Het kabinet is positief over het wetsvoorstel van de Europese Commissie om kinderen beter te beschermen tegen online risico’s. De EU Kids Act moet digitale diensten, zoals sociale media, online games en AI-chatbots, veiliger maken voor kinderen. Maar een aantal maatregelen roept nog zorgen op bij het kabinet. Zo moeten de gevolgen van een minimumleeftijd en leeftijdsverificatie, op de grondrechten en privacy van kinderen en volwassenen goed onderzocht worden. De invoering van ‘mini-accounts’ en andere hulpmiddelen legt ook te veel verantwoordelijkheid bij ouders, wat ongelijkheid tussen kinderen en privacyrisico’s in de hand kan werken.
De EU Kids Act is een wetsvoorstel van de Europese Commissie om kinderen beter te beschermen tegen online risico's, zoals verslavende algoritmes, schadelijke content en ongewenste contacten. Het voorstel bevat onder meer een Europese minimumleeftijd van 15 jaar voor sociale media en videoplatformdiensten en strengere ontwerpeisen aan sociale media, videoplatformdiensten, AI-chatbots, online games en app stores. Het kabinet is voorstander van gezamenlijke Europese regels. Daarmee worden kinderen in de hele Europese Unie beter beschermd en wordt een lappendeken aan regels voorkomen.
Staatssecretaris Aerdts (Digitale Economie en Soevereiniteit): “Kinderen moeten veilig en gezond kunnen opgroeien, ook online. Door als Europese landen samen op te trekken, kunnen we kinderen beter beschermen tegen online risico’s. Maar daarbij moeten we ook kritisch kijken naar de voorgestelde maatregelen. We willen kinderen beschermen, zonder hun grondrechten onnodig te beperken of te veel verantwoordelijkheid bij ouders neer te leggen. Daarover ga ik de komende tijd in gesprek met mijn Europese collega’s.”
Bedrijven zijn zelf verantwoordelijk voor de veiligheid van kinderen
In het wetsvoorstel staat dat een digitale dienst voor kinderen vanaf het ontwerp veilig moet zijn (safety-by-design). Dat betekent geen verslavende technieken en strengere eisen aan privacybescherming. Bedrijven zijn daarmee zelf verantwoordelijk voor het veilig maken van hun diensten voor kinderen. Deze regels gelden voor alle bedrijven die diensten aanbieden in de Europese Unie. Zeer grote online platforms moeten zelf aantonen dat zij hieraan voldoen bij de Europese Commissie. Het kabinet is voorstander van deze voorstellen en steunt het uitgangspunt dat de verantwoordelijkheid hiermee bij de platforms zelf wordt gelegd.
Gevolgen van minimumleeftijd op grondrechten en privacy
Het kabinet wil dat kinderen gebruik kunnen maken van alle kansen die de online wereld biedt. Maar ondanks de huidige wetgeving zijn een groot aantal digitale diensten nog te onveilig voor kinderen. Daarom is het kabinet positief over de voorgestelde minimumleeftijd van 15 jaar voor het zelfstandig aanmaken van accounts op sociale media en videoplatforms. Het controleren van iemands leeftijd moet wel op een veilige en betrouwbare manier gebeuren. Leeftijdsverificatie via de Europese Digitale Identiteits (EDI) wallets kan een van de mogelijkheden hiervoor zijn.
Tegelijkertijd kan een minimumleeftijd ook gevolgen hebben voor grondrechten, zoals de vrijheid van meningsuiting en de toegang tot informatie. Het kabinet vraagt daarom extra aandacht hiervoor gedurende de wetgevingsprocedure.
Ook is het invoeren van een minimumleeftijd geen doel op zich is. Daarom wil het kabinet dat de Europese Commissie na de inwerkingtreding van de EU Kids Act opnieuw beoordeelt of een minimumleeftijd nog noodzakelijk is, als blijkt dat sociale media en videoplatforms voldoende veilig zijn voor kinderen.
Te grote verantwoordelijkheid voor ouders
Volgens het wetsvoorstel kunnen kinderen tussen de 13 en 15 jaar met toestemming van hun ouders beperkt gebruikmaken van sociale media en videoplatformdiensten via zogeheten ‘mini-accounts’. Daarnaast moeten platforms ouders hulpmiddelen bieden waarmee zij kunnen bepalen hoeveel schermtijd hun kind krijgt en meekijken met wie hun kind online contact heeft. Het kabinet heeft zorgen over de grote verantwoordelijkheid die hiermee bij individuele ouders wordt gelegd. Een te grote afhankelijkheid van ouderlijke toestemming en toezicht kan leiden tot ongelijkheid tussen kinderen omdat niet alle ouders dezelfde mogelijkheden hebben om hun kinderen online te begeleiden. Daarnaast ziet het kabinet privacyrisico’s bij de verplichte verificatie van ouderlijke verantwoordelijkheid. Het kabinet wil voorkomen dat digitale platforms hiervoor onnodig persoonsgegevens van ouders en kinderen verzamelen.