk feit gemaakt.
Mevrouw Beckerman (SP):
Dit is wel lekker makkelijk natuurlijk. Studenten is hier letterlijk, létterlijk, vanuit de Tweede Kamer gezegd: ga maar lenen; het komt goed. Tegen partijen die kritisch waren, zoals de mijne, die altijd tegen het leenstelsel waren, werd gezegd: ú maakt studenten bang; het komt allemaal goed, u kunt gewoon een huis kopen. Waarom is deze belofte gedaan terwijl het kabinet had kúnnen weten dat ze 'm op deze manier nooit zouden kunnen waarmaken?
Minister Letschert:
Zoals ik zeg: ik heb gehandeld naar bevind van zaken. Toen ik aantrad als minister ben ik deze maatregel gaan proberen uit te werken. Ik moet constateren dat dat niet kan. Dat is het eerlijke verhaal. Ik vind het heel vervelend als studenten de verwachtingen hebben gekregen dat ze onbeperkt zouden kunnen lenen doordat er in voorgaande periodes bewindspersonen zijn geweest die wellicht andere uitingen hebben gedaan ten aanzien van de invoering van het leenstelsel en wat dat zou betekenen voor mogelijke rentestijgingen. Dat is niet wat je ziet in de overheidscommunicatie vanuit DUO. Dat is ook gewoon echt een feit. Daar kan ik niet omheen. DUO heeft nooit gezegd: gaat u lenen, want dat blijft altijd een rentepercentage van 0%. Nogmaals, ik blijf het ook voor studenten ongelofelijk zuur vinden, maar ik wil ook wel bij de feiten blijven die ik zélf op mijn bureau heb.
Mevrouw Beckerman (SP):
"Heel vervelend" is het als het regent. Dit is gewoon een molensteen om de nek van heel veel studenten en oud-studenten. Maar mijn belangrijkste punt is: het kabinet wist dat het niet kon. Want er zijn in 2023 al berekeningen gemaakt dat het 350 miljoen zou kosten als je dit renteplafond op 2,5% zou stellen. We weten gewoon dat rentes fluctueren. Dus het kabinet heeft willens en wetens een belofte gedaan aan studenten waarvan het had kunnen weten, op dat moment al, dat het niet kon. Erkent het kabinet dat?
Minister Letschert:
Wat ik in de schriftelijke antwoorden heb aangegeven, is dat de berekening zoals die er lag gebaseerd was op die rentepositie toen en de ramingen die daar toen bij hoorden aan die formatietafel. Ik heb daarbij ook geschreven: dat is te optimistisch ingeschat. Wat ben ik gaan doen toen ik ben aangetreden als minister? Ik ben daarmee aan de slag gegaan, en dit is het resultaat. Nogmaals, het kabinet erkent dus dat dit te positief is ingeschat en dat dat meer dan zuur is. Dat erken ik ook. Wat we nu kunnen doen, is daar heel lang met elkaar over blijven doordebatteren. Dat moeten we ook doen. Tegelijkertijd zou ik ook naar het volgende willen kijken. In de weging van alle argumenten die ik hier op tafel heb gelegd over wat nou de juiste weg is om te kijken wat we met de koopkracht van studenten doen en wat we doen met de 40 miljoen dekking die daarvoor beschikbaar is, zou ik heel graag aan de Kamer willen vragen wat de plannen daarvoor zouden kunnen zijn. Ik kan nogmaals zeggen dat het een graat in mijn keel is dat ik deze maatregel op deze manier niet kan invoeren. Ik zal hem ook niet adviseren aan volgende kabinetten, want het is gewoon een heel risicovolle maatregel, die zowel voor de OCW-begroting als voor de rijksbegroting veel te grillig is in de manier waarop die gekoppeld is aan de staatsobligaties en de ramingen die daarbij horen.
Zie je content die volgens jou niet op deze site hoort? Check onze disclaimer.