Tweede Kamer, 19e vergadering
- Begin14:00
- Sluiting14:00
- StatusOngecorrigeerd
Opening
Voorzitter: Van Campen
Aanwezig zijn leden der Kamer, te weten:
De voorzitter:
Ik open de vergadering van dinsdag 3 november 2026.
Vragenuur
Vragenuur
Aan de orde is het mondelinge vragenuur, overeenkomstig artikel 12.3 van het Reglement van Orde.
Vragen Paulusma
Vragen van het lid Paulusma aan de minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport, bij afwezigheid van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, over het bericht "Huisarts plaatst spiraaltje met verdovingsprik, richtlijn adviseert nog paracetamol".
De voorzitter:
Aan de orde is het mondelinge vragenuur. Ik geef het woord aan mevrouw Paulusma voor haar mondelinge vragen namens D66 aan de minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport, bij afwezigheid van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Ik heet de minister van harte welkom in de Tweede Kamer. Mevrouw Paulusma, als u zo ver bent, heeft u het woord. Gaat uw gang.
Mevrouw Paulusma (D66):
Voorzitter, dank u wel. "Even hoesten en dan is het eruit. Daar voel je niks van." Dat zijn de woorden die Veerle te horen kreeg bij haar spiraalverwijdering. Toen ze om verdoving vroeg omdat het plaatsen destijds erg pijnlijk was geweest, bleek dat geen optie te zijn. Vervolgens lag ze dubbelgevouwen van de pijn. Amber had zonder verdoving een enorm pijnlijke ervaring en moest daarna in een rolstoel naar buiten gebracht worden. Bodil noemde de plaatsing van haar spiraal "traumatisch" en "zeer pijnlijk". Lisa omschreef het als een messteek in haar buik.
Voorzitter. Ik kan zo eindeloos doorgaan, want de voorbeelden zijn talrijk. Daarom sta ik hier vandaag. Vrouwengezondheid staat nog maar veel te kort op de politieke agenda, maar pijnbestrijding bij vrouwspecifieke ingrepen staat daar helemaal niet op. Hoe kunnen er nog steeds ingrepen plaatsvinden waarvan we weten dat ze enorm pijnlijk zijn en hoe kan er dan geadviseerd worden om gewoon maar een paracetamolletje te nemen? Daarom vraag ik de minister: deelt zij de mening dat het compleet onacceptabel is dat deze ingreep, en zo zijn er nog wel meer ingrepen te noemen, nog steeds zonder pijnbestrijding gedaan wordt?
De voorzitter:
Het woord is aan de minister.
Minister Sterk:
Voorzitter, dank. Ook dank voor deze vragen, want het geeft mij de gelegenheid om het grote belang te onderstrepen dat wij vrouwen volgens mij breder hebben, namelijk aandacht vragen voor vrouwengezondheid en voor alles wat daar toch anders aan is dan gezondheid bekeken vanuit de bril van een man. Ik ben blij dat dit Kamerlid dit thema ook met grote regelmaat hier in de Kamer onder de aandacht brengt. Ik denk dat het ontzettend wezenlijk is dat als we weten dat bepaalde handelingen gewoon echt heel pijnlijk zijn — u gaf daar net verschrikkelijke voorbeelden van — we er alles aan doen om te zorgen dat die pijn bestreden wordt en daarmee draaglijker wordt gemaakt. Het is inderdaad onacceptabel. We moeten alles op alles zetten om dat zo snel mogelijk voor elkaar te krijgen.
Mevrouw Paulusma (D66):
Ik ben blij dat de minister ook het tempo benoemt, maar het is echt tijd dat er iets verandert en dat we niet blijven wachten op onderzoeken. Daarmee zeg ik niet dat er geen onderzoek gedaan moet worden naar vrouwspecifieke aandoeningen. We weten echter allang dat pijnbestrijding bij het plaatsen van een spiraal niks afdoet aan de ingreep zelf; het biedt simpelweg meer comfort. Waarom zouden we dan nog moeten wachten op dat onderzoek? Nu hangt het weer af van huisartsen die zelf hun nek uitsteken en ervoor kiezen dat het echt anders moet. Dat is onacceptabel, want daarmee wordt je zorg dus ook bepaald door de huisarts die je hebt.
Voorzitter. We begrijpen dat de minister niet gaat over de richtlijnen van de beroepsgroep, maar soms is er simpelweg politieke druk nodig om de zorg voor vrouwen beter te maken. We krijgen bijvoorbeeld ook signalen van beroepsgroepen dat zij hun beleid niet willen aanpassen zolang het Nederlands Huisartsen Genootschap zijn richtlijnen niet aanpast. Ik wil de minister dus vragen: kan zij toezeggen in gesprek te gaan met het Nederlands Huisartsen Genootschap om te bespreken op welke manier we deze richtlijnen zo snel mogelijk vrouwvriendelijk kunnen maken? Is de minister ook bereid om onder andere in gesprek te gaan met Ava, om te kijken wat zij vanuit hun rol nog meer kunnen doen om de beweging naar betere pijnbestrijding bij vrouwspecifieke ingrepen te versnellen?
Minister Sterk:
Ik spreek in die zin een beetje voor mijn beurt, omdat ik natuurlijk niet de minister ben die hier direct over gaat. Ik zal het echter zeker voorleggen aan mijn collega. Ik ben ervan overtuigd dat zij bereid is om dat gesprek aan te gaan, met dien verstande dat richtlijnen aan de beroepsgroep zijn. We willen natuurlijk ook heel graag dat iets goed en zorgvuldig wordt getest bij patiënten en beroepsbeoefenaars voordat het wordt toegestaan, maar ik hoor u heel goed zeggen dat er meer versnelling wordt gevraagd. We kunnen niet snel genoeg zijn met het oppakken van die pijnbestrijding. Eén. Ik zal mijn collega vragen om dat gesprek aan te gaan. Ook uw vraag om een gesprek met Ava — ik begrijp dat dit een belangenbehartiger is voor vrouwen en alles wat met vrouwengezondheid te maken heeft — zal ik onder de aandacht brengen. Ik kan me overigens voorstellen dat je dit gesprek breder voert, met ook nog andere partijen erbij. Ik ben ervan overtuigd dat mijn collega bereid is om ook dat gesprek aan te gaan.
Mevrouw Paulusma (D66):
Wederom ben ik blij met dit antwoord en het tempo, maar ik wil nogmaals benadrukken dat we niet méér onderzoek nodig hebben om te weten of pijnbestrijding vrouwen comfort biedt. Dat doet niks af aan de ingreep waar we het vandaag over hebben. Pijnbestrijding zou een keuze moeten zijn omdat het meer comfort biedt. In deze Kamer voeren we vaak het debat over het recht op zelfbeschikking van vrouwen, maar het pijnlijke is dat we bij veel vrouwspecifieke ingrepen, niet alleen bij de spiraal, simpelweg géén eigen keuze hebben als het gaat om pijnbestrijding. Ik heb het al vaker gezegd: als dit mannen zou aangaan, lag de morfine al klaar bij de voordeur.
Tot slot. Dit gaat niet alleen om richtlijnen, maar ook om onderwijs en kennisbewustzijn. Is de minister bereid om met het onderwijsveld in gesprek te gaan, zodat ook hier het kennistekort kleiner wordt, maar ook de houding richting vrouwen verbeterd wordt?
De voorzitter:
De minister, via de voorzitter.
Minister Sterk:
Op uw eerste verzoek: ik hoor heel goed wat u zegt, dus ik zal dat ook met die woorden overbrengen aan mijn collega.
Op uw tweede vraag, om ook hierover in gesprek te gaan, kan ik zeggen dat die gesprekken in principe al op dit moment lopen met het ministerie van OCW. Maar ook daarin zal ik uw zorgen en vooral uw behoefte aan urgentie op dit onderwerp overbrengen.
De voorzitter:
De zorgen van mevrouw Paulusma.
Minister Sterk:
De zorgen van mevrouw Paulusma. Excuus, voorzitter.
Mevrouw Paulusma (D66):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan mevrouw Vliegenthart.
Mevrouw Vliegenthart (PRO):
Al jaren spreken vrouwen over de enorm heftige pijn die zij ervaren bij het plaatsen van een spiraal. In 2024 heeft PRO al een motie ingediend die eigenlijk exact dezelfde oproep doet als mevrouw Paulusma nu doet, namelijk om te zorgen dat er zo snel mogelijk pijnstilling bij de plaatsing plaatsvindt en dat dit ook structureel geregeld gaat worden. Ik heb meerdere vragen, maar ik zal het kort houden. Allereerst de vraag wat de minister heeft gedaan. Zij heeft het over het versnellen, maar we zijn al twee jaar verder en nog steeds zijn er vrouwen die zich niet gehoord voelen en die nog steeds geen pijnstilling krijgen. Wat heeft de minister gedaan in die twee jaar en hoe gaat zij zorgen dat die motie goed uitgevoerd gaat worden en dit structureel ingebed gaat worden? We vragen hier immers al jaren om.
Minister Sterk:
Wat er in ieder geval is gebeurd, is dat de vorige minister van VWS, na de signalen die er kwamen over de pijnlijke plaatsing van dit soort spiraaltjes, met het Nederlands Huisartsen Genootschap in gesprek is gegaan. Naar aanleiding daarvan zijn deze richtlijnen nu opnieuw in herziening, alleen kost dat tijd. Daar hebben we volgens mij net, eerder, ook al het nodige over gezegd. Als u aan mij vraagt welke stappen er in die tijd allemaal zijn gezet, moet ik eerlijk zeggen dat u mij op dat punt overvraagt. Ik wil dus toezeggen dat de minister van VWS daar schriftelijk op terugkomt, om aan te geven wat er in die periode allemaal is gebeurd.
De voorzitter:
Ik dank de minister … Er is een vervolgvraag van mevrouw Paulusma.
Mevrouw Paulusma (D66):
Ik hoor de minister nu en ik snap de worsteling rondom richtlijnen, maar, zoals ik ook al aangaf in mijn betoog, pijnbestrijding is bij het plaatsen van een spiraal geen onderdeel van de richtlijn. Laat ik het anders formuleren: het krijgen van pijnbestrijding doet niks af aan de kwaliteit van de ingreep, maar gaat over het zelfbeschikkingsrecht van vrouwen. Ik zou dus graag, via de voorzitter, de minister met klem willen verzoeken om niet alleen dat gesprek over richtlijnen te voeren, maar ook het gesprek over onze eigen keuzes en over zelfbeschikking bij pijnbestrijding.
Minister Sterk:
Ik hoor mevrouw Paulusma heel goed. Nogmaals, ik onderstreep ook het belang om hier met spoed aan te werken. Deze richtlijn gaat over anticonceptie en daar is die pijnbestrijding een onderdeel van, maar ik hoor mevrouw Paulusma vooral ook vragen of er iets anders mogelijk is om toch eerder met die pijnbestrijding van start te kunnen, omdat dit nou eenmaal ook te maken heeft met zelfbeschikking. Dat is gewoon heel wezenlijk.
De voorzitter:
De minister blijft in ons midden voor de beantwoording van de volgende set mondelinge vragen.
Vragen Westerveld
Vragen van het lid Westerveld aan de minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport over de plaatsingen van jongeren in Spanje.
De voorzitter:
Daarvoor geef ik het woord aan mevrouw Westerveld. Zij stelt haar vragen namens de fractie van PRO. U heeft het woord, mevrouw Westerveld.
Mevrouw Westerveld (PRO):
Voorzitter, dank u wel. Twintig jaar lang zijn honderden kinderen en jongeren geplaats in Huize Soria in Spanje, waar ze ernstig mishandeld werden. In Nieuwsuur konden we horen wat hun is overkomen. Ze gaven aan dat ze lang zijn opgesloten, dat ze straffen op elkaar moesten uitvoeren, dat ze psychisch en fysiek mishandeld en vernederd zijn en dat ze gemanipuleerd zijn. Dit gaat over kinderen die thuis ook al veel hebben meegemaakt, die van de ene nachtmerrie in de andere zijn beland en van wie de jeugd is afgepakt, maar bij wie we ook zien dat de littekens blijven. Mijn eerste vraag aan de minister is waarom ze niet uit haar vel springt van woede als ze hoort wat hier de afgelopen twintig jaar is gebeurd, waarom er niet is ingegrepen en waarom ze aangeeft dat ze geen onderzoek wil naar wat hier precies is gebeurd.
Minister Sterk:
Als ik hier ter plaatse uit mijn vel zou kunnen springen, zou ik dat zeker gedaan hebben, want natuurlijk ben ik woedend over wat daar is gebeurd en vind ik wat deze kinderen hebben moeten meemaken afgrijselijk. Al voordat de signalen vanuit Nieuwsuur mij bereikten, heb ik daarom ook gezegd dat ik wilde dat dit stopte. Waarom zouden we jeugdzorg in het buitenland moeten aanbieden als we dat hier in Nederland ook gewoon kunnen? De wetgeving die daarvoor nodig is, is afgelopen vrijdag in de ministerraad al geaccordeerd, dus volgens mij heeft deze minister deze woede, zeg maar, omgebogen in een plan om gewoon te stoppen met deze vorm van jeugdzorg, omdat we hier niet goed op kunnen toezien en we er geen idee van hebben welke kinderen daar zitten.
Mevrouw Westerveld (PRO):
Ik wil ook dat dit stopt. Daar hebben we begin dit jaar ook al naar gevraagd, toen er ook al aanleiding was om hier vragen over te stellen omdat dit ook kinderen in Frankrijk was overkomen. Maar er zijn natuurlijk al sinds 2016 meldingen gedaan. Die zijn bekend bij zowel de jeugdbescherming als de inspectie. Toch zitten er tot op de dag van vandaag kinderen daar in Spanje. Dan is mijn vraag aan de minister hoe zij hulp gaat bieden aan deze jongeren, zowel bij wat ze hebben meegemaakt als bij het doen van aangifte. Ik wil ook weten waarom de minister tot nu toe weigert om een groot onafhankelijk onderzoek te doen naar de vraag hoe dit heeft kunnen gebeuren en waarom er niet is ingegrepen. Ook wil ik van de minister weten wat ze gaat doen om de rechtsbescherming van kinderen en ouders te verbeteren, zodat, als dit soort signalen binnenkomt, die dan niet worden genegeerd en er meteen wordt ingegrepen.
Minister Sterk:
Dat zijn een heleboel vragen ineen. Ik ga mijn best doen om die even af te pellen. Het eerste wat ik heb gedaan zodra ik deze signalen hoorde, is dat ik aan de gemeentes heb gevraagd — mijn collega van JenV heeft dat gevraagd aan de GI's — om boven tafel te krijgen over welke jongeren het nu gaat, dus welke jongeren vanuit de gemeentes en de GI's in het buitenland zijn geplaatst. We moeten namelijk weten of ze daar veilig zitten. Het liefst halen we ze ook terug naar Nederland. Die acties lopen dus. We hebben dat volgens mij nodig om te kunnen beoordelen hoe groot dat waarmee we nu te maken hebben, is. Daarnaast is gisteravond het onderzoek van SAVE naar buiten gekomen. Voor mij is dat, samen met de input die we krijgen vanuit de gemeentes en de GI's, inderdaad reden om te kijken hoe dit heeft kunnen gebeuren en wat we in de toekomst moeten doen om dit te voorkomen. Onderaan de streep is volgens mij het belangrijkste dat we moeten doen zorgen dat er überhaupt geen kind meer in het buitenland wordt geplaatst. Dat is op dit moment mijn prioriteit. Daarom heb ik de gemeentes ook in een dringend advies gevraagd om überhaupt geen kind meer naar het buitenland te sturen, ook al is die wetgeving er niet.
U stelt een vraag over de aangifte. Ik vind het ontzettend jammer — "jammer" is er misschien niet eens de goede betiteling voor — dat deze kwetsbare kinderen door de politie eigenlijk weer naar huis zijn gestuurd met het verhaal dat ze maar in Spanje aangifte moesten doen. Doorgaans als je in het buitenland te maken krijgt met iets waarvoor je aangifte zou moeten doen, vindt dat natuurlijk daar plaats. Dit gaat echter om een hele specifieke situatie, waarin er kinderen inmiddels in Nederland zijn. We gaan dus in contact — mijn collega van JenV zal dat met name doen — om te zorgen dat deze kinderen alsnog aangifte kunnen doen. We gaan ook goed bedenken hoe ze ook in Tytsjerksteradiel weten dat ze hier aangifte moeten opnemen.
Over hulp stelde u ook zeer terechte vragen.
De voorzitter:
"Stelde mevrouw Westerveld ..."
Minister Sterk:
Sorry. Over hulp stelt mevrouw Westerveld ook zeer terechte vragen. Deze kinderen verdienen natuurlijk ondersteuning bij de vreselijke dingen zie ze hebben meegemaakt. In eerste instantie zijn daarin natuurlijk de gemeentes en de jeugdzorgaanbieders aan zet. Ik heb begrepen dat in ieder geval voor wat betreft de mensen die onder SAVE vielen, Jeugdstem daarbij betrokken is. Ik ga echter ook in overleg met de gemeente Utrecht, om te kijken wat daarin nog meer nodig is.
Waarom er niet eerder is ingegrepen? Die vraag heb ik mij ook gesteld. Dat is waarom ik meteen heb besloten om hier sowieso een streep onder te zetten en een nieuw hoofdstuk te beginnen. Daarin kunnen kinderen niet meer zomaar naar het buitenland worden gestuurd. Soms zijn zelfs de procedures niet eens gevolgd.
Mevrouw Westerveld (PRO):
Dat laatste is mooi, maar die signalen zijn al in 2016 gekomen. Al die tijd zijn die signalen dus ergens op bureaus blijven liggen en is er niet ingegrepen. Dan ben ik benieuwd wat er allemaal misgaat in ons stelsel. Dat is mijn vraag aan de minister. Signalen over kinderen die in een hele kwetsbare positie zitten, belanden ergens, maar vervolgens wordt er niet ingegrepen. We zijn nu tien jaar verder en nog steeds zitten er jongeren op deze locatie. Wat zegt dat over ons stelsel? Hoe kan het zo zijn dat er zo lang helemaal niets wordt gedaan met dit soort hele serieuze signalen?
Minister Sterk:
Mevrouw Westerveld, ik ben het helemaal eens met de vraag die u stelt. Ik vind ook dat we dat moeten gaan uitzoeken. Dat is ook mijn plan. Nu we het onderzoek van SAVE hebben, en als ik straks ook de gegevens heb die mogelijk nog in het buitenland zitten, ben ik van plan om dat gesprek op te nemen met de jeugdzorgorganisaties en de gemeentes. Nogmaals, zij zijn hier natuurlijk als eerste aan zet. We moeten goed kijken wat we hiervan leren en wat er is misgegaan waardoor het zover heeft kunnen komen. In ieder geval kan een hele belangrijke uitkomst daarvan volgens mij alleen maar zijn dat we dit in de toekomst niet meer willen.
Mevrouw Westerveld (PRO):
Het is mooi dat het onderzoek van SAVE er is, maar het is natuurlijk niet genoeg. Ik zou heel graag van de minister willen horen dat ze ook een onafhankelijk, groot onderzoek gaat doen naar alle actoren en alle instanties die hierbij betrokken zijn. Het gaat om gemeenten en om de jeugdbeschermingsinstanties. Ik hoor haar net ook Jeugdstem noemen. We hebben het ministerie zelf, de inspectie en binnenkort ook de NZa. Dat zijn allemaal instanties die betrokken zijn en die allemaal naar elkaar kunnen wijzen. Ik zou dus van de minister willen weten wat zij gaat doen om ervoor te zorgen dat die verantwoordelijkheid heel duidelijk op één plek komt te liggen. Ik zou ook van haar willen weten hoe het nou kan dat wij dit soort misstanden — deze staat namelijk niet op zichzelf — voortdurend moeten lezen in de krant en moeten zien op tv omdat onderzoeksjournalisten zich daarin verdiepen. Hoe kan het dat wij daar als Kamer niet via de minister of via de inspectie van op de hoogte worden gesteld?
Minister Sterk:
Om met die laatste vraag te beginnen: dat kan zijn omdat jeugdinstellingen soms niet de goede procedures volgen. Dat leidt ertoe dat jongeren in het buitenland kunnen zitten zonder dat wij daarvan weten. Dat moeten we niet meer willen. Daarom wil ik die weg afsnijden. De tweede vraag vind ik zeer terecht. Natuurlijk moeten we gaan kijken wat we hiervan leren. Daar moeten alle partijen een rol in krijgen. Het gaat dus over VWS, maar ook over gemeentes, de jeugdzorginstellingen en wat mij betreft de IGJ. Ik denk ook dat het belangrijk is dat wij u op korte termijn gaan berichten over wat we daarin gaan ondernemen. Ik zal dat doen vóór het WGO Jeugd. Natuurlijk moeten er dingen verder onderzocht gaan worden.
Mevrouw Westerveld (PRO):
Ik hoor de minister een paar keer zeggen: we moeten kijken wat we hiervan kunnen leren. Volgens mij moet er heel hard worden ingegrepen in het stelsel. Het gegeven dat al dit soort signalen wel afgegeven zijn maar ergens op de plank zijn blijven liggen en niet zijn opgepakt, terwijl ze gaan over hele kwetsbare kinderen, laat zien dat er iets fundamenteel mis is met ons stelsel en met het toezicht erop. Ik hoor heel graag wat de minister gaat doen om dat te verbeteren. Ik hoor ook heel graag wie er nou verantwoordelijk voor is dat dit soort signalen bij de minister op het bureau belanden zodat zij kan ingrijpen als dit gebeurt. Ik ben ook heel benieuwd wat er nou de afgelopen jaren is gebeurd en hoe het nou kan dat die signalen allemaal zijn genegeerd.
Minister Sterk:
Ik denk dat dat nou precies is wat ik op dit moment aan het doen ben. Ingrijpen in dat stelsel doe ik door deze wetswijziging nu te organiseren. Ik heb gekeken hoe we dat zo snel mogelijk kunnen doen. Er lag een wetsvoorstel Reikwijdte. Daar heb ik de wijziging in gehangen. Daarom kunnen we het daar begin volgend jaar in deze Kamer al met elkaar over hebben. Verder ben ik natuurlijk bezig met die hele hervormingsagenda en voer ik vanuit de macrobeheersing gesprekken met de gemeentes en de jeugdzorginstellingen om te kijken hoe we gaan zorgen dat met name jongeren met complexe en meervoudige problematiek — het gaat hier eigenlijk ook over hen — in de toekomst een plek hebben en goede zorg krijgen, en dat mensen niet naar elkaar wijzen maar dat we met elkaar de verantwoordelijkheid voelen en nemen om te zorgen dat deze jongeren veilige en passende zorg krijgen.
De voorzitter:
Afrondend.
Mevrouw Westerveld (PRO):
Mijn laatste punt gaat over erkenning voor deze jongeren. Het is namelijk ook belangrijk dat zij gehoord worden, dat hun leed erkend wordt en dat er goede hulp komt. Is de minister bereid om een grootschalig onderzoek te doen, niet alleen om hiervan te leren en om zaken te verbeteren, maar ook om erkenning te geven aan deze jongeren?
Minister Sterk:
Ik denk dat het ontzettend belangrijk is dat deze jongeren erkend worden voor wat ze hebben meegemaakt. Volgens mij moeten we daar gevolg aan geven door te zorgen dat het niet meer kan gebeuren en door met elkaar te bekijken wat hier mis is gegaan en wat dat betekent voor de toekomst. Daar hoort natuurlijk ook gewoon erkenning bij voor wat ze hebben meegemaakt.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
In 2022 heeft de Kinderombudsman hier al een signaal over afgegeven. Er is op dit moment nog steeds één jongere in Spanje. Mijn vraag aan de minister is wat zij voor de jongere gaat betekenen die daar nog in die ellendige situatie zit.
Minister Sterk:
Er zit er inderdaad nog één op vrijwillige basis, maar dat is inmiddels niet meer een jongere maar een volwassene. Niettemin vind ik het, als wij constateren dat de zorg daar niet op orde is, zoals ook de Spaanse inspectie heeft geconstateerd, ontzettend ingewikkeld dat daar nog iemand op vrijwillige basis zit. Dat is dus iets wat we op dit moment ook bekijken. Daarbij heeft de uitvraag die ik op dit moment aan het doen ben naar hoeveel jongeren er nog in het buitenland zitten, uitgewezen dat daar nog meer jongeren zitten. Die moeten wat mij betreft zo snel mogelijk terugkomen.
Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
De vragen die mevrouw Westerveld heeft gesteld, zijn natuurlijk volkomen terecht, maar ik zou ook graag de positie van de ouders willen belichten. Er zijn zelfs ouders die hun kinderen hebben ontvoerd uit het buitenland omdat daar zulke wantoestanden waren. Die ouders worden verketterd. Gaat de minister nog iets betekenen voor de ouders van deze kinderen, die zij hebben moeten afstaan en die gewoon echt te maken hebben met misstanden?
Minister Sterk:
Ik vind dit ook een heel belangrijke invalshoek, want het gaat vaak niet over kinderen maar over de gezinnen waar deze kinderen onderdeel van uitmaken, dus ook over ouders. Dat aspect wil ik dus ook nadrukkelijk meenemen om te kijken wat we voor hen kunnen betekenen.
Mevrouw Synhaeve (D66):
Kinderen in jeugdzorg horen veilig te zijn; dat is waar we elke keer weer om vragen. Ook nu zien we dat kinderen jarenlang in een hele onveilige en traumatiserende omgeving hebben gezeten en dat we niet hebben ingegrepen. Ik wil aandacht vragen voor de ouders. Vanmorgen nog had ik een ouder op de lijn die een kind heeft dat in het buitenland, in Spanje, is geplaatst …
De voorzitter:
Uw vraag.
Mevrouw Synhaeve (D66):
… en die aangeeft zich ernstige zorgen te maken over de veiligheid van dat kind, zeker naar aanleiding van deze berichtgeving. Waar kunnen deze ouders nu terecht met hun zorgen?
Minister Sterk:
In eerste instantie volgens mij bij de jeugdzorgaanbieder vanuit wie dat kind daar zit, maar natuurlijk ook bij de IGJ als er echt grote zorgen zijn. Nogmaals, ik vind het belangrijk dat we ook de positie van ouders gaan meenemen in het vervolg van dit traject.
De heer Hamstra (CDA):
Wanneer wij het in deze Kamer hebben over jeugdzorg, gaat het heel vaak over incidenten. We staan hier dan met z'n allen achter de interruptiemicrofoons om daar wat van te vinden. Het is volgens mij juist belangrijk die aandacht te besteden aan structurele oplossingen. We gaan daar hopelijk later deze maand verder over praten. We moeten natuurlijk niet wegkijken van incidenten. Daarom wil ik ook een vraag stellen over de nazorg. Ik denk dat we lessen kunnen trekken uit verschenen rapporten, onder andere uit het rapport van Jason. Welke lessen kunnen we daar nou uit trekken met betrekking tot de nazorg voor de kinderen die iets overkomen is? Welke lessen kunnen we hier ook toepassen?
Minister Sterk:
Volgens mij moeten we niet te lang wachten met antwoord geven op de vraag waar deze jongeren terechtkunnen. Ik zei net al dat we ook in gesprek zijn om te kijken hoe we dat kunnen organiseren.
De heer Verkuijlen (VVD):
Het is inderdaad zoals mevrouw Westerveld zei: het is de zoveelste keer dat we hier staan met een groot incident. Het zijn hartverscheurende incidenten wat mijn fractie betreft. Tegelijkertijd zie ik een minister die heel bereid is om ook meteen te stoppen met de buitenlanduitzendingen. Dat hebben we ook gedaan bij de gesloten jeugdzorg. Maar we hebben wel een probleem. Er is namelijk geen alternatief voor. De organisaties sturen geen jongeren naar het buitenland omdat ze dat zo graag doen en omdat het daar mooi weer is, maar omdat ze die jongeren nergens anders kwijt kunnen. Ik wil weten hoe we gaan voorkomen dat we weer in die valkuil stappen en hoe we voorkomen dat we geen alternatief hebben als we dit doen. Het is duidelijk dat we hiermee moeten stoppen.
Minister Sterk:
Ik zou eigenlijk willen beginnen met zeggen: er niet mee stoppen is volgens mij in ieder geval niet de oplossing voor deze kinderen. Als ze in Nederland zijn, kunnen we in ieder geval veel beter toezichthouden op deze jongeren. Tegelijkertijd weten we ook dat het voor een deel van de jongeren met complexe problematiek vaak moeilijk is om in Nederland passende plekken te vinden. Daar heb ik met u als Kamer ook al vaker over gesproken. Daarom heb ik nu ook een uitvraag gedaan bij alle gemeentes om in beeld te brengen welke jongeren er, soms buiten de regio, op plekken zitten waar ze niet horen. Ik ben ook in gesprek, ook in het kader van de macrobeheersing en de Hervormingsagenda Jeugd, om te zorgen dat wij op een goede manier gaan regelen dat deze jongeren een plek krijgen waar ze veilig zijn en waar ze de zorg krijgen die ze nodig hebben.
De voorzitter:
Een tweede vraag.
De heer Verkuijlen (VVD):
Dank voor dat antwoord, maar ik zou dit toch absolute prioriteit voor de minister willen laten zijn. Ik hoop dat zij dat voor haarzelf ook als zodanig wil definiëren.
Minister Sterk:
Dit heeft absoluut prioriteit voor deze minister. Ik zeg u toe dat ik voor het WGO Jeugd, dat we eind deze maand hebben, hier in een brief dieper op in zal gaan.
Mevrouw Dobbe (SP):
Het is onbegrijpelijk dat dit zo heeft kunnen gebeuren en zeker dat het zo lang heeft kunnen voortduren. Als je hoort en leest wat voor gruwelijkheden kinderen die op een veilige plek zouden moeten zitten en die veilige zorg zouden moeten krijgen, is aangedaan … Dat het zo lang heeft kunnen duren, is absoluut onacceptabel! Ik ben het met mevrouw Westerveld eens. Zij vraagt ook naar het stelsel. Het stelsel heeft hier namelijk duidelijk gefaald. Het toezicht heeft gefaald. De plaatsingen hebben gefaald. De minister erkende dat volgens mij ook. Ik wil haar nog een keer vragen of zij dat erkent. Wat betekent dat voor de verantwoordelijkheid van de minister wat betreft het ingrijpen en niet ingegrepen hebben?
Minister Sterk:
Ik constateer dat regels niet zijn gevolgd, zoals uit het rapport van SAVE blijkt. De inspectie die toezicht moet houden, zit hier, terwijl we eigenlijk de inspectie van het buitenland nodig hebben om toezicht te houden. Dat werkt gewoon niet. Daar moeten we vanaf. Daarom heb ik ook de ingreep in het stelsel gedaan en gezegd: deze weg moet afgesneden worden. Daarnaast ben ik met de gemeentes en jeugdzorgaanbieders bezig om te kijken naar ons stelsel. Daar is het nodige mee aan de hand. Er zijn zaken die niet functioneren. Ik ben de eerste om dat te erkennen. Daarom zijn we op dit moment ook bezig om te kijken hoe je de gespecialiseerde jeugdzorg beter kan organiseren op regionaal niveau en wat je moet doen met het vraagstuk van met name de jongeren met hele complexe problematiek, die nu soms naar het buitenland worden gestuurd. Dat moeten we natuurlijk gewoon helemaal niet willen. We zijn aan het kijken hoe we dat in Nederland beter gaan vormgeven. Ik zal u voor het WGO berichten over welke weg we daarin willen gaan bewandelen.
De voorzitter:
U gaat de Kamer daarover berichten.
Mevrouw Dobbe (SP):
Er zijn hier natuurlijk al meer zaken misgegaan dan alleen de procedures die niet zijn gevolgd en de inspectie in Spanje die haar rol niet heeft gepakt. Er zijn meer dingen misgegaan. Er zijn signalen geweest richting de organisaties, de inspectie en zelfs de politie die heel duidelijk maakten dat het al jarenlang misging daar. Daar heeft niemand op ingegrepen, de politie niet, de instellingen niet, de inspectie niet en de minister ook niet. Daarom is het heel belangrijk dat we erkennen dat het hele stelsel hier heeft gefaald, niet alleen onderdelen van het stelsel. Het hele stelsel heeft gefaald. Dat betekent ook wat voor de verantwoordelijkheid die wij nu hebben richting de jongeren die dit is aangedaan. Mevrouw Westerveld vroeg terecht om erkenning. De minister zegt: er moet erkenning komen; erkenning is belangrijk. Maar wat gaat deze minister dan doen om te zorgen dat deze kinderen worden erkend en dat er herstel komt?
Minister Sterk:
Daar heb ik net al het nodige over gezegd, denk ik. Eén: we stoppen het. Twee: we kijken vooruit hoe we die zorg beter kunnen organiseren en we moeten daarbij ook een greep in het stelsel doen, met name voor jongeren met een complexe problematiek. Het derde pad dat ik insla, is dat we met elkaar gaan bekijken wat er hier is misgegaan, welke rol we daarin hebben gespeeld en wat we daar voor de toekomst van kunnen leren. Het onafhankelijke onderzoek vanuit SAVE is nu bekend. Ik ben bezig met de uitvraag van over hoeveel jongeren in het buitenland we het nu eigenlijk nog hebben.
Mevrouw Westerveld (PRO):
Ik ben het ook spuugzat om hier de hele tijd te moeten staan op het moment dat er weer iets is misgegaan, maar dat komt ook omdat al tien jaar wordt beloofd dat het stelsel wordt aangepast en dat dit al tien jaar niet wordt gedaan. Mijn concrete vraag aan de minister is hoe zij gaat zorgen dat de minister dit soort signalen voortaan direct hoort van de inspectie en dat wij het horen van de minister, in plaats van dat wij het voortdurend moeten lezen in de krant of moeten zien op tv.
Minister Sterk:
Ook ik vind dat wij snel op de hoogte moeten zijn als er signalen zijn die vragen om omgrijpen. We hebben daar in principe natuurlijk in eerste instantie de inspectie voor. Ik heb net ook al aangegeven dat het systeem op deze manier in het buitenland gewoon niet werkt, want als je niet weet dat er kinderen zitten, kun je überhaupt al geen toezicht houden. Dat je afhankelijk bent van een toezichthouder in het buitenland maakt het ook ontzettend gecompliceerd. Nogmaals, dat moeten we gewoon niet willen. De vraag hoe wij ervoor zorgen dat we het zo snel mogelijk weten als er dingen misgaan, zodat we kunnen ingrijpen, vind ik inderdaad iets wat we mee moeten nemen in het terugkijken naar hoe dit allemaal gebeurd is en vooral in het kijken naar wat het betekent voor hoe we nu verder gaan.
De voorzitter:
Ik dank de minister voor de beantwoording van de gestelde vragen.
Vragen Vondeling
Vragen van het lid Vondeling aan de minister van Asiel en Migratie, viceminister-president over het bericht "Steekpartijen, zedenmisdrijven, branden en aanslagdreiging: 175 ernstige asielincidenten eindelijk openbaar".
De voorzitter:
Ik geef het woord aan mevrouw Vondeling voor haar vragen namens de fractie van de Partij voor de Vrijheid aan de minister van Asiel en Migratie, die ik van harte welkom heet in de Tweede Kamer. Mevrouw Vondeling, als u zover bent, heeft u het woord.
Mevrouw Vondeling (PVV):
Voorzitter. Het ministerie van Justitie en Veiligheid heeft na lang zwijgen een lijst met de meest ernstige asielincidenten gepubliceerd. Alleen al in de eerste drie kwartalen van dit jaar waren er 175 incidenten, waaronder steekpartijen, zedenmisdrijven, brandstichtingen en aanslagdreigingen. Dit is slechts het topje van de ijsberg. Deze lijst met incidenten betreft alleen piketmeldingen die de absolute top van het ministerie hebben bereikt. De rest van de dagelijkse ellende, de structurele overlast en de zware criminaliteit door asielzoekers staat niet op deze lijst. Alleen al in 2025 registreerde het COA bijna 18.000 agressie- en geweldsincidenten op en rond de opvanglocaties. Dat zijn er bijna 50 per dag.
De ellende is in werkelijkheid dus vele, vele malen erger. Nederlandse meisjes kunnen niet eens normaal en veilig meer over straat, omdat ze worden lastiggevallen en geïntimideerd door asielzoekers. Complete winkels in Ter Apel worden leeggeroofd door asieltuig. Onze buslijnen en treinen worden geterroriseerd, waardoor chauffeurs en reizigers doodsangsten uitstaan. Iedere week worden er door deze minister weer 800 tot 1.000 nieuwe asielzoekers binnengelaten, waaronder ook verkrachters, geweldplegers en terroristen. Het is werkelijk misdadig dat deze minister de veiligheid van onze eigen mensen willens en wetens opoffert door onze grenzen wagenwijd open te laten staan en weigert een totale asielstop af te kondigen. Voor de PVV is de grens allang bereikt. Wij eisen openheid, onmiddellijke sluiting van onze grenzen en een asielstop. Daarom de volgende vragen.
Waarom heeft de minister deze lijst met ernstige asielincidenten onder de pet gehouden? Als het vanwege capaciteitsgebrek is, waarom is er dan wel genoeg capaciteit om gemeenten azc's op te dringen en niet om Nederlanders te informeren over welk tuig ze in hun achtertuin krijgen? Wat zijn de werkelijke cijfers? Hoeveel steekincidenten, zedenmisdrijven, mishandelingen en diefstallen zijn er tot nu toe dit jaar in totaal gepleegd door asielzoekers? Waarom weigert dit kabinet de grenzen te sluiten, een asielstop in te voeren en het tuig onmiddellijk ons land uit te zetten?
De voorzitter:
Het woord is aan de minister.
Minister Van den Brink:
Voorzitter, dank u wel. Dank dat we vandaag deze vraag mogen beantwoorden van de Kamer over de publicatie van afgelopen vrijdag over het aantal incidenten dat rondom COA-locaties plaatsvond in de periode vanaf begin januari 2025 tot het derde kwartaal van dit jaar. Wat daarbij speelt, is wat mevrouw Vondeling in haar eerste vraag ook gelijk stelt — ik zal daarna op de andere vragen ingaan — namelijk de vraag hoe het komt dat die cijfers de afgelopen jaren niet zijn gepubliceerd. Ik werd daar vier weken geleden over bevraagd door de media omdat piketmeldingen in het verleden altijd werden gepubliceerd. Toen bleek dat er vanaf 1 januari 2025, dus in de periode van het vorige kabinet, geen publicatie meer was. Er is wel registratie geweest, maar vanwege personele problematiek en systeemaanpassingen is het niet meer gepubliceerd. Ik heb dat dus gelijk ter hand genomen en er de afgelopen weken voor gezorgd dat al die meldingen nu weer online staan. Dat geeft inzicht in de incidenten rondom COA-locaties. Dat gaat dan zowel om incidenten die te maken hebben met personen vanuit het COA die overlast veroorzaken of strafbare feiten plegen, als om incidenten die rondom de COA-locaties zelf gebeuren, bijvoorbeeld de brandstichting die we onlangs hebben gezien. Al die incidenten melden wij omdat we transparant willen zijn in dit land over wat er rondom COA-locaties gebeurt. Dat zullen we ook blijven doen. Dat is het antwoord op de eerste vraag.
Daar besteden wij dus net zo veel tijd aan als aan alle andere zaken rondom asiel; dat was uw tweede vraag. Dat zullen we ook blijven doen, want ik weet dat de Kamer eraan hecht om transparant in beeld te hebben wat er rondom COA-locaties speelt.
De cijfers waar u over spreekt, zijn gewoon op basis van deze overzichten te maken. Over het hele jaar rapporteren wij ook altijd in een uitvoerige WODC-rapportage. Dat zullen wij dus ook dit jaar weer doen. U kent de rapportage over 2025. Dat zullen we dus ook voor 2026 weer in beeld brengen. Maar ongeacht wat het cijfer is, iedereen die in Nederland verblijft, of die nou Nederlander is of asielzoeker, en die een strafbaar feit pleegt, dient vervolgd te worden via het strafrecht. Dat is ook de reden waarom ik op blijf roepen, ook richting mensen die bij het COA werken en dit meemaken, om altijd aangifte te doen, zodat we op die manier ook tot vervolging kunnen overgaan. Ook voor het personeel van het COA is dat ontzettend belangrijk.
Ten slotte heeft mevrouw Vondeling zoals bij ieder debat de vraag wanneer Nederland een asielstop gaat invoeren. Dan geef ik altijd hetzelfde antwoord, namelijk dat dit kabinet bereid is om alle juridische ruimte te benutten om de instroom te beperken — dat blijven wij ook doen — en om het vertrek te realiseren van mensen die hier niet mogen blijven. Dat geldt in het bijzonder voor mensen die overlast veroorzaken en strafbare feiten plegen, want die maken misbruik van onze gastvrijheid. Wij bieden opvang voor mensen die op de vlucht zijn voor oorlog en geweld, maar mensen die daar misbruik van maken en strafbare feiten plegen, moeten vertrekken.
Mevrouw Vondeling (PVV):
Het is duidelijk: de minister doet helemaal niets, want iedere week weer komen er 800 tot 1.000 asielzoekers ons land binnen. Het worden er niet minder; de afgelopen weken worden het er alleen maar meer. Daarbij komt het feit dat eigenlijk vrijwel iedereen die een misdrijf pleegt, het land niet wordt uitgezet. De minister is eigenlijk alleen maar bezig om azc's door heel Nederland op te dringen en niet om de instroom te stoppen. De asielellende wordt hiermee over heel Nederland verspreid. Geen dorp of stad is meer veilig. Het kabinet breekt ons land eigenhandig af. Stop met het opofferen van de veiligheid en het welzijn van de Nederlandse burger, zeg ik tegen de minister. Neem een voorbeeld aan landen die hun eigen volk wél beschermen, die wél hun grenzen sluiten. Sluit onze grenzen en duw al die gelukszoekers die bij ons aankloppen per direct aan de grens terug naar België en Duitsland. Daar komen ze vandaan. Kondig vandaag nog een absolute asielstop af en zet al dat tuig ons land uit. Als de minister dat niet durft, niet wil of niet kan, stap dan op en neem dat flutkabinet van u mee.
Minister Van den Brink:
Dank u wel voor de stellingen. Ik ga er een paar vragen uit proberen te destilleren. Wij hebben als kabinet vanaf dag één gezegd dat wij op alle terreinen van migratie meer grip willen. Dat doen wij door te werken aan het beperken van de instroom, door fatsoenlijke opvang te bieden zodat daar ook geen overlast door kan ontstaan, en door te werken aan terugkeer. Die drie bij elkaar maken dat we meer grip op migratie krijgen. Daar blijf ik op aanspreekbaar. Wat u vraagt is een debat wat natuurlijk vaker is gevoerd. Als je hiernaar luistert, kun je denken: "Waarom sluiten we die grenzen eigenlijk niet? Dat is toch eigenlijk heel makkelijk? Dat is toch een heel goed idee?" Maar dat dien je altijd af te wegen tegen alle andere keuzes die je maakt als je in de politiek actief bent en bestuurder bent. Onze Nederlandse grenzen sluiten we niet, omdat we in de Europese Unie op een hele goede manier in staat zijn om samen te werken voor onze economie en voor het vrije verkeer van personen. Het sluiten van de grenzen past daar niet bij. Het kabinet is ook niet voornemens om dat te gaan doen. In diezelfde discussie geldt het idee van een asielstop: dat klinkt heel mooi, maar daar is geen juridische titel voor. Dat weet deze hele Kamer al heel lang.
Mevrouw Lammers (Groep Markuszower):
De cijfers die we vandaag opnieuw hebben gezien, zijn natuurlijk niets nieuws onder de zon. We weten namelijk al jaren dat 3% van de COA-bewoners verdacht wordt van een misdrijf en oververtegenwoordigd is in de criminaliteitscijfers. Die 3% zijn omgerekend zo'n 3.270 asielzoekers en statushouders die worden verdacht van een misdrijf. Als de minister meent dat hij die asielzoekers en statushouders daadwerkelijk wil aanpakken, waarom krijgen we dan die veroordeelde criminele asielzoekers nog steeds het land niet uit? Dat is hier natuurlijk de echte vraag. Ik kan bijna niet anders concluderen dan dat het politieke onwil is. Waarom gebeurt het niet?
Minister Van den Brink:
Mevrouw Lammers en ik zijn, denk ik, met dezelfde insteek op dit onderwerp actief, namelijk dat je meer grip wil en dat de overlastgevers en degenen die strafrechtelijk veroordeeld zijn, hier niet meer mogen blijven. Daar werkt het kabinet ook dag in dag uit met organisaties als de Dienst Terugkeer en Vertrek aan. Er wordt dus aan gewerkt om de verblijfsvergunning van mensen die in beeld komen omdat ze een strafrechtelijke overtreding hebben begaan en veroordeeld zijn in te trekken. Het is ook een reden om geen verblijfsvergunning te verlenen. Voor de mensen die hier zijn, werken we dus ook aan terugkeer. U kent alle ongemakken en soms ook ingewikkeldheden die er zijn rondom het terug laten keren van mensen naar landen die daar niet aan mee willen werken. Dat is de reden dat ik ook in de komende weken weer gesprekken voer over het realiseren van een terugkeerhub, zodat je mensen ook naar een ander land kan brengen dan het land waar ze vandaan komen, om daarvandaan ook terugkeer te realiseren. Op allerlei manieren zoeken wij dus naar oplossingen voor de door u geschetste problemen. Dat zal ik vandaag en morgen blijven doen.
De voorzitter:
Spreekt u daarbij via de voorzitter, alstublieft.
De heer Ceulemans (JA21):
We hebben nu deze lijst gezien, en registreren is goed, maar uiteindelijk draait het natuurlijk maar om één ding, namelijk consequenties. Ik heb dus een hele heldere vraag aan de minister. We zagen deze lijst van 175 zeer ernstige incidenten, van steekpartijen tot aanrandingen tot brandstichtingen. Hoeveel van de personen die verantwoordelijk zijn voor een van de zaken die op die lijst voorkomen, zijn of worden op dit moment vastgezet en het land uit gezet?
Minister Van den Brink:
De registratie die u heeft gezien, laat zien wat er in de 24 uur rondom zo'n moment is geregistreerd. Daarover worden wij geïnformeerd en dat maak ik publiek via de rapportages. Daar wordt opvolging aan gegeven. U ziet in die registraties ook dat er aangifte wordt gedaan of op andere wijze opvolging wordt gegeven. Dat betekent alleen niet dat ik dat hele traject vanaf dat moment dan ook kan traceren. Het is dan namelijk ook een traject waar de politie bij betrokken is en waar de officier van justitie en de rechter bij betrokken raken. Ik kan dus niet een-op-een al die feiten die u uit deze incidentenrapportage hebt gehaald, koppelen aan de opvolging. Het is wel goed dat we deze inzichten hebben, want het is heel belangrijk dat we met elkaar weten dat we aangifte te doen hebben, zodat er vervolgd kan worden en strafrechtelijk kan worden opgetreden. Iedereen die daarbij betrokken is, roepen wij daar ook toe op. Uiteindelijk zien we daar natuurlijk op metaniveau, in de rapportages over de jaren heen, wel registraties van, maar ik kan die cijfers niet een-op-een koppelen aan de incidenten zoals u die hier hebt gezien.
De heer Ceulemans (JA21):
Als de minister dat nu niet kan, zou ik die informatie heel graag op een later moment krijgen. Ik vind dat wij, als wij lijsten krijgen met zeer ernstige incidenten, van steekpartijen tot aanrandingen aan toe, als Kamerleden gewoon moeten kunnen controleren of de personen die daarvoor verantwoordelijk zijn, zijn vastgezet en het land uit zijn gezet. Als de minister die informatie nu niet kan geven, zou ik die dus graag zo snel mogelijk hierna krijgen. In het vervolg daarvan heb ik een tweede vraag. We hebben dit debat over deze 175 zeer ernstige incidenten een dag nadat de minister weer elf gemeenten op trede 3 van de interventieladder voor de Spreidingswet heeft geplaatst, omdat die gemeenten op dit moment zeggen dat zij geen asielopvang willen. Kan de minister zich voorstellen dat als we dit soort lijsten zien met dit soort incidenten, gemeenten gewoon moeten kunnen zeggen: wij willen dit niet en wij moeten hier nee tegen kunnen zeggen?
Minister Van den Brink:
Op die eerste vraag kan ik u geen toezegging doen, omdat er op die manier geen koppelingen bestaan vanuit de strafrechtketen en de politiebestanden over hoe daar opvolging aan wordt gegeven. We kennen dus alleen de jaarlijkse WODC-monitor, die inzicht geeft in het totaal aantal incidenten. Op uw tweede vraag kan ik het volgende zeggen. Wij maken in alle transparantie dit soort gegevens openbaar. Daarnaast maak ik openbaar welke gemeenten nu nog niet werken aan asielopvang. Dat die momenten soms bij elkaar komen, maakt mijn werk zo complex en uitdagend en vergt soms wat extra uitleg. Dat snap ik heel goed, en ik snap ook dat er in gemeentes dan discussie ontstaat over de vraag waarom er een asielopvang nodig is. Die is nodig omdat we met elkaar in dit parlement, op deze plek, een wet hebben aangenomen waarin we met elkaar hebben afgesproken dat we die op een eerlijke manier verdelen. Maar ik heb u ook eerder toegezegd dat ik verwacht dat die dwang niet nodig zal zijn, gezien de wijze waarop ik op dit moment in samenwerking ben met al die gemeenten. Daar blijf ik mij voor inzetten.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Zeventien pagina's vol met incidenten. En wat staat er dan? "Een agressieincident", "een zedenincident", "een onnatuurlijk overlijden". Wat is dan een zedenincident? Is dat iemand die een meisje in de billen knijpt, of is er een meisje verkracht, of misschien wel een jongen? Het wordt allemaal heel erg gedownplayd, heb ik het idee, waardoor we niet eens echt inzicht krijgen in wat nou de werkelijke incidenten zijn die plaatsvinden. Ik sluit ook aan bij de vraag van de heer Ceulemans over de opvolging daarvan. Er staat niks in over wat er gebeurd is. Is die jongen in de cel gezet? Is hij aangehouden? Is hij het land uitgezet? Ik wil de minister vragen om een toezegging om ervoor te zorgen dat er in een volgende rapportage ook staat welke opvolging aan het zogenaamde incident is gegeven plus wat er precies is gebeurd, hoe plastisch het misschien ook is om dat op te schrijven — dat kan me niets schelen. Omwonenden en medewerkers van de opvanglocatie hebben er namelijk recht op om precies te weten wat er is gebeurd.
Minister Van den Brink:
Het is goed om even in herinnering te roepen dat er anderhalf jaar lang geen kwartaalrapportages zijn geweest. Ergens tijdens de vorige kabinetsperiode is er een moment geweest waarop dit niet meer heeft plaatsgevonden. Deze rapportages bestaan al sinds jaar en dag. Er is niks veranderd in de wijze waarop die rapportages plaatsvinden. Ik denk dat we dit moeten begrijpen vanuit de situatie waarin die rapportages zijn gemaakt. Het gaat om een rapportage van het COA die intern wordt verspreid op het moment dat er een incident is op een locatie. Die rapportage is voor de COA-organisatie relevant, zodat ze daarop kunnen handelen. Ik had het net over aangiftes, maar het gaat soms ook over slachtofferhulp of over het feit dat een azc in brand is gestoken. Het kan ook gaan om een verkeersongeluk met een asielzoeker voor een azc. Het zijn dus allerhande incidenten met allerlei verschillende achtergronden, waarbij op enig moment — ik kan nu niet eens het precieze moment noemen — door de Kamer of door een minister in een vorig kabinet is besloten om daarover een rapportage te publiceren, zodat we transparant zijn over wat er rondom de azc's gebeurt. Ik heb dat weer ter hand genomen nadat ik had begrepen dat dat niet meer gebeurde. De afgelopen vier weken is ervoor gezorgd dat dat allemaal weer op orde is gebracht en is gepubliceerd. Ik vind dat nuttig. Ik geef daarmee ook informatie aan het publiek, dat daar een oordeel over kan vormen en zich kan laten informeren. Maar ik wil, ook in de toekomst, vasthouden aan de wijze waarop dat nu wordt gedaan.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik vraag me af of het nuttig is dat dat gebeurt. Zo'n lijst levert namelijk meer vragen op dan antwoorden, omdat we niet zien welke opvolging eraan is gegeven. We zien niet wat er met iemand is gedaan. Op pagina 1 van de brief schrijft de minister: niet van elk incident wordt een piketmelding gemaakt. Hoe betrouwbaar is deze lijst dan? Dit zal natuurlijk allemaal gebeurd zijn; dat is schokkend genoeg. Maar welke meldingen zijn er verder geweest? Wat is dan de afweging om een melding niet op te nemen? Wat ik, behalve die opvolging, ook graag van de minister wil, is per opvanglocatie periodiek — dus niet meer zo lang wachten als nu het geval is — een overzicht van wat er in de opvanglocatie is gebeurd en dat elk incident geregistreerd wordt, zodat gewoon duidelijk is voor ons, maar zeker ook voor de omwonenden en de medewerkers van de opvanglocatie, wat er precies is gebeurd. Kan de minister dat toezeggen?
Minister Van den Brink:
Wat hier volgens mij wordt gedaan, is gewoon mensenwerk van COA-medewerkers op die locatie, die daar in een intern rapportagesysteem melding maken van dit soort incidenten. U heeft dus gelijk dat dit ook echt mensenwerk is naar de inschatting van de medewerker binnen de afspraken die er daarover zijn. Wij brengen dat vanuit het ministerie enkel en alleen bij elkaar en brengen dat per kwartaal naar buiten. Wij doen daar dus zelf geen verrichting in behalve controles dat er geen privacygegevens en andere zaken door veiligheidsonderzoeken of strafrechtelijke onderzoeken lopen. Dat is het enige werk wat wij daaraan verrichten. Dat wil ik dus eigenlijk ook zo handhaven. Ik moet even iets langer stilstaan bij wat u vraagt over de registratie koppelen. We hebben eerder debat gevoerd over de WODC-rapportages. Volgens mij heb ik u daarop ook toegezegd dat ik zou nagaan hoe ik dat zou koppelen. Nou ben ik mijn eigen toezegging van toentertijd vergeten, dus ik ga de toezegging die ik toen heb gedaan en de toezegging van nu, even bij elkaar brengen. Daar ga ik dus mee aan de slag.
Mevrouw Straatman (CDA):
We zien natuurlijk in de rapportage een lijst van zeer ernstige incidenten. Dat delen we allemaal. Laat duidelijk zijn dat de mensen die zich zo denken te misdragen niet alleen strafrechtelijk heel hard moeten worden aangepakt, maar ook hun recht op asielvergunning op iedere manier hebben verspeeld. Maar ook in brede zin moeten we overlastgevende asielzoekers in beeld houden en apart plaatsen. Daarvoor hebben we natuurlijk ook die verscherpttoezichtlocaties. Die werken goed. In het coalitieakkoord zeggen we dat we die locaties graag willen uitbreiden. Kan de minister aangeven hoe het staat met de uitbreiding van de verscherpttoezichtlocaties?
Minister Van den Brink:
Het is absoluut van belang om binnen het COA te zoeken naar opvangplekken die inspelen op dit soort overlastsituaties, zeg maar. Daar is de vtl onderdeel van. Daarnaast hebben we ook nog de htl in Hoogeveen. Dat zijn twee manieren om overlastgevende asielzoekers echt maatregelen op te leggen waardoor ze beperkt worden. Het is dus ook zeker mijn doel om die vtl's uit te breiden. Daarover ben ik op dit moment in gesprek met het COA, maar natuurlijk ook met gemeentes om te zoeken naar plekken waar we die vtl's kunnen uitbreiden. Ik verwacht dan ook dat we daarover bij begrotingsbehandeling opnieuw komen te spreken. Ik ken deze wens van het CDA als een belangrijke wens om de overlast aan te pakken.
De heer Russcher (FVD):
Afgelopen juli werden er in Harderwijk drie jongeren mishandeld door een asielzoeker. Volgens de piketmelding is diegene niet gearresteerd, maar overgeplaatst naar een andere locatie. Dat brengt mij tot mijn vraag. Worden burgemeesters standaard geïnformeerd wanneer er dus een gewelddadige asielzoeker naar hun gemeente wordt overgeplaatst? Vindt de minister het verantwoord dat criminele, gewelddadige asielzoekers naar een andere gemeente worden overgeplaatst, terwijl bewoners en burgemeesters daarmee dus niet inzichtelijk of in kaart hebben wat ze daarmee in huis halen?
Minister Van den Brink:
Wat u noemt, betekent …
De voorzitter:
"Wat de heer Russcher noemt …"
Minister Van den Brink:
Wat de heer Russcher noemt … Excuses, voorzitter. De heer Russcher stelt dus een vraag over de specifieke situatie in Harderwijk. Daar is sprake geweest van geweld. Ik denk dat dat daar ook in het nieuws is geweest. Deze piketmelding ziet dus echt op die 24 uur rondom dat moment. Het kan dus best zijn dat er later nog wel sprake is geweest van aangifte en er dus ook nog strafrechtelijke vervolging heeft plaatsgevonden. Dat kan ik uit deze piketmelding niet direct concluderen. Een van de maatregelen is dat er op die manier wordt gezocht naar een andere locatie. Dat kan dus ook de vtl of de htl zijn. Dat zijn locaties waar mensen die overlast en geweld plegen, kunnen worden opgevangen. Dat gebeurt continu in de vtl en de htl. Dus er wordt zeker niet voor elke overplaatsing van zo'n persoon met de burgemeester van de betreffende gemeente gebeld, namelijk de htl in Emmen. Mocht het op een andere locatie geweest zijn, dan ligt de verantwoordelijkheid om daarmee op zorgvuldige wijze om te gaan gewoon bij het COA.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
De interpretatie van onze rechtsstaat staat inmiddels haaks op wat de meerderheid van de bevolking wil en zelfs op onze veiligheid: verkrachtingen, aanrandingen, steekincidenten, brandstichtingen en zelfs moord. Wordt het nou niet eens tijd om artikel 111 en artikel 112 van de Vreemdelingenwet te activeren, dat noodrecht, waardoor we die Nederland binnenwandelende, alleenreizende jonge mannen uit veilige landen — inmiddels worden ze met ferryboten vanuit Vlaanderen Nederland binnengebracht — in ieder geval de deur kunnen wijzen? Ze zijn namelijk op tienertoer en het pad van ellende dat ze inmiddels veroorzaken, is ongekend, nog los van de woningnood en alle statushouders die met voorrang woningen krijgen.
Minister Van den Brink:
Wat mevrouw Keijzer benoemt in haar vraag, behoeft misschien nog wat ondertiteling. Dat is namelijk het staatsnoodrecht, waarvan in het vorige kabinet een paar maanden lang studie is gemaakt om te komen tot een dragende motivering. Na heel lang zoeken werd die niet gevonden. Dat is vrij bekend bij heel veel mensen. Het staatsnoodrecht is dus geen oplossing die hierbij voorhanden is, omdat daar in het verleden al door verschillende partijen gezocht is. Dit kabinet is niet voornemens op zoek te gaan naar dingen die niet kunnen. Dit kabinet wil maatregelen nemen om de grip op migratie te vergroten. Daarvoor nemen wij de maatregelen die ik net ook al noemde, inclusief alle terugkeerafspraken. Uiteindelijk is het namelijk belangrijk dat we de mensen uitzetten die overlast veroorzaken, strafrechtelijk vervolgd en veroordeeld zijn en hier niet mogen blijven. Daar werken wij dag en nacht aan.
De voorzitter:
Ik dank de minister voor het beantwoorden van de gestelde vragen. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van dit mondelinge vragenuur. Ik schors tot 15.00 uur en dan gaan we stemmen.
De vergadering wordt van 14.51 uur tot 15.00 uur geschorst.
Mededelingen
Mededelingen
Mededelingen
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Mag ik u verzoeken om uw plaatsen in te nemen voor de stemmingen?
Ik deel aan de Kamer mee dat er geen afmeldingen zijn.
Deze mededeling wordt voor kennisgeving aangenomen.
Regeling van werkzaamheden (stemmingen)
Regeling van werkzaamheden (stemmingen)
Regeling van werkzaamheden (stemmingen)
De voorzitter:
Er is een voorstel van de heer Tijs van den Brink, dus let goed op uw stemmingslijsten. Het woord is aan de heer Tijs van den Brink. Gaat uw gang.
De heer Tijs van den Brink (CDA):
Ik zou graag mijn motie op stuk nr. 5 over het motiequotum willen aanhouden, bij de stemmingen onder agendapunt 10, de stemmingen over de begrotingen van de Koning en van Algemene Zaken 2027.
De voorzitter:
Op verzoek van de heer Tijs van den Brink stel ik voor zijn motie (37020-III, nr. 5) aan te houden.
Daartoe wordt besloten.
De voorzitter:
Bij dezen.
Mevrouw Moorman.
Mevrouw Moorman (PRO):
Goedemiddag, voorzitter. Ik zou graag de motie op stuk nr. 50 onder agendapunt 11, de stemmingen over de begroting van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap 2027, willen aanhouden.
De voorzitter:
Op verzoek van mevrouw Moorman stel ik voor haar motie (37020-VIII, nr. 50) aan te houden.
Daartoe wordt besloten.
De voorzitter:
Bij dezen.
Meneer De Hoop.
De heer De Hoop (PRO):
Ja, voorzitter. Ik zou graag bij de stemmingen onder agendapunt 12, de stemmingen over de begrotingen van Infrastructuur en Waterstaat en het Mobiliteitsfonds 2027, de motie op stuk nr. 23 willen aanhouden.
De voorzitter:
Op verzoek van de heer De Hoop stel ik voor zijn motie (37020-XII, nr. 23) aan te houden.
Daartoe wordt besloten.
De voorzitter:
Zijn er nog andere verzoeken? Eenmaal, andermaal. Dat is niet het geval. Dan gaan we stemmen.
Stemmingen
Stemmingen
Stemmingen moties Energiesysteem
Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het debat over het energiesysteem,
te weten:
de motie-Van Oosterhout/Kathmann over extra afspraken en eisen vastleggen in de nationale geïntegreerde aanpak datacenters (29023, nr. 739);
de motie-Van den Berg c.s. over vóór 1 februari 2027 een voorstel voor de strategische gasreserve aan de Kamer sturen (29023, nr. 740);
de motie-Van den Berg c.s. over in gesprek gaan met NAM over het in nationale handen brengen van de gasbergingen in Norg en Grijpskerk (29023, nr. 741);
de motie-Van den Berg c.s. over in de uitwerking van het NPE vastleggen welke nog operationele productie-, import- en opslagcapaciteit voor aardgas nodig blijft (29023, nr. 742);
de motie-Jumelet over naast het NPE een concrete en toetsbare uitvoeringsagenda opstellen (29023, nr. 743);
de motie-Müller c.s. over emissiereductie door productievermindering expliciet niet als beleidsdoel of verduurzamingsroute hanteren (29023, nr. 744);
de motie-Müller/Rajkowski over nieuwe datacenters via flexibele aansluitcontracten, eigen opslag of energieproductie laten bijdragen aan het elektriciteitsnet (29023, nr. 745);
de motie-Grinwis c.s. over een stresstest van het geactualiseerde NPE door de Raad voor Energie (29023, nr. 746);
de motie-Grinwis c.s. over scenario's voor de ontwikkeling van het Nederlandse energiesysteem uitwerken bij de volgende herziening van het NPE (29023, nr. 747).
(Zie notaoverleg van 26 oktober 2026.)
De voorzitter:
Op verzoek van mevrouw Van den Berg stel ik voor haar moties (29023, nrs. 740 en 742) aan te houden. Op verzoek van mevrouw Van Oosterhout stel ik voor haar motie (29023, nr. 739) aan te houden.
Daartoe wordt besloten.
De voorzitter:
De motie-Jumelet (29023, nr. 743) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het Nationaal Plan Energiesysteem (NPE) een route schetst naar het energiesysteem van de toekomst en de klimaatdoelen voor 2040, maar de haalbaarheid en de uitvoerbaarheid nog onvoldoende duidelijk maakt;
overwegende dat hiervoor een samenhangende analyse nodig is van onder andere toekomstige energieprijzen, nettarieven, investeringen, energievraag, infrastructuur en een vergelijking met alternatieve ontwikkelpaden;
overwegende dat ook de gevolgen voor ruimtelijke ordening, concurrentiekracht, weerbaarheid van het energiesysteem en financiële en maatschappelijke kosten inzichtelijk moeten zijn;
overwegende dat duidelijke criteria nodig zijn om voortgang te volgen en tijdig te bepalen wanneer bijsturing of een alternatief ontwikkelpad nodig is;
verzoekt de regering om naast het NPE een concrete en toetsbare uitvoeringsagenda op te stellen en:
in het NPE 2029 verschillende scenario's voor het energiesysteem door te rekenen en tegen elkaar af te wegen;
per stap vast te leggen welke besluiten wanneer nodig zijn, wie verantwoordelijk is en welke financiële middelen beschikbaar moeten zijn;
in de uitvoeringsagenda keuzes en alternatieven te beoordelen ophaalbaarheid, financiering, ruimtelijke gevolgen, concurrentiekracht,weerbaarheid en maatschappelijke kosten, rekening houdend met onzekerheden en veranderende omstandigheden,
en gaat over tot de orde van de dag.
Zij krijgt nr. ??, was nr. 743 (29023).
Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.
In stemming komt de motie-Van den Berg c.s. (29023, nr. 741).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de gewijzigde motie-Jumelet (29023, nr. ??, was nr. 743).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer en Groep Markuszower voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Müller c.s. (29023, nr. 744).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Müller/Rajkowski (29023, nr. 745).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Grinwis c.s. (29023, nr. 746).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PVV ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Grinwis c.s. (29023, nr. 747).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB, Lid Keijzer, Groep Markuszower, de PVV en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PvdD ertegen, zodat zij is aangenomen.
Meneer Stöteler.
De heer Stöteler (PVV):
Voorzitter. Bij de motie op stuk nr. 741 (29023) willen wij graag geacht worden voor te hebben gestemd.
De voorzitter:
We hebben het genoteerd. Dank u wel.
Stemmingen Implementatiewet herziene Europese richtlijn milieucriminaliteit
Aan de orde zijn de stemmingen in verband met het wetsvoorstel Implementatie van Richtlijn (EU) 2024/1203 van het Europees Parlement en de Raad van 11 april 2024 inzake de bescherming van het milieu door middel van het strafrecht en tot vervanging van de Richtlijnen 2008/99/EG en 2009/123/EG (Implementatiewet herziene Europese richtlijn milieucriminaliteit) (36876).
(Zie wetgevingsoverleg van 12 oktober 2026.)
In stemming komt het amendement-Teunissen (stuk nr. 11, I).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, DENK en de ChristenUnie voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.
Ik stel vast dat door de verwerping van dit amendement het andere op stuk nr. 11 voorkomende amendement als verworpen kan worden beschouwd.
In stemming komt het amendement-Teunissen (stuk nr. 13) tot het invoegen van een onderdeel 0A.
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, Volt, de PvdD en DENK voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.
In stemming komt het amendement-Teunissen (stuk nr. 10).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, Volt, de PvdD en DENK voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.
In stemming komt het amendement-Teunissen (stuk nr. 12, I).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, Volt, de PvdD en DENK voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.
Ik stel vast dat door de verwerping van dit amendement de overige op stuk nr. 12 voorkomende amendementen als verworpen kunnen worden beschouwd.
In stemming komt het gewijzigde amendement-Sneller (stuk nr. 24, I).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, DENK en de ChristenUnie voor dit gewijzigde amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.
Ik stel vast dat door de verwerping van dit gewijzigde amendement de overige op stuk nr. 24 voorkomende gewijzigde amendementen als verworpen kunnen worden beschouwd.
In stemming komt het amendement-Sneller (stuk nr. 8, I) tot het invoegen van een onderdeel Ga.
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21 en Lid Keijzer voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.
Ik stel vast dat door de aanneming van dit amendement het andere op stuk nr. 8 voorkomende amendement als aangenomen kan worden beschouwd.
In stemming komt het wetsvoorstel, zoals op onderdelen gewijzigd door de aanneming van de amendementen-Sneller (stuk nrs. 8, I en II).
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van PRO, de SP, 50PLUS, D66, Volt, de PvdD, het CDA, DENK, de VVD en de ChristenUnie voor dit wetsvoorstel hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.
Stemmingen moties Begroting Volksgezondheid, Welzijn en Sport 2027
Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij de behandeling van het wetsvoorstel Begroting Volksgezondheid, Welzijn en Sport 2027,
te weten:
de motie-Maeijer over geen financiële drempels opwerpen die het onmogelijk maken om thuis of in een hospice te sterven (37020-XVI, nr. 47);
de motie-Dobbe over het niet meer uit laten maken bij welke zorgverzekeraar je zit voor hoe snel je wordt geholpen in de ggz (37020-XVI, nr. 69);
de motie-Dobbe over voldoende dekkende tarieven voor arbeidsvoorwaardenverbeteringen in de kraamzorg (37020-XVI, nr. 73).
(Zie vergadering van 15 oktober 2026.)
De voorzitter:
Op 27 oktober jongstleden heeft de Kamer reeds hoofdelijk gestemd over de moties op de stukken nrs. 47, 69 en 73 (37020-XVI) waarbij de stemmen staakten. We stemmen nu opnieuw hoofdelijk over deze moties.
In stemming komt de motie-Maeijer (37020-XVI, nr. 47).
Vóór stemmen de leden: Bushoff, Ceder, Claassen, Dassen, Dekker, Tony van Dijck, Jimmy Dijk, Diederik van Dijk, Emiel van Dijk, Dobbe, Ergin, Faber, Flach, Graus, Grinwis, De Hoop, Van Houwelingen, Ten Hove, Chris Jansen, Kathmann, Keijzer, Klaver, Kops, Kostić, Kröger, Van der Lee, Maeijer, Markuszower, Van Meetelen, Van Meijeren, Mohandis, Moinat, Mooiman, Moorman, Edgar Mulder, Mutluer, Van Oosterhout, Patijn, Piri, Van der Plas, Prickaertz, Raijer, De Roon, Russcher, Schenk, Stoffer, Stöteler, Stultiens, Teunissen, Tseggai, Vermeer, Vliegenthart, Vlottes, Vondeling, Westerveld, Wiersma, Wilders, Zalinyan, El Abassi, Abdi, Van Baarle, Beckerman, Bikker, Al Biyati, Bolhuis, Boon, Martin Bosma, Van Brenk en Bromet.
Tegen stemmen de leden: Van Campen, Ceulemans, Clemminck, Coenradie, Heera Dijk, Inge van Dijk, Eerdmans, Van Eijk, Ellian, Goudzwaard, Peter de Groot, Hamstra, Den Hollander, Hoogeveen, Huidekooper, Huizenga, Jagtenberg, Jumelet, Kisteman, Klos, Koorevaar, De Kort, Köse, Krul, Van Lanschot, Van Leijen, Lohman, Van der Maas, Maes, Mathlouti, Meulenkamp, Michon-Derkzen, Müller, Nanninga, Neijenhuis, Nobel, Oosterhuis, Oualhadj, Paulusma, Podt, Poortman, Rajkowski, Rooderkerk, Schoonis, Schutz, Sneller, Steen, Straatman, Synhaeve, Tijmstra, Vellinga-Beemsterboer, Verkuijlen, Vervuurt, Van der Werf, Zwinkels, Van Ark, Armut, Van Asten, Bamenga, De Beer, Belhirch, Van den Berg, Biekman, Bikkers, Boelsma-Hoekstra, Bontenbal, Boomsma, El Boujdaini, Brekelmans, Tijs van den Brink en Bühler.
De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met 69 stemmen voor en 71 stemmen tegen is verworpen.
In stemming komt de motie-Dobbe (37020-XVI, nr. 69).
Vóór stemmen de leden: Martin Bosma, Van Brenk, Bromet, Bushoff, Ceder, Claassen, Dassen, Dekker, Tony van Dijck, Jimmy Dijk, Diederik van Dijk, Emiel van Dijk, Dobbe, Ergin, Faber, Flach, Graus, Grinwis, De Hoop, Van Houwelingen, Ten Hove, Chris Jansen, Kathmann, Keijzer, Klaver, Kops, Kostić, Kröger, Van der Lee, Maeijer, Markuszower, Van Meetelen, Van Meijeren, Mohandis, Moinat, Mooiman, Moorman, Edgar Mulder, Mutluer, Van Oosterhout, Patijn, Piri, Van der Plas, Prickaertz, Raijer, De Roon, Russcher, Schenk, Stoffer, Stöteler, Stultiens, Teunissen, Tseggai, Vermeer, Vliegenthart, Vlottes, Vondeling, Westerveld, Wiersma, Wilders, Zalinyan, El Abassi, Abdi, Van Baarle, Beckerman, Bikker, Al Biyati, Bolhuis en Boon.
Tegen stemmen de leden: El Boujdaini, Brekelmans, Tijs van den Brink, Bühler, Van Campen, Ceulemans, Clemminck, Coenradie, Heera Dijk, Inge van Dijk, Eerdmans, Van Eijk, Ellian, Goudzwaard, Peter de Groot, Hamstra, Den Hollander, Hoogeveen, Huidekooper, Huizenga, Jagtenberg, Jumelet, Kisteman, Klos, Koorevaar, De Kort, Köse, Krul, Van Lanschot, Van Leijen, Lohman, Van der Maas, Maes, Mathlouti, Meulenkamp, Michon-Derkzen, Müller, Nanninga, Neijenhuis, Nobel, Oosterhuis, Oualhadj, Paulusma, Podt, Poortman, Rajkowski, Rooderkerk, Schoonis, Schutz, Sneller, Steen, Straatman, Synhaeve, Tijmstra, Vellinga-Beemsterboer, Verkuijlen, Vervuurt, Van der Werf, Zwinkels, Van Ark, Armut, Van Asten, Bamenga, De Beer, Belhirch, Van den Berg, Biekman, Bikkers, Boelsma-Hoekstra, Bontenbal en Boomsma.
De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met 69 stemmen voor en 71 stemmen tegen is verworpen.
In stemming komt de motie-Dobbe (37020-XVI, nr. 73).
Vóór stemmen de leden: Stöteler, Stultiens, Teunissen, Tseggai, Vermeer, Vliegenthart, Vlottes, Vondeling, Westerveld, Wiersma, Wilders, Zalinyan, El Abassi, Abdi, Van Baarle, Beckerman, Bikker, Al Biyati, Bolhuis, Boon, Martin Bosma, Van Brenk, Bromet, Bushoff, Ceder, Claassen, Dassen, Dekker, Tony van Dijck, Jimmy Dijk, Diederik van Dijk, Emiel van Dijk, Dobbe, Ergin, Faber, Flach, Graus, Grinwis, De Hoop, Van Houwelingen, Ten Hove, Chris Jansen, Kathmann, Keijzer, Klaver, Kops, Kostić, Kröger, Van der Lee, Maeijer, Markuszower, Van Meetelen, Van Meijeren, Mohandis, Moinat, Mooiman, Moorman, Edgar Mulder, Mutluer, Van Oosterhout, Patijn, Piri, Van der Plas, Prickaertz, Raijer, De Roon, Russcher, Schenk en Stoffer.
Tegen stemmen de leden: Straatman, Synhaeve, Tijmstra, Vellinga-Beemsterboer, Verkuijlen, Vervuurt, Van der Werf, Zwinkels, Van Ark, Armut, Van Asten, Bamenga, De Beer, Belhirch, Van den Berg, Biekman, Bikkers, Boelsma-Hoekstra, Bontenbal, Boomsma, El Boujdaini, Brekelmans, Tijs van den Brink, Bühler, Van Campen, Ceulemans, Clemminck, Coenradie, Heera Dijk, Inge van Dijk, Eerdmans, Van Eijk, Ellian, Goudzwaard, Peter de Groot, Hamstra, Den Hollander, Hoogeveen, Huidekooper, Huizenga, Jagtenberg, Jumelet, Kisteman, Klos, Koorevaar, De Kort, Köse, Krul, Van Lanschot, Van Leijen, Lohman, Van der Maas, Maes, Mathlouti, Meulenkamp, Michon-Derkzen, Müller, Nanninga, Neijenhuis, Nobel, Oosterhuis, Oualhadj, Paulusma, Podt, Poortman, Rajkowski, Rooderkerk, Schoonis, Schutz, Sneller en Steen.
De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met 69 stemmen voor en 71 stemmen tegen is verworpen.
Zie je content die volgens jou niet op deze site hoort? Check onze disclaimer.